Archief

1. de gewaarborgde afzijdigheid van België

Volgens het in 1839 gesloten Verdrag van Londen, ook wel Verdrag der XXIV Artikelen genoemd, werd de in 1830 onafhankelijk geworden Belgische staat internationaal erkend. Volgens het verdrag moest het land neutraal blijven en voor de neutraliteit en veiligheid van het land stonden mogendheden die het mee hadden ondertekend garant. Daaronder het Verenigde Koninkrijk en Pruisen. Wanneer het Duitse Rijk op 4 augustus 1914 België binnenvalt en dus de neutraliteit schendt,  wordt door het Britse Rijk het Verdrag van Londen ingeroepen om het Duitse Rijk de oorlog te verklaren. 

2. Jérôme Leleu

Jérôme Leleu zou de oorlog heelhuids overleven. Hij was dorpsschoenmaker, bestuurslid van de fanfare en de vader van pater Roger Leleu die missionaris was in Indonesië. Op 29 maart 1961 werd hij uitgebreid geïnterviewd in het kader van dialectonderzoek door de Rijksuniversiteit Gent. Dat interview waarin hij uitgebreid verteld over de oorlog en het dorpsleven in Dikkebus, vind je hier en zoek op Dikkebus. 

1.  Spenninck Marcel

Marcel Spenninck was de zoon van Jules Spenninck. Hij zou krijgsgevangen genomen worden.

Foto 1 en 2: Voor- en achterzijde van een groepsfoto die Marcel Spenninck naar zijn vader stuurde vanuit het krijgsgevangenenkamp in Soltau (bij Hannover) in 1915. 

Foto 3: bidprentje van Marcel Spenninck

1. Zes lange treinen jonge soldaten.

De oorlogsvrijwilligers die zich in augustus 1914 hadden aangemeld voor het Belgisch leger werden niet naar het front gestuurd maar voor opleiding verzameld in een vrijwilligersregiment. In september werd ook de klas 1914 van dienstplichtigen opgeroepen.  Beide groepen samen werden eind september via Ieper en Veurne naar Frankrijk gestuurd voor opleiding. Kleinere groepen vrijwilligers werden ook reeds ingezet bij de bewaking van de grens.     

1. Meester Volbrecht

Louis Volbrecht was de neef van de burgemeester van Waasten. In 1928 werd op het kruispunt van Le Gheer een calvariekruis opgericht dat aan hem herinnert. 

Pont Rouge is een van de weinige toponiemen die concreet benoemd worden in Célines meesterwerk “Voyage au bout de la nuit”. Céline (Louis-Ferdinand Destouches) behoorde tot het 12e Régiment de Cuirassiers waarmee de Duitsers in Pont-Rouge slaags raakten.

De terechtgestelde burger wordt bij Céline wel een kind:

“Qu’est-ce qu’ils vous ont fait?” (vraagt le maréchal de logis Destouches aan een meisje in Noircoeur-sur-la-Lys (Zwarthart aan de Leie, zo heet Komen-Waasten in het boek) “Qu’est-ce qu’ils vous ont fait, Les Allemands?”
- Ils ont brûlé une maison près de la mairie et puis ici ils ont tué mon petit frère avec un coup de lance dans le ventre, comme il jouait sur le Pont Rouge, en les regardant.”

Voor meer informatie:
Mémoires société d’histoire de Comines-Warneton

Over Céline:
Tome 23, 1983, pp.275-290
Tome 41, 2011, pp.205-206

Over Louis Volbrecht:
Tome 19, 1989, pp. 294-297 en foto p. 331
Tome 31, 2001, pp. 261-280.

1. de garde. Servais Dauchy veldwachter van Westouter

Toen wij in 2011 in Reningelst het verhaal van Servais Dauchy vertelden tijdens een vertelconcert van Kotjesvolk over dit dagboek, kon Firmin Six, de oudste aanwezige in de zaal die avond, 95 jaar was hij toen, het aanvullen met een belangwekkend detail. Jules Vandromme (1865-1946), de burgemeester van Westouter, die tegenover de kerk woonde, was naar buiten gelopen toen de Duitsers Servais Dauchy aan het hekken hadden gebonden. De burgemeester had hen tevergeefs gesmeekt om de plaats van de veldwachter te mogen innemen. ‘Dat ze hém dan maar moesten nemen. Want hij had kind noch kraaie, maar Servais Dauchy een vrouw en vier kinders.’ – ‘Jules Vandromme was een kozijn van mijn vader, zei Firmin nog, hij heeft dat dikwijls bij ons thuis verteld.’

Servais Dauchy wordt herdacht op het oorlogsmonument te Westouter, maar ook in het Zoniënwoud in Brussel, op het nationale monument van de in de Eerste Wereldoorlog omgekomen bos- en veldwachters. (zie foto)

2. De vrijwilligers die in Loker waren

Zie voetnoot bij 26/09/1914. Zie hier

1. de burgemeester

Het gaat om Engel Heugebaert (1859-1928) die op het Vijverhof woond, de grote hoeve tussen de dorpskern en Dikkebusvijver. 

2. In de pastorie hebben veel soldaten gelogeerd, bij de onderpastoor geen

Het gaat wel degelijk over Achiel Van Walleghem. Hij spreekt heel vaak over zichzelf in de derde persoon.

3. de kapelaan van Dranouter

zie index van persoonsnamen: Desmedt, August

4. op de staande wip voor het gemeentehuis

De huidige straatnaam Schietstraat herinnert nog aan de staande wip. 

Foto 1: De pastorie vanaf de hoek van de Kerkstraat en de Oude Bellestraat (toen nog Kapelstraat genoemd), 1907

Foto 2: burgemeester Engel Heugebaert in de deuropening van zijn hoeve, juli 1916. Bij hen staan enkele Britse militairen.

Foto 3: bidprentje van Engel Heugebaert.  

Foto 4: Burgemeester Engel Heugebaert kort na de Eerste Wereldoorlog

1.Justin Thevelin

Justin Thevelin (Kemmel 1859 – Ieper 1945) was handelaar in granen en meststoffen en een van de notabelen van het dorp. Dat blijkt niet alleen uit het feit dat Achiel Van Walleghem meestal naar hem verwijst als “meneer Thevelin”, maar ook uit de allure van het nog steeds bestaande familiegraf. In 1927 werd hij burgemeester van Dikkebus maar in 1929 vestigde hij zich in Ieper.   

2. Duits uur

Het Duitse uur was een uur achter op het Belgische uur, dus +1u. 

Foto 1 : Het graf van Justin Thevelin en zijn welstellende familie op het kerkhof van Dikkebus, anno 2014

Foto 2: Justin Thevelin als burgemeester van Dikkebus, ca 1928 

1. De kloosterzusters van Dikkebus vluchten naar Heist

De Zusters van de Onbevlekte Ontvangenis hebben hun moederklooster in Heist. Aan de vooravond van WO1 telt die gemeenschap een 130-tal leden, die instaan voor het onderwijs van ongeveer 4000 kinderen. De orde heeft 15 bijhuizen, waarvan een in Dikkebus.
De zusters van Dikkebus zullen de hele oorlog in Heist verblijven.
(Archief Bisdom Brugge, oorlogsverslag van het klooster van Heist)

1. Pannenstraat

Waarschijnlijk wordt hiermee de Pannehuisstraat bedoeld.

1. Prins d’Hesse

Maximilian Friedrich Wilhelm Georg Edward Prinz von Hessen-Kassel, was de neef van de Duitse Keizer en de achterneef van de Britse koning. … Hij  stierf op 13 oktober 1914 van verwondingen opgelopen in het treffen tussen de Britse 2de cavaleriedivisie van generaal Hubert Gough en de Duitse de 3de Kavallerie-Division van Generaal-Majoor von Unger op de Catsberg de dag voordien. Het lichaam werd niet naar Engeland overgebracht, maar op bevel van de Britten quasi anoniem begraven op de gemeentelijke begraafplaats van Caestre. Na de oorlog werd het door de familie van daar naar Duitsland overgebracht.

1. een pater-dominicaan logeert bij de kapelaan

Het gaat wel degelijk over Achiel Van Walleghem. Hij spreekt heel vaak over zichzelf in de derde persoon.

1. maandag 19 oktober

Merkwaardig genoeg heeft Van Walleghem, bij de latere redactie van zijn dagboeken, deze dag niet de naam gegeven waarmee hij in de streek van Roeselare en Menen bekend staat: Schuwe Maandag. Evenmin maakt hij melding van wat zich daar die dag afspeelt.

Net zoals in het Belgische binnenland het geval was in augustus en september, leidt de eerste confrontatie tussen Duitse troepen en geallieerden ook in de Westhoek tot noodlottige toestanden voor de burgerbevolking. Op 'Schuwe Maandag' worden brandstichting en moordpartijen het aandeel van Ledegem, Kachtem, Rumbeke, Roeselare.

Anderzijds laten vroegere aantekeningen er geen twijfel over bestaan dat het nieuws over de Duitse terreur wel degelijk bekend was bij de bevolking van de Westhoek. De vrees voor wandaden en mishandeling is te (her)lezen op 8/10/1914 en 9/10/1914, de dagen waarop de Duitse voorhoede de streek van Ieper bereikt.

1. Dinsdag 20 oktober

In de officiële militaire geschiedschrijving geldt deze datum als de eerste dag van de Eerste Slag bij Ieper. In de regio wordt die dag echter evenzeer 'vluchtersdinsdag' genoemd. De eerste hevige confrontaties van Duitse en geallieerde troepen (en de terreur die daarmee gepaard ging - zie 19/10/1914: Schuwe Maandag) doet de bevolking uit (de dorpen ten westen van) Roeselare massaal op de vlucht slaan, richting Ieper.

 1. In de namiddag komen de Indiase troepen als versterking

Van het vervoer van Indiase troepen in dubbeldekkers bestaat ook een foto. Dezelfde dag valt ook het eerste Indiase slachtoffer bij Ieper: naik Laturia, nu herdacht op de Menenpoort. 

1. Dat was het geval met Leonard Vermeulen en ook bij Jules Delanotte

Bij het redigeren van zijn dagboekaantekeningen blikt Achiel Van Walleghem hier even vooruit:
(1) Jules Delanotte is overleden aan typhus, op 6 maart 1915, in het Elisabeth-hospitaal in Poperinge.
(2) van Leonard Vermeulen schrijft Van Walleghem op 29/02/1916 dat hij lichtgewond raakt. Op 12/06/1916 is er voor het eerst sprake van de 'weduwe' Leonard Vermeulen. Leonard moet dus overleden zijn in het voorjaar van 1916 - maar voorlopig zijn over de datum en oorzaak van zijn dood geen verdere details bekend.

1. Pannenstraat

Waarschijnlijk wordt de 'Pannenhuisstraat' bedoeld; zie ook 12/10/1914.

2. het kasteel van Madame Mahieu

Het gaat om kasteel De Palingbeek, een prachtig kasteel dat pas in 1905 volledig herbouwd was. De Britten noemden het White Chateau, de Duitsers Bayernschloß. Einde oktober 1914 diende het als hoofdkwartier van Britse cavalerie-eenheden. De twee zonen van Madame Mahieu, zouden beiden sneuvelen in het Franse leger. 

3. Amand Vermeulen en zijn windmolen

Wie Amand Vermeulen is, en van welke windmolen hij de eigenaar was, blijft onopgehelderd. In alle geval blijkt hij niet meteen in verband te brengen met de twee gekende Dikkebusse molens: de laatste molenaars van de plaatsmolen (Dikkebusmolen) waren Cyriel Bailleul en Edward en Arthur Coene, terwijl de Wittebroodsmolen (op het gehucht Canada) bemalen werd door Van Eecke.

1. Z.E.H. deken van Ieper

zie index van persoonsnamen: De Brouwer, Franciscus

2. binaties

Bineren betekent dat een priester tweemaal eucharistie viert op dezelfde dag.  Een binatie is dus een dubbele eucharistie. De priester moest er speciale toestemming voor bekomen van de kerkelijke overheid.

3. Schrapnels

Schrapnel is een vervlaamsing van het Engelse shrapnel of granaatkartets: een granaat die loden kogels uitspuwt.

4. Marmieten

Een marmiet is Vlaams voor een groot-kaliber traagvliegende granaat of mortierbom.
(Tony De Bruyne: Soldatentaal 1914-1918. Aartrijke, 1994, p. 121)

5. Klooster van de Franse zusters

Het gaat om de zusters van “La Divine Providence de Portieux” (de Goddelijke Voorzienigheid van Portieux) die zich in 1902 in Wijtschate hadden gevestigd. Zij hielden er een pensionaat open voor kinderen van gegoede burgers, het  “Pensionnat de l’Immaculée Conception”. Klooster en schoolgebouwen besloegen een vrij groot complex. Er zouden tot 50 zusters verbleven hebben. Een van hen werd overigens gedood bij de beschietingen van oktober-november 1914.
(José Depover: 1000 jaar kerk en parochie St-Medardus Wijtschate. Wijtschate, 2001, p. 174.)  

6. bij de onderpastoor

Het gaat wel degelijk over Achiel Van Walleghem. Hij spreekt heel vaak over zichzelf in de derde persoon.

1. de onderpastoor van Voormezele

zie index van persoonsnamen: Van Themsche, Gentil

2. burgerslachtoffers nabij Café Français [Vlamertinge]

René Lelong en dochter
Jan Delannoy en echtgenote
Alle extra informatie ter aanvulling van De Namenlijst is welkom !

3. Kantonnier van Wijtschate

Een kantonnier was iemand die instaat voor het onderhoud van het openbare wegennet.

4.Franse slachtoffers

onderluitenant Lombès

5. een hele divisie

Een Franse infanteriedivisie telde ongeveer 18.000 man.

6. De ongelukkige scheiding van 1904

Hiermee verwijst Van Walleghem naar de spanningen tussen de Franse regering, voorstander van een lekenstaat, en de katholieke kerk in het begin van de 20ste eeuw. Nadat in 1902 kloosterordes niet langer een school mochten openhouden, werden in 1904 de diplomatieke relaties tussen de Franse republiek en het Vaticaan verbroken. In 1905 kwam er dan een verregaande wet op de strikte scheiding tussen kerk en staat.

7. herberg Risquons-Tout

Dit café werd genoemd naar het gehucht Risquons-Tout bij Rekkem en Moeskroen waar in 1848 een kleine leger Franse annexionisten door het Belgische leger werden tegengehouden. 

In de 19de eeuw werden sommige cafés genoemd naar opzienbarende gebeurtenissen van toen. (vb: Sebastopol: Krimoorlog, Transvaal: Boerenoorlog). 

1. EH Pastoor

Het gaat om pastoor Camiel Dassonville (1863-1920). Hij was pastoorvan Dikkebus sinds 1910. Reeds op 15 november 1914 vertrok hij naar Poperinge wat verklaart waarom hij erg weinig vermeld wordt in het dagboek van zijn onderpastoor.

Foto: Fragment van het bidprentje van pastoor Dassonville.  

2. Franse slachtoffers

kapitein Marcel Pasdeloup
onderluitenant Jean Delpy 

1. Kleine 75ers

Foto: een “75” (soixante-quinze) bij Ieper.

2. magazijnen van Thevelin

Thevelin was handelaar in granen en vetten (meststof).  

Foto 1: Mannen van het 2nd Battalion, Warwickshire Regiment passeren door Dikkebus op weg naar het front, 6 november 1914 (IWM, Londen) 

Foto 2: De kerk van Dikkebus in gebruik als Frans veldhospitaal, 6 november 1914 (IWM, Londen) 

1. De toelating om ’s vrijdags vlees te eten

Bij (vrome) katholieken was (en is) het de gewoonte om op vrijdag vlees te derven. Om toch vlees te mogen eten was dispensatie vereist van de kerkelijke overheid. 

2. soldatenkerkhof in de weide van meneer Thevelin

Tot nu toe werden de overleden Franse militairen begraven op het (burgerlijke) kerkhof van Dikkebus, rond de kerk. Het nieuwe terrein dat in gebruik wordt genomen ligt ten zuiden van de kerk en de Neerplaats, en is bewaard gebleven als Dickebusch Old Military Cemetery. Alle Fransen die hier destijds werden begraven, zijn in 1919 verdwenen: ze werden gerepatrieerd, elders herbegraven, of ze raakten zoek. Dat deze Britse begraafplaats in november 1914 door Franse troepen werd ingericht, is vandaag enkel nog te merken aan de 'lege' ruimtes in het grasveld.

De Fransen die in deze periode sneuvelden in Wijtschate en Dikkebus zijn opgenomen in De Namenlijst. Sommigen van hen zijn terug te vinden in de de lijsten die Van Walleghem in zijn dagboek heeft opgesteld. Maar voor de 'onbekende soldaten' waarover hij het heeft, bevat De Namenlijst intussen veel meer kandidaten dan er ooit graven zijn geweest. Een exacte reconstructie van de Franse begraafplaats is dus niet mogelijk...

3. dumdumkogel

Een dumdumkogel is een kogel die uiteenklapt bij het treffen van het lichaam en zo veel zwaardere verwondingen veroorzaakt. Gewone kogels konden in een dumdumkogel veranderd worden door een kruis over de kogelpunt heen te graveren. Volgens het Verdrag van Den Haag van 1899 was dergelijke munitie verboden


1. het verbeteringshuis van Ieper

Het gaat om de Weldadigheidsschool of  Ecole de Bienfaisance, een groot complex ten zuiden van de Meenseweg en niet ver van de huidige Steverlyncklaan en Weldadigheidsstraat. Na de oorlog werd het complex niet heropgebouwd en verdween het verbeteringsgesticht uit Ieper.  

1. Franse territoriaux

Franse dienstplichtigen met een leeftijd tussen 34 en 49 jaar dienden in een Régiment d’infanterie territorial (RIT). Zij werden té oud en té onfit beschouwd om ingedeeld te worden in een gewoon infanterieregiment of in een reserve-infanterieregiment. Aanvankelijk werden de territorialen, ook wel pépères (oudjes) genoemd, vooral ingezet voor bewakingsopdrachten maar al gauw gaan ze een veel actievere rol aan het front spelen.  

1. Chasseurs alpins

De chasseurs alpins werden en worden beschouwd als een elite-eenheid van het Franse Armée de terre. Zij waren meestal afkomstig uit het alpengebied en gespecialiseerd in het opereren in bergachtig gebied. Tot op vandaag zijn zij makkelijk te herkennen aan hun kenmerkende baret. Van Walleghem maakte een uitgebreidere beschrijving van hen op 9 december 1914.

Foto: Chasseur alpin Jean-Edouard Sabatier, 1914 : Zie hier

1. de bossen voorbij Mouton

Aangezien later in het dagboek verwezen wordt naar “Mouton van Voormezele” gaat het hier waarschijnlijk om de bosjes tussen Voormezele en Wijtschate zoals Bois Quarante-Bayernwald.
Zie index persoonsnamen: Mouton [Voormezele]; maar om welke Mouton het precies gaat?

2. De cavalerie van Limoges vertrekt

Het is opvallend dat zelfs een leek als Achiel Van Walleghem vaststelde dat de bewegingsoorlog voorbij was en de cavalerie van geen nut meer was.

3. de meliniet-springstof

De springstof meliniet, uitgevonden door de Fransman  EugèneTurpin in 1884, werd omwille van de kleur genoemd naar de Latijnse benaming voor honing (mel). Het is een bijzonder gevoelige en dus gevaarlijke springstof. 

Foto: de kerktoren kort nadat de spits eraf gesprongen werd. 

1. Drie slachtoffers onder onze burgerbevolking

Pharailde Mahieu
René Baeke
Theophiel Baeke 

Zonder dat de familie het wist, was enkele maanden eerder René Baekes broer Jules als soldaat gesneuveld. Zie hiervoor 20 januari 1916. bij

2. vaandeldrager van onze jonge katholieke wacht

De Jonge Katholieke Wacht was een jeugdbeweging dat sterk opgang maakte in het laatste kwart van de 19de eeuw en duidelijk op maatschappelijk en politiek vlak katholiek geörienteerd was. Zo bestond er op vele plaatsen ook een Jonge Liberale Wacht of Socialistische Jonge Wacht.

3. vol loodkogels

Het gaat om de ronde shrapnelkogels, in de volksmond ook bekend als loodjes. 

foto 1: bidprentje voor de broers René en Jules Baeke

1. De brand van de Lakenhallen van Ieper

Voor de officiële geschiedschrijving eindigt de Eerste Slag van Ieper op 22 november 1914. De brand van de lakenhallen symboliseert dat eerste eindpunt. Merkwaardig is hoe Van Walleghem in zijn lokale geschiedschrijving dat eindpunt aanvoelt als hij, uitgerekend op diezelfde dag, de eerste schoonmaakbeurt beschrijft van de kerk van Dikkebus, die de hele voorbije periode dienst deed als medische post.

Broer en zus Gillioen

Florence Gillioen was de bazin van herberg De Fontein in De Klijte. Zij werd, samen met haar broer Camille, op slag gedood door een granaatinslag. Florence wordt herdacht op het monument in Reningelst. Beide lichamen werden overgebracht naar de Stedelijke begraafplaats van Ieper. Op de foto: de vrouw van Camille Gillioen met hun 2 kinderen

1. Het Paradijs

Het Paradijs was de herberg op de hoek van de huidige Dikkebusseweg en de Melkerijstraat: hier

1. E.H. Leys, onderpastoor van Sint-Pieters

René (Renaat) Leys (°Roesbrugge, 1866) was sinds 1903 onderpastoor van de Ieperse Sint-Pieterskerk. Op 11 november 1914 komt hij samen met vier andere burgers om terwijl hij de laatste sacramenten toedient aan een stervende vrouw in het klooster van de Zwartzusters in Ieper. Over zijn overlijden wordt uitgebreid bericht in het oorlogsdagboek van pastoor Camiel Delaere (gepubliceerd in Oorlogsdagboeken over Ieper 1914-1915. Vol. 1. Brugge, 1974, p. 48-49) en Oorlogsdagboek van de Ieperse kloosterzuster Margriet-Marie (Emma Boncquet). Gent, 2002, p. 67-68

1. een compagnie Chasseurs Alpins van het 6de regiment

Van Walleghem noemt hier 'het 6de regiment' terwijl het in werkelijkheid om het '6de bataljon' gaat (6ième Bataillon des Chasseurs Alpins à pied). De verslaggeving van dit bataljon bevestigt het relaas van Van Walleghem. Tijdens de aanval komt vooral de 21ste Cie (vanwege een iets verder naar voren gelegen positie) onder zijwaarts machinegeweervuur te liggen. De Namenlijst registreet op deze dag voor het 6de bataljon 49 slachtoffers.


 

1. Een ziekte die bijna algemeen wordt...

De allereerste melding van wat in de winter van 1914-1915 een epidemie zal worden: Tyfus. De oorzaken die Van Walleghem opsomt zijn zonder twijfel de meest correcte: overbevolking en het gebrek aan hygiëne.

1. requiemmis voor een kapitein van de artillerie

Alphonse Louis Vayssettes

1. de koster

zie index persoonsnamen: Sinnaeve, Petrus

2. Het Schoonhuis

Herberg Het Schoonhuis bevond zich langs de Dikkebusseweg, rechts bij het uitgaan van het dorp richting De Klijte.

Foto: Herberg het Schoonhuis staat links op deze foto.

1. Fantassins des montagnes

Fantassins des montagnes is een onofficiële verzamelterm waarmee Franse bergtroepen worden aangeduid maar die Van Walleghem onderscheidt van de reeds eerder vermelde chasseurs alpins.

2. Zoeaven

Oorspronkelijk samengesteld uit autochtone berbers werden de Zouaves louter gerecruteerd onder de Franse kolonistenbevolking in de Noord-Afrikaanse kolonies. Om de afkomst van de Zoeavenregimenten te onderstrepen bleef hun uniform typische “exotische” kenmerken behouden.

3. Hier zijn nu ook alle soorten troepen…

Op 8 december 1914 besloot de Franse legerleiding dat het 16e Corps d’Armée zou worden vervangen bij Hill 60 en Sint-Elooi door het 32e Corps d’Armée. In de nacht van 8 op 9 december kwam de 42e Division d’Infanterie aan, de nacht erna de 38e Division d’Infanterie. Die laatste divisie bestond uit zoeaven en tirailleurs uit Noord-Afrika. Deze troepen vielen Van Walleghem meteen op. Op 10 december 1914 verloren de nieuwe Franse troepen de eerste lijn op de rand van de Côte 60, die weldra de geschiedenis in zou gaan onder zijn Britse naam: Hill 60. 

4. Tirailleurs algériens

De tirailleurs algériens, soms ook Turcos genoemd, behoorden tot het Armée d’Afrique van de het Franse leger. Zij werden hoofdzakelijk bevolkt door autochtonen uit de Franse kolonies in Noord-Afrika. Het officierenkorps bestond echter vanaf een zekere graad uit vooral Franse militairen.

5.  begrafenis van kapitein Planche

Jean Louis Michel Planche

1. Turco’s

Turco’s is de bijnaam die aan de Tirailleurs algériens werd gegeven, zie ook bij 9/12/1914 : Zie hier

2.  begrafenis van kapitein Ardant du Picq

Jean Alphonse Arnaud Ardant Du Picq


1. meneer Birot, vicaris-generaal van Albi

zie index van persoonsnamen: Birot, Louis

Louis Birot (1863-1936) was actief in de discussie over de scheiding tussen kerk en staat in het Frankrijk van de vroege 20ste eeuw. Hij heeft onder meer gepubliceerd over katholieke sacramenten, maar ook een populaire gids over de kathedraal van Albi. Zijn oorlogsgeschriften werden uitgegeven als Louis Birot, Carnets. Un prêtre républicain dans la Grande Guerre. Albi, 2000. In Albi werd een straat naar hem genoemd.

1. Algemene aanval…

De Fransen van Hill 60 tot voorbij Vierstraat (Ferme Vandenberghe), de Britten voor Wijtschate. Het werd een extreem bloedige dag, met meer dan 1.100 dodelijke slachtoffers.

2. In Wijtschate maken de Engelsen zich meester van een bos

Deze aanval, uitgevoerd door Franse eenheden en de Britse 3th Division onder leiding van generaal Aylmer Haldane, had als ultiem doel het heroveren van Wijtschate maar was vooral gericht op het bosje Petit Bois net voor het dorp. De actie wordt soms omschreven als een “showaanval” omwille van het feit dat zij eerder ingegeven was door de nood aan een (kleine) geallieerde overwinni,g dan door strategische inzichten en door het feit dat tal van hoge gasten, waaronder de Prince of Wales, stonden toe te kijken vanaf de Scherpenberg. Een rake beschrijving werd daags nadien genoteerd door Billy Congreve die verbonden was aan de staf van de 3rd Division. Zijn bittere commentaar kan je hier lezen. 

3. 2 dokters op slag gedood…

De dodelijke slachtoffers waren de dokters Médecin Aide-Major Pierre Albert Coste en de Médecin-Auxiliaire Evariste Cyprien Chancel, beiden van de 32e Division d’Infanterie. Een priester-brancardier uit de Aveyron die deel uitmaakte van de Section d’Infirmiers Militaires de la 16e Corps d’Armée beschreef het drama in zijn dagboek :

“Le major lieutenant Coste est déchiqueté et tué sur le coup ; un médecin auxiliaire Chancel a les 2 jambes brisées ; un autre est atteint gravement au ventre ; 2 autres sont blessés, l’un à la tête et au bras, l’autre aux jambes mais moins gravement. Un artilleur a été partagé en deux et une partie du corps est suspendue à un arbre ; un autre artilleur est blessé légèrement. C’est dans cet état que nos brancardiers accourus trouvent nos malheureux médecins et un spectacle navrant s’offre à leurs yeux. On les a relevés et on les place dans les autos. 
Nous sommes tous impressionnés quand les autos entrent dans la cour de l’ambulance et qu’on descend les blessés et le mort. Notre médecin-chef est à côté du premier chauffeur et descend seul. Celui qui est atteint aux deux jambes gravement demande  boire et de la morphine, il souffre. Le mort est mis de côté dans une salle. Les blessés sont mis dans la salle des blessés et on leur fait les pansements et on leur donne les soins que demande leur état. A travers les vitres de la salle nous assistons à tout cela. On voit les pâles figures de ces malheureux. Bientôt le bon M. Chancel expire. C’était avec M. Coste les 2 plus aimés et estimés de nos chefs. On craint que M. Delacarte ne survive pas à ses blessures. On les emporte tous en auto à Reninghelst. 
De artillerist behoorde tot de 56e RAC. Van de drie verwonde aspiranten zou op 17 december ook aspirant Charles Maurice Jean Delacarte overlijden. De beide anderen aspiranten, Camper en Mansiaguet (?) overleefden. De drie doden werden begraven op de Franse begraafplaats in Reningelst, die na de oorlog werd geruimd. De slachtoffers werden gerepatrieerd door hun families (waaronder de drie genoemde slachtoffers). De resterende 205 graven werden in 1921 overgebracht naar de Franse nationale begraafplaats Notre-Dame-de-Lorette in Souchez (Pas de Calais).

Pierre Albert Coste

Evariste Cyprien Chancel
 

 

Guldenmis

Een Gulden Mis is een eucharistieviering ter herinnering aan de Boodschap aan Maria en haar blijde verwachting op Quatertemperwoensdag* van de Advent (in de derde week van de Advent). De mis wordt aan het Maria-altaar gecelebreerd met veel licht. Het introïtus van de eucharistieviering begon met de woorden “Rorate”, vandaar ook de benaming “rorate-mis”

*Quatertemper: quatuor tempora = vier maal: aan het begin van elk jaargetijde werden extra  vasten- en onthoudingsdagen in acht genomen op woensdag, vrijdag en zaterdag, om de zegen af te smeken over de jaargetijden.

(Bron: Vandenberghe, Henri: Gewijd of vervlogen? Woordenschat uit “het Rijke Roomse leven”, uitgave van De vrienden van het Poperings Archief, v.z.w., 2002, Croonestucken n° XXX)

1. begrafenis van kapitein Laffitau

Louis Alex Laffitau

1. begrafens van sergeant Bertrand

Félix Joseph Marcel Bertrand

de jezuïet luitenant de Gironde

Hier heeft Achiel Van Walleghem een fout gemaakt. Allicht heeft hij zich bij het overschrijven van de kladnotities naar de nette versie van het dagboek van datum vergist. Louis Joseph Gilbert de Gironde is immers overleden op maandag 7 december 1914.  Achiel Van Walleghem heeft allicht beide feiten (het opdragen van een mis op zondag en het overlijden een dag later) correct geregistreerd maar later aan een verkeerde dag gelinkt. In elk geval worden de omstandigheden van overlijden, plaats van overlijden en oorspronkelijke begraafplaats bij Verbrande Molen nog door een andere bron bevestigd. Aan Gilbert de Gironde werd immers in 1916 een huldeboekje gewijd: R.P. Suau s.j.: Un héros. Le P. Gilbert de Gironde, de la Compagnie de Jésus, sous-lieutenant au quatre-vingt-et-unième d'infanterie. Paris, 1916. Het staat hier online.

De Duitsers hebben de Engelse kust beschoten

Op 16 december 1914 hadden Duitse marineschepen de Noord-Engelse kustplaatsen Scarborough, Hartlepool en Whitby beschoten. Er vielen daarbij 137 doden en bijna 600 gewonden. De raid maakte grote indruk op de Britse publieke opinie. De verontwaardiging in het Verenigd Koninkrijk was niet alleen gericht op het Duitse Rijk dat burgers onder vuur had genomen, maar ook op de Royal Navy die de raid niet had weten te beletten. 

1. Twee zonen van Henri Derycke, en een vluchteling

Jules Derycke
Maurits Derycke
maar van 'de vluchteling' (nog) geen spoor...

1. kerstdag

Het is opvallend hoe noch op kerstdag zelf, noch de volgende dagen Van Walleghem iets vermeldt  over de kerstbestanden. Dat wijst er op dat de kerstbestanden, hoewel een wijdverspreid gebeuren in 1914, eerder een reeks losse lokale aangelegenheden zonder onderlinge samenhang waren. Misschien waren ook militairen die een kerstbestand meemaakten, niet altijd even spraakzaam over de gebeurtenis uit angst voor mogelijke reacties.  

De grote schuld ligt bij de Senegalezen…

Zeer waarschijnlijk gaat het hier niet om tirailleurs sénégalais, zelfs niet om de tirailleurs algériens of tunésiens uit de 38e Division d’Infanterie. Al deze eenheden waren op 30 december 1914 reeds afgelost van het front in het zuidoosten van de Ieperboog. Wellicht laat Van Walleghem zich hier leiden door praatjes van niet-betrokken, blanke troepen, waarvan de racistische ondertoon duidelijk is.

1. Daar wordt de bakkerij ingeslagen

De bakkerij bevond zich ter hoogte van de huidige Dikkebusstraat 313. 

Foto: Le Nord Maritime was een krant die in Duinkerke verscheen van 1882 tot 1944. 

1. De Franse genie doet een proef met handgranaten.

Granaten die met de hand geworpen werden, waren al eeuwen bekend maar toch behoorden ze in het begin van de Eerste Wereldoorlog niet tot de standaard uitrusting van de militairen. De Duitse troepen waren er iets meer mee vertrouwd maar voor Fransen, Belgen en Britten was het een nieuwigheid. Handgranaten waren een wapen dat eigen was aan een loopgravenoorlog.   Zodoende ging men al gauw allerlei artisanaal in elkaar geknutselde – en dus gevaarlijke – springtuigen hanteren.  

1. Zij waren van het leger van Canada.

Dit zijn de allereerste Canadese militairen in het Ieperse. Zij behoorden tot de Princess Patricia’s Canadian Light Infantry dat toen ingedeeld was bij de Britse 27th DivisionVoor een geschiedenis van de eenheid, zie hier.

In Zonnebeke werd een straat naar de “Princess Patricia’s” genoemd.Daar bevindt zich ook het merkwaardige gedenkteken voor het regiment: Zie hier.

1. Een protestantse Engelse officier is begraven in het ongewijde hoekje

Het ongewijde hoekje was de plek op katholieke begraafplaatsen die voorbehouden werd voor anders- en niet-gelovigen, voor ongedoopten zoals doodgeboren kinderen en voor zij die in zware zonde omkwamen, zoals door zelfdoding.

De officier die er begraven werd was Captain Denzel Onslow Cochrane Newton, de eerste officier van de Princess Patricia’s Canadian Light Infantry die omkwam. Meer informatie over Captain Cochrane Newton en de omstandigheden waarin hij omkwam vind je hier.

1. Vandaag bineer ik voor de eerste maal

De opmerking is niet helemaal juist. Reeds op 31 oktober 1914 had  Van Walleghem de toestemming gekregen om te bineren, dit is tweemaal eucharistie vieren op dezelfde dag. Toen was het allicht bij een eenmalige uitzondering gebleven, terwijl hij nu meldt dat het een wekelijkse praktijk zal worden.   

1. een redemptorist, vader Aherne

De redemptoristen of Congregatie van de Allerheiligste Verlosser (Congregatio Sanctissimi Redemptoris), opgericht in  Italië in 1732, is een internationale katholieke orde voor de “evangelisatie tussen de meest verlatenen” . Missies en prediking behoren dus tot hun kerntaken. 

Het gaat om David Aherne die pas op 28 december 1914 aan het front was aangekomen.  

2.  een draagaltaar

Een altaar is een onderbouw of tombe met daarop een altaarblad. In dat altaarblad moet volgens de canonieke normen een altaarsteen zitten. Deze steen wordt door de bisschop gewijd en bevat relieken van minstens twee martelaren, wierrookkorrels (symbool van de onsterfelijkheid) en de wijdingsakte. 

Een draagaltaar is van natuursteen die draagbaar is en dus verplaatsbaar. Die steen wordt dan op een tafel gelegd. In de missies is dit gebruikelijk (en ook aan het front). 

(bron: Vandenberghe, Henri: Gewijd of Vervlogen?)

1. de linkerkant van de kasseiweg Ieper-Bailleul

Dit is dus ten zuidwesten van de huidige Dikkebusseweg. Voor sommigen volstond het dus om naar de overzijde van de straat te verhuizen om in regel te zijn.  

2.  de voute

Een “voute” is een opkamertje (boven een kelder), met een kleine trap van een 4 – 5 tal treden te betreden. Die trap kan als een schuine deur opgedraaid (en aan de muur vastgelegd) worden, en dan verschijnt het trapgat naar de (ondiepe) kelder

 

Op de foto’s: een voute langs binnen en langs buiten gezien 

1. Dertiendag


Dertiendag is de oude Vlaamse benaming voor Driekoningen (Epiphania) dat op 6 januari valt.  

2. meneer Reynaert

Paul Reynaert, onderpastoor van Nieuwkerke

1. Alle vluchtelingen moeten weg

het verplichte vertrek van vluchtelingen heeft alles te maken met de poging om de tyfus te bedwingen. Overbevolking (en het gebrek aan hygiëne) golden immers als voornaamste oorzaak van de epidemie. De vluchtelingen moeten samenkomen om daarna in groep naar de trein en zo naar Frankrijk gebracht te worden.

In zijn dagboek schrijft de Poperingenaar Albert Baert daarover:
12 januari 1915: Bij plakbrief worden de vluchtelingen bevolen de stad te verlaten. De gendarmen gaan van huis tot huis… op jacht! De tyfus neemt uitbreiding.
14 januari 1915: Alle dagen een vluchtelingstrein. De vluchtelingen minderen nu nog al rap in getal.

 

 

1. de jezuïet pater Gill

Father Henry Vincent Gill sj kwam uit een bekende familie uit Dublin. Hij was een wetenschapper, gediplomeerd in Cambridge, die in het begin van de oorlog zijn onderzoekswerk naar elektriciteit opgaf om als aalmoezenier te dienen. Zijn geschriften, bewaard in het archief van de Ierse jezuïeten, worden vaak geciteerd in de geschiedschrijving van Ierse eenheden tijdens de Eerste Wereldoorlog. Hij diende bij het 2nd Royal Irish Rifles dat in het eerste oorlogsjaar tot de 3th Division behoorde. En niet tot de 5de divisie zoals Van Walleghem verkeerdelijk schrijft. Father Gill moet een populaire aalmoezenier zijn geweest want zijn bijnaam bij de manschappen luidde “Father Dear”. In Flanders Fields Museum bezit een foto van father Gill te paard, genomen door Major J.R. Tuckett van de 2nd Royal Irish Rifles tussen november 1914 en februari 1915

1. Een Engelse kapitein wordt begraven in het strookje kerkgrond naast de noorder kerkwegel.

Allicht vergist Van Walleghem zich hier ofwel in de rang van de begravene, ofwel in de datum. Op een los grondplan van het kerkhof van Dikkebus noteert hij op die plek de nummers 51-53. Bij die drie nummers somt hij in een lijst op:
- 51: Bassager (artillerie)
- 52: Capt Helyar, 1st Rifle Brigade, 25-01-1915
- 53: Lt Arthur Wight, 2nd Wessex Field Coy RE, killed St-Eloi 18-01-1915

Die eerste is een fransman, allicht: BASSAGET Louis Maxime, Genie, 25-01-15
De tweede is Capt HELYAR, Maurice Howard, Rifle Brigade, 25-01-1915
De derde is Lt WHITE, Arthur, Royal Engineers, 18-01-1915
De database van de Commonwealth War Graves Commission (www.cwgc.org) leert dat de twee Britten vandaag in Bailleul Communal Cemetery Extension begraven liggen, naast elkaar (graven III F 63 & 64). Het rapport van de herbegraving (burial report) vermeldt als oorspronkelijke begraafplaats “sheet 28 H33 9,6” wat uitgerekend een verwijzing is naar de kerk van Dikkebus, en “exhumed from Dickebusch Communal Cemetery”.

Als Achiel Van Walleghem  zich niet vergist van datum, dat gaat het om WHITE, maar dan maakt hij van de luitenant een kapitein, ofwel vergist hij zich van datum en dan zou het om HEYLAR kunnen gaan.

1. Gisteren zijn de Belgische gendarmes rondgegaan

Uit een brief van de burgemeester van Reningelst aan de Gouverneur:

            (..) sedert veertien dagen hebben wij alle middelen ingespannen om de (..) inwijkelingen de gemeente te doen verlaten, onze raadgevingen, zelfs onze bedreigingen kunnen hen daartoe niet dwingen; sedert 28 november ll. zijn alhier op ons verzoek 2 gendarmen bestendig ten onzen dienste om de plaatselijke politie bij te staan; alles is vruchteloos. Deze gendarmen komen ons dagelijks verklaren dat zij geene uitwijkelingen kunnen overtuigen om de gemeente te verlaten en dat zij de macht niet bezitten om hen met geweld weg te drijven (..) dat ten gevolge van de overbevolking der gemeente, die meer dan 4000 vluchtelingen telt, de voorwerpen en eetwaren van eerste noodzakelijkheid ontbreken: de bakkers zijn sedert eenige weken beroofd van meel en bloem, zij hebben geen andere tarwe om brood te bakken dan diegene welke wij opeischen bij de landbouwers en deze weigeren stelselmatig aan onze opvorderingen onder de eene of andere voorwaarde te beantwoorden. Dus moest deze toestand hier nog eenige dagen voortduren, mogen wij ons verwachten aan den Hongersnood. Alles zal hier ontbreken: bijzonderlijk kolen, petrole-olie, koffie, chicorei en Zout (..)

(Bron: Stadsarchief Poperinge, Briefwisseling van Reningelst, brief van 04/12/1914)

2. De eerste tyfuslijder wordt weggebracht

De tyfusepidemie zou in de eerste maanden van 1915 vele slachtoffers vergen, zowel onder burgers als onder militairen. Cyriel Foor woonde in de Vijverstraat 4 en zou uiteindelijk overlijden op 5 februari 1915 (zie overlijdensakte). Het Elisabethhospitaal in Poperinge waar hij sterft, was het burgerlijke hospitaal voor de frontstreek bij Ieper. Het was gevestigd in het stadskasteeltje van rechter Charles D’Hondt in de huidige Deken De Bolaan in Poperinge. 

1. Ieder nacht worden vanuit Poperinge lichtstralen uitgezonden

Het gaat om zoeklichten, draaibare schijnwerpers die een sterk geconcentreerde lichtbundel geven. De eerste zoeklichten waren pas in 1905, tijdens de Japans-Russiche oorlog, voor militair gebruik ingezet. Het was dus een relatief fenomeen. 

1. De Duitsers hebben aangevallen maar zijn niet gelukt.

Gezien het (relatief) geringe aantal slachtoffers die dagen en het ontbreken van een vermelding in de regimentsgeschiedenissen kan dit ten hoogste een erg plaatselijke en beperkte trench raid zijn geweest. 

1. Verjaardag van keizer Willem

Friedrich Wilhelm Victor Albert was geboren op 27 januari 1859 als eerste zoon van de Pruisische kroonprins, de latere keizer Frederik III en Victoria van Saksen-Coburg-Gotha, dochter van de Britse koningin Victoria. Doordat Wilhelm met een tangverlossing ter wereld kwam, als gevolg van een stuitligging en daarbij zenuwen in zijn schouder werden beschadigd, was hij zijn leven lang licht gehandicapt: zijn linkerarm was zo goed als verlamd en bleef in groei achter t.o.v. zijn rechterarm.

Wilhelm stond ambivalent t.o. het Britse koningshuis. Hij hield van z’n grootmoeder Victoria, maar had een grote hekel aan zijn Engelse moeder en zijn oom Edward VII. Hij had een grote bewondering voor de macht van het Britse Imperium, maar voelde ook jaloezie. De Duitse keizer Wilhelm II was dus een rechtstreekse neef van zijn opponent, de Britse koning George V, zoon van koning Edward VII en Alexandra van Denemarken. George V was de eerste monarch van het huis Windsor, dat hij tijdens de Eerste Wereldoorlog instelde ter vervanging van de al te Duitse klinkende familienaam Saksen-Coburg-Gotha. 

1. Om 15 uur bezoek kardinaal Bourne

Francis Alphonsus Bourne (1861-1935) was de rooms-katholieke aartsbisschop van Westminster. Tijdens de oorlog zou hij bekend staan omwille van zijn patriottische toespraken. 

2. Benjamin, die berecht was

Berechten is een synoniem van het toedienen van het laatste oliesel. Een berechting is dus hetzelfde als het toedienen van de laatste sacramenten. Die worden in de katholieke kerk toegediend aan mensen die in gevaar van sterven verkeren. 

3. een kampcommandant

Dikkebus lag in het onmiddellijke achtergebied van de Ieperboog en het dorp werd algauw omgeven door kampen. De camp commander moest toezien op de goede gang van zaken binnen de Britse legerkampen, onder meer ook de omgang met de plaatselijke bevolking.

De camp commander van Dikkebus in de eerste helft van 1915 was Jeremiah Colman (1886-1961), later 2nd baronet Colman en enige zoon van de gelijknamige eigenaar van de mosterdfabriek Colman, nog steeds zowat het bekendste Britse merk van mosterd. Op 16 juli 1915 zou hij Dikkebus verlaten. 

4. reinigingsdienst

Uit een brief van de burgemeester van Reningelst aan de gouverneur:

            (..) Daarenboven zijn de dorpplaats en de gehuchten verpest door vuilnissen voortkomend van de troepen in kantonnement en deze weigeren deze onreinheden weg te nemen; lijken van peerden en afval van geslachte dieren liggen ten allen kante en verpesten de lucht. En alles is overgelaten aan de zorgen van de burgerlijke overheid.

(Bron: Stadsarchief Poperinge, Briefwisseling van Reningelst, brief van 04/12/1914)

1. Een Frans officier, de Rigaud,… sterft schielijk… in het huis van madame Brigou

Maréchal des logis au 1er Régiment de Hussards Stanislas Hubert de Rigaud was geboren in Bram (Aude) in 1886. Als doodsoorzaak wordt embolie vermeld wat de plotse dood verklaart. Zijn naam vermeld op het oorlogsmonument van Palleville (Tarn), net als dat van Jean Stanislas Ludovic de Rigaud - allicht een jongere broer -  die op 19 oktober 1914 bij Werken was gesneuveld.

2. aan de Groene Jager (Karik)

Herberg De Groene Jager, bijgenaamd “De Carrick”, bevond zich op de hoek van de Abelestraat en de Groene Jagerstraat op het grondgebied van Vlamertinge. Volgens Remy Duflou in zijn Geschiedenis van Vlamertinge. Langemark, 1956, p. 139 was de bijnaam te danken aan de smid die de herberg liet bouwen omstreeks 1820-1830. Die smid droeg een mantel met dubbele pelerines die carrick werd genoemd. Aan het huis op de hoek van de Abelestraat en de Groene Jagersstraat hangt nog steeds een bord met die bijnaam:  Zie hier

1. De bossen achter Celeste Planckeel

Dit wordt later het kamp Dickebusch Huts.

Foto 1: De omgeving van Dickebush Huts en de "bossen achter Celeste Planckeel" linksboven, op 16 november 1916

2. Lichtmis

2 februari is het feest van O. L. Vrouw Lichtmis ofte Maria Zuivering, 40 dagen na Kerstmis. Het is de feestelijke herdenking van het reinigingsoffer dat Maria en Jozef in de tempel brachten, zoals ze moesten volgens Leviticus (Lev. 12: 2-4): “Zeg tegen de Israëlieten: wanneer een vrouw een kind krijgt, en het is een jongen, dan is zij 7 dagen onrein, net als tijdens de menstruatie. Op de achtste dag moet men de voorhuid van het kind besnijden. Drieëndertig dagen duurt het, voor zij rein is van het bloed van de geboorte. Zij mag niets aanraken wat     heilig is, en niet naar het heiligdom gaan, tot de dag van haar reiniging is aangebroken.” (..) De Griekse benaming “Lichtmis” gaat terug naar de gebeurtenis waarbij Simon en Anna het “licht” zien. (Zij waren getuige bij de besnijdenis van Jezus en Simeon sprak: “mijn ogen hebben uw heil gezien, dat U ten aanschouwe van alle volkeren hebt bereid, een licht dat een openbaring zal zijn voor de heidenen en een glorie voor uw volk Israël.”) Lichtmis is als benaming ook positiever vanuit de wijding van de kaarsen (in de kerk tijdens de dienst op dat feest). Deze wijding gaat terug op een christianisering van een oud heidens gebruik. (Bron: Vandenberghe, Henri: Gewijd of vervlogen?)

3. Hommelpersen

In een brief aan de Britse autoriteiten (gedateerd 25/021915) somt de burgemeester van Reningelst op wat er allemaal verkeerd loop in verband met de landbouwwerkzaamheden zijn dorp, sedert er zoveel militaire activiteit is, o.a. “le houblon sera forcément improductif puisque les perches et les fils de fer, qui doivent servir au montage des houblonnières, ont été enlevés  par les troupes pour la réfection des routes et la cuisson des aliments.” (bron: Stadsarchief Poperinge, Briefwisseling Reningelst, kopie van brief n° 17964)

Oudere landbouwers uit Dikkebus en Vlamertinge beweerden voor enkele decennia dat de steenweg van café français tot de Geitenhoek gerepareerd was geworden met hommelpersen en daardoor zoveel te lijden had onder verzakkingen.

4. stoffen banden die zij rond hun benen snoeren

Dit zijn de waterdichte beenwindsels, in het Engels puttees en in het Frans bandes moltonnes die versteviging van enkel en onderbeen boden evenals bescherming tegen modder en vocht.  Zie hier 

1. De Hert

Dit was een café op de hoek van de Windeweg en de Zweerdstraat. 

2. een kerkhof verderop in de weide

Deze tweede miltaire begraafplaats in het dorp is bewaard als Dickebus New Military Cemetery. Het oudste graf is dat van Lt. Robert Stirling, gestorven op 19 februari 1915.

1. een frans soldaat-priester dodelijk gewond

1. De aalmoezenier Bowes

Allicht gaat het om Henry Bowes. 

2. rode, witte en zwarte ornamenten

Allicht gaat het hier over de kerkgewaden voor diverse feesten met hun liturgische kleuren:

- Groen: voor de gewone zon- en feestdagen; groen is de kleur van de hoop

– Paars: voor de periode van de advent, de veertigdagentijd, vigilies, kruisdagen, quatertemperdagen, bij boete- processies en bij de toediening van het sacrament van de biecht

– Rood: bij feesten van de H. Geest, van het lijden van Christus en naamfeesten van martelaren

– Wit: kleur die vreugde en onschuld symboliseert, dus gebruikt op de meeste feesten van Christis, de H. Maagd en de feesten van heiligen die geen martelaren zijn

– Zwart: symboliseert rouw, daarom gebruikt op Goede Vrijdag, Allerzielen, bij begrafenissen en requiemmissen 

(Vandenberghe, Henri: Gewijd of vervlogen?)

3. bij de onderpastorie 2 Duitse soldaten

Als dit juist is, dan zitten deze Duitsers maar liefst twee kilometer voorbij de eigen eerste lijn. 

 

1. Pater Aherne

David Aherne

2. de relikwie van het H. Bloed uit de pastorie van Voormezele

Het was Isaac (1123-1169), de tweede proost van de proosdij (latere abdij) van Voormezele die, op een van z'n reizen naar Rome, de kostbare relikwie van het "Heilig Bloed van onze Heer Jezus Christus" meebracht. "De Jaerboeken van Yper" verhalen dat “Het Bloed Onzes Heren van Rome naar Ieper overgebracht door abt Isaac, op 29 juni 1152, stoetsgewijze van deze stad naar de abdij van Voormezele werd overgedragen, alwaar het sedert dien tijd hetzelfde vereerd is geweest tot nu toe, gedurende de achtdaagse kerkplechtigheid van het H. Sacramentsfeest". Meerdere malen werd de relikwie naar zijn echtheid onderzocht, dit op bevel van de kerkelijke overheid. De relikwie zelf heeft de grootte van een gewone kleine noot en is gewikkeld in een perkamenten band met de latijnse vermelding: "van stof (zand) doortrokken met bloed van Christus".

(bron: http://www.voormezele.be)

3. remonstrans

Een remonstrans, ook monstrans genoemd is een van de gewijde vaten, meestal overvloedig versierd. Achter een cirkelvormig ruitje wordt een geconsacreerde hostie ter aanbidding uitgesteld tijdens het Lof, of door een priester (onder een baldakijn) rondgedragen in een processie.

De uit Voormezele geredde kerkschatten zijn hier te bezichtigen: 

http://balat.kikirpa.be/results.php?typesearch=simple&who=&what=&when=&where=Voormezele&christian=&free=&style=col4&limit=24

4. aalmoezenier Bowes

Henry Bowes

1. De Duitsers vallen aan

In februari en maart 1915 was het gehucht Sint-Elooi het brandpunt van de strijd in West-Vlaanderen met tal van trench raids en enkele grotere aanvallen. 

De Duitse raid van 14 februari 1915 was gericht tegen de 82nd Brigade van de 27th Division. 

2. De verliezen lansg beide kanten zijn groot, maar deze van de Duitsers zijn de grootste

De vraag is maar hoe Achiel Van Walleghem de Duitse verliezen kan inschatten.  

1. De soldaten van het Rode Kruis

Van Walleghem gebruikt hier een nogal vage term. 

Het kan gaan om manschappen van de Royal Army Medical Corps, maar evengoed om de niet-militaire maar wel geüniformeerde leden van het British Red Cross,  de St-John's Ambulance of de Friends' Ambulance Unit die medische hulpverlening achter het front verleenden.

 

1. Belgische kanonniers zijn aangekomen

Op 10 februari 1915 werd door het Belgische leger een artillerieregiment  ter beschikking gesteld van het Britse 2nd Army bij Ieper. In afwachting dat het 7th (later 13th) Belgian Field Artillery helemaal gevechtsklaar zou zijn, werd van maart tot mei 1915 enkele batterijen veldgeschut ter beschikking gesteld van de Britten onder de naam "groep Dujardin" of R.A.P. (Régiment d'Artillerie Provisoire). Het zijn deze manschappen die Achiel Van Walleghem ziet aankomen. 

De Belgische artilleristen, uitgerust met Portugese 75-kanonnen, zou nagenoeg de hele oorlog lang als enige Belgische troepen bij Ieper verblijven. De naam van de Britse begraafplaats "Belgian Battery Corner" herinnert nog aan hun aanwezigheid, evenals een gedenkplaat in de Coomansstraat in Ieper. 

1.Het zijn Schotten

De 81st Brigade van de 27th Division dat toen in Dikkebus verbleef, telde verschillende Schotse bataljons. 

Voor een samenstelling en de wapenfeiten van deze divisie, zie http://www.1914-1918.net/27div.htm

2.  Veel nieuwe tenten

Met “tenten” worden houten barakken bedoeld. 


3. de hofstee van het klooster 

Dit bevond zich in het begin van de Oude Bellestraat, nu hoeve Demey.

1. Het beeld van H. Margaritha van Cortona

Dit beeld is niet langer in de kerk van Dikkebus te vinden. Het lijkt erop dat de oorlog ook een einde heeft gemaakt van de verering  van de H. Margaritha van Cortona. 

Margaretha van Cortona is als Toscaans boerenmeisje geboren omstreeks 1247.  Omdat ze zo mooi was, wekte ze de begeerte op van een edelman, met wie ze negen jaar samenwoonde en een kind had. Op een dag keerde haar minnaar niet terug, maar zijn hond verscheen wèl en trok haar aan de mantel mee naar de plaats waar ze het lijk van de man vond, daar achtergelaten door rovers. Vanaf dat ogenblik bekeerde Margaretha zich en werd ze lid van de derde orde van Sint-Franciscus in Cortona. Ze kreeg mystieke visioenen en stichtte een klooster en een ziekenhuis. Margaretha wordt voorgesteld in bruin habijt met bruine mantel en om haar middel een witte koord met daaraan soms een rozenkrans. Op het hoofd draagt ze een witte sluier, een hond bijt meestal in haar mantel. Omdat ze zich uit boetedoening dikwijls geselde, wordt ze afgebeeld met een gesel en de marteltuigen van Christus. Andere attributen zijn een kruisbeeld, een boek of een doodshoofd (symbool van haar bekering). Ook een zakdoek in de hand komt veelvuldig voor, want over haar wangen rollen vaak tranen. Margaretha van Cortona is de patrones van boetelingen. Heilig verklaard in 1728. Feestdag: 22 februari (Bron: Claes Jo, Claes Alfons & Vincke Kathy: Sanctus. Meer dan 500 heiligen herkennen, Davidsfonds, Leuven 2002)

Foto: Gedenkplaat in Eton College voor de 18-jarige 2nd Lieutenant Henry Bethune Campbell, oud-leerling van de school die op 23 februari 1915 sneuvelde en begraven ligt Dickebusch New military Cemetery, graf A.16

1. Maar het schijnt dat er toch veel zijn

De Britse Official History meldt dat er in februari veel manschappen door ziekte geveld werden. Op 18 februari 1915 moesten de infanteriebrigades van de 28th Division in de loopgraven zelfs tijdelijk afgelost worden gehaald worden omdat ze vanwege ziekte te veel uitgedund waren.

2. vervroren voeten

Allicht gaat het om loopgraafvoet, trench foot, een aandoening ten gevolge van het te lang staan in het water of in een vochtige omgeving. zie hier

3. de tyfus woedt met alle geweld

Door de oorlogssituatie was de watervoorziening verstoord en het water vervuild. Daardoor ontstond rond de jaarwisseling 1914-1915 een tyfusepidemie. De behandeling bestond uit ontsmetting, voorziening van zuiver drinkwater maar bovenal werd de bevolking opgeroepen om zich te laten inenten. 

Over de aard van de ziekte, zie hier 

 4. het Elisabeth-gasthuis

In de ruime villa van rechter D’Hondt langs de Deken De Bostraat in Poperinge werd reeds in oktober 1914 een militaire hulppost gevestigd. De militairen die er overleden werden in de tuin begraven, waar zich nu Poperinghe Old Military Cemetery bevindt.In januari 1915 werd het stadskasteeltje aan de hulpverleners van de Friends’ Ambulance Unit overgedragen om er een burgerlijk hospitaal voor de frontstreek in te richten. Het kreeg de naam Château Elisabeth. Van in het begin bestond een meerderheid van het personeel er uit Belgische zusters en verpleegsters onder leiding  van de gravinnen Marie van den Steen de Jehay en Louise d’Ursel. Het Elisabethhospitaal zou de rest van de oorlog het belangrijkste burgerlijke hospitaal achter het front bij Ieper blijven, zij het dat het Château D’Hondt in augustus 1915 verlaten werd voor een barakkenhospitaal net buiten de stad. Het hospitaal kende verschillende uitbreidingen en er kwamen verschillende dépendances, onder andere in het kasteel Couthof te Proven.

Meer informatie: Zie hier  

 5. het zothuis van Ieper

Het Onze-Lieve-Vrouwehospitaal op de Grote Markt was van oudsher het burgerlijk hospitaal van Ieper. Na de eerste beschietingen in oktober en november 1914 werden de zieken geëvacueerd en konden de Ieperlingen niet langer terecht in een ziekenhuis in eigen stad. Op 1 december 1914 vroeg Camiel Delaere, de pastoor van de Sint-Pietersparochie, aan de Friends’ Ambulance Unit of zij niet konden instaan voor het organiseren van een nieuw burgerlijk hospitaal. Een dag later reeds werd een ongebruikte zaal van het psychiatrische ziekenhuis Heilig Hart, gelegen aan de westrand van de stad, ingericht en kon men er de eerste dertig patiënten ontvangen. Na het uitbreken van de Tweede Slag bij Ieper met de Duitse gasaanval van 22 april 1915 werd het Heilig Harthospitaal geëvacueerd en met het verdwijnen van de laatste Ieperlingen uit de stad eindigden ook de activiteiten van de Friends’ Ambulance Unit aldaar. Het neogotische gebouwencomplex van het Heilig Harthospitaal, “the  asylum” zoals de Britten het noemen of het “zothuis” zoals Achiel van Walleghem het aanduidde was een bekend zicht langs de Poperingseweg. Na de oorlog werd het vrij getrouw heropgebouwd en tot op vandaag is er een psychiatrisch ziekenhuis gevestigd.  

Over het gebouw : https://inventaris.onroerenderfgoed.be/dibe/relict/30420   

6. dokter Verbeke van Vlamertinge

Het gaat om de populaire arts Fideel-Amand Verbeke, geboren in 1870. Dokter Verbeke vluchtte eerst van Vlamertinge naar Poperinge en na de ontruiming van deze stad in 1918 vestigde hij zich tijdelijk in Bayeux waar hij onder meer bezoekkreeg van Achiel van Walleghem. Na afloop van de oorlog vestigde hij zich aanvankelijk in Poperinge waar hij zelfs een tijdlang als Vlaams-Nationalistische verkozene in de gemeenteraad zetelde. Kort voor de Tweede Wereldoorlog keerde hij terug naar Vlamertinge. Daar zou hij uiteindelijk sterven in november 1970, op ruim honderdjarige leeftijd.

7. dokter Van Walleghem van Zonnebeke

Dokter Vincent Van Walleghem was burgemeester van Zonnebeke toen de oorlog uitbrak. Na zijn vlucht verbleef hij op de Frans-Belgische grens bij Abele. Na afloop van de oorlog vestigde hij zich in Poperinge, maar bleef actief in de gemeentepolitiek van Zonnebeke. Hij overleed in Poperinge in september 1933. 

8. poeder om te ontsmetten

Meestal gebruikt men natriumhypochloriet (NaOCl ) als desinfectiemiddel maar dit  werd en wordt uitsluitend in oplossing gebruikt. Aangezien Achiel Van Walleghem het over een poeder heeft zal het vermoedelijk chloorkalk zijn geweest of calciumhypochloriet  Ca(ClO)2 dat al zeer lang als bleek- en ontsmettingsmiddel wordt gebruikt. Door reactie met water ontstaat o.a. zuurstof (O2) dat ontsmet en chloor.

 

9. een algemeen bevel om zich te laten vaccineren

In Poperinge werd op woensdag 3 februari 1915 de bevolking aangemaand om zich te laten inenten tegen tyfus. (Bron: Baert Albert: Poperinghe tijdens den oorlog, Uit mijn dagboek, in:Devliegher Luc: Oorlogsdagboeken uit de streek tussen IJzer en Leie, Brugge, 1972)

1. valse kanonnen

Het gaat om dummies om vijandelijke waarnemers te misleiden. 

Zie de foto. 

2. versperringen

Volgens Van Walleghems beschrijving en zijn tekening gaat het om Friese ruiters, een naam die hij echter niet kent. Zie hier 

3. de Ruusschaart

Deze plaatsaanduiding leeft voort in de straatnaam Ruuschaartstraat, die loopt van Café Français naar Voormezele.  Zie hier

4. loopgraafwerkers

Met loopgraafwerkers worden de burgers aangeduid die zich lieten aanwerven door de legers om loopgraven te delven en andere karweien uit te voeren. 

5. ingelegd vlees in overvloed

Gekookt vlees in blik behoorde tot het standaardvoedselpakket tijdens de Eerste Wereldoorlog. De overvloed in het eerste oorlogsjaar was zo groot dat er zelfs wegen zouden verhard zijn met blikken vlees, zo getuigen zowel Britse als Belgische egodocumenten. Toen in 1918 de voedselschaarste zich liet voelen, zouden deze alsnog van pas zijn gekomen.

De Britse term bully beef, van Boiled Beef, vond als bollebief zelfs ingang in het dialect van de Westhoek. Bekende fabrikanten waren onder meer Fray Bentos en Libby.

6. cichoreibonen

Van de gemalen en gebrande wortels van cichorei, een plant die verwant is met witlof en andijvie,  werd surrogaatkoffie gemaakt. Naar analogie met koffiebonen sprak men van cichoreibonen.
Zie hier

1. communiceren zonder nuchter te zijn

      

Omdat de communie als nuttiging van het Lichaam van Christus met eerbied dient te gebeuren, moest men vanaf middernacht totaal nuchter blijven tot aan de communie, t.t.z. zich onthouden van eten of drinken. De richtlijnen van 1953 verplaatsten de limiet tot één uur voor de communie.     

(bron: Vandenberghe, Henri: Gewijd of Vervlogen?)

1. 100 doden

Op 28 februari hadden eenheden van de Princess Patricia’s Canadian Light Infantry, die als eersten in Vlaanderen in actie kwamen als onderdeel van de  27th Division een “succesful minor attack” uitgevoerd op de Duitse posities bij Sint-Elooi met ruim tien doden tot gevolg, nu allen begraven op de Britse begraafplaats Voormezeele Enclosure N°3 Cemetery.

Op 2 maart 1915 telt de Commonwealth War Graves Commission inderdaad meer dan 100 Britse doden, maar vooral onder eenheden van het  King’s Royal Rifle Corps.  

1. Het Lof

Godsdienstige oefening in de namiddag of de (voor)avond, die voor het uitgestalde Allerheiligste gebeurt: achter het cirkelvormige ruitje van een monstrans wordt een geconsacreerde hostie ter aanbidding, voor of boven het tabernakel, geplaatst. Er wordt gezongen en gebeden ter ere van het H. Sacrament des Altaars, de Moeder Gods en het “Tantum Ergo”. 

(bron: Vandenberghe, Henri: Gewijd of Vervlogen? op. Cit.)

1. Jules Delanotte is overleden

Jules Delanotte

1. Engelse dokters komen vaccineren

Er is een algemene inentingscampagne opgestart met als doel de tyfus-epidemie te bedwingen.Mogelijks behoorden de dokters tot de Friends Ambulance Unit, een Britse vrijwillige hulporganisatie, vooral samengesteld uit Quakers, die de plaatselijke bevolking kwam bijstaan. 

2. Herberg het Hoekje (Jules Lauwyck)

Café het hoekje stond op de hoek van de Kerkstraat met de schietstraat op een 20 tal meter van de kerk. De laatste bewoners waren de familie Vanderhaeghe. Het Hoekje werd afgebroken in de jaren 1990 en nu zijn er appartementen in de plaats. Er bestaan heel wat foto's van het hoekje en hun verenigingen.

1. De Belgische kanonniers 

zie hier

2. E.H. Reynaert

zie hier 

1. football

Voor Achiel Van Walleghem is dit iets nieuws maar in de provincie West-Vlaanderen was voetbal al enige decennia ingeburgerd. Club Brugge werd reeds in 1891 opgericht. In Ieper werd er minstens vanaf februari 1901 voetbal gespeeld nadat nagenoeg gelijktijdig de Ypersche Football Club en de Cercle Sportif Yprois ontstonden.

1. een mooie overwinning in Neuve-Chapelle

De “mooie overwinning” dient enigszins genuanceerd te worden. De Slag bij Neuve-Chapelle was het eerste Britse offensief van de oorlog en het Brits-Indiase Indian Army Corps speelde een belangrijke rol. De Britten slaagden erin met vier divisies om het gelijknamige dorp dat ze in oktober 1914 hadden moeten prijsgeven, te veroveren en te behouden maar daarna stokte de opmars waardoor het beoogde doel, de hoogte van Aubers, nooit bereikt werd. Voor een terreinwinst van twee kilometer waren 7000 Britten en 4200 Indiïers gewond geraakt. Aan Duitse zijde zijn de verliezen ongeveer even hoog.   

2. Drie bommen op Poperinge

"Vrijdag 12 maart: Rond 2 ure komen 2 d. Vliegers plotseling boven en werpen en 3-tal bommen. Een valt op de markt bij het huis van J. Notredame, te midden het volk [vrijdag is marktdag in Poperinge – nvdr]. Vijf personen op den slag gedood.: 1 belg. soldaat en 4 burgers; 25 burgers zijn gekwetst, waarvan 3 levensgevaarlijk

Maandag 15 maart: Begraving der elf slachtoffers van den bommenaanslag (..) grootsch" (Bron: Baert, op. cit.)

"12 maart zal een droevige en onvergetelijke dag blijven voor Poperinge. Rond 2 uur 30 in de namiddag vliegen er Duitse vliegtuigen over de stad en lossen 11 bommen. Verscheidene vallen op de Grote Markt en maken dodelijke slachtoffers en vele gewonden. De andere projectielen vielen in de buurt van de O.L.Vrouwe- ende St.-Janskerk. De barbaren hadden dus het hart van de stad willen treffen. Op de Grote Markt was het een afschuwelijk schouwspel: er was een bom gevallen voor het huis van J. Notredaeme, en aangezien er veel burgers op straat waren, is het vooral onder hen dat de  dood z'n slachtoffers uitkoos. Franse en Britse ambulance auto's kwamen rap op de plaats van de ramp; nadat pastoor De Jaegher de onploffing had gehoord, is die onmiddellijk toegesneld om de gewonden geestelijk bij te staan. Verscheidene mannen, vrouwen en kinderen vonden de dood. Onder de slachtoffers waren er ook een Engelse en twee Belgische soldaten. Een van deze laatsten heette Maurice Back en hij was bij het 3 de Linie (hij was de ordonnans van de betalingsofficier). De explosie had zijn twee benen afgerukt en voor  hij de geest gaf, riep hij nog: “Leve België!”. De andere Belgische soldaat kwam net aangefietst om een militair order af te geven, toen hij geraakt werd door granaatscherven; toen hij voelde dat hij zou bezwijmen, had hij nog de tegenwoordigheid van geest om naar een officier te roepen: “ Ik heb belangrijke documenten bij me: red ze!” Die twee helden moeten ingeschreven worden in het gulden boek! 

Alle huizen van de Grote Markt werden beschadigd.

In de namiddag keerden de vliegtuigen terug en gooiden weer enkele bommen.

Overal in de stad werd er een officieel communiqué uitgehangen dat de burgers aanraadde om zoveel mogelijk binnenshuis te blijven en in de kelder te schuilen van zodra er Duitse vliegtuigen in het luchtruim boven de stad zwierven.

Maandag de 15 de vond de begrafenis plaats van de 11 slachtoffers van die laffe aanval van de Fritzen: 3 soldaten en 8 burgers, Poperingenaars en vluchtelingen. Een enorme massa was toegestroomd om een gebed te lezen voor de slachtoffers en hun de laatste eer  te bewijzen. De straten liepen stampvol en de tranen biggelden aan de oogleden van de toeschouwers. De stoffelijke resten van de soldaten waren bedekt met de respectievelijke nationale vlaggen. De burgerlijke autoriteiten, Franse en Engelse, zijn present. De stedelijke brandweerlui verzekerden de ordedienst en een vliegtuig patrouilleerde op geringe hoogte boven de rouwstoet. Hoe droevig was dat alles. Na het evangelie heeft Monseigneur Ruch een indrukwekkende  rede uitgesproken en de massa die de kerk vulde was er danig door ontroerd." (bron: Depuydt, Augusta: Mon journal, Notes prises pendant la guerre 1914-1918, bewaard bij de Zusters Benedictinessen te Poperinge; vertaling: Paul-Johan Desegher, Vrienden van het Poperings Archief)

Slachtoffers:

Maurice Back
Georges Gosset
Archibald Smith
Henri Techel
Julien Roetycnk
Julien Cayzeele
Gustave Dewulf
Victor Temperville
Desiré Dehulster
Emma Descamp
Firmin Beheyt 

1. een grote steenput

Deze steenput is in 2015 nog altijd ter plaatse. : klik hier voor een foto

1. maar weinig munitie

Een tekort aan granaten was al sinds de herfst een probleem in het Britse leger. In mei 1915 zou daarover de “shell crisis” uitbreken: Zie hier . De Belgian Field Artillery dat het Britse 2nd Army bij Ieper steun verleende had daar geen kast van: zij gebruikten Franse munitie. 

Ten gevolge van de artilleriebeschietingen die met de Duitse aanval gepaard gingen, vielen er ook enkele burgerslachtoffers in Kemmel: Louise Mathilde Maes (°Kemmel 24/03/1871), 43 jaar oud en gehuwd met Cyrillus Cornelius Arnout en hun eenjarig zoontje  André Joseph Aernout (°Kemmel 18/03/1914), beiden overleden op 14 maart 1915 om 18 uur. De dag daarna, 15 maart 1915 om 19 u stierf ook de tienjarige Zoë Irma Cornelia Dequirez (°Kemmel 29/08/1904), dochter van Emile Dequiré en Marie-Louise Spillebout. (bron: Burgerstand Heuvelland)

1. Kapelstraat

Dit is de huidige Oude Bellestraat. Hier dus.  

2. Vooral Ieren: van één regiment zijn 7 officieren gevallen

3. De divisie bestaat uit 3 brigades

Een Britse division stond onder leiding van een Major-General en bestond uit drie Infantry Brigades en divisional troops (waaronder artillerie en genie). Een divisie telde alles samen zo’n 18.000 manschappen.

Een Infantry Brigade stond onder leiding van een Brigadier-General en bestond (in principe) uit vier bataljons, alles samen iets meer dan 4000 man.


4. berechtingen doe ik in het zwart

Als een gelovige op sterven lag, vertrok de priester voor de berechting. Hij droeg een witte albe en een stool, en was vergezeld van een akoliet, met bel en lamp. Met “in het zwart” zal onze priester bedoelen dat hij over zijn (zwarte) soutane geen (witte) albe droeg, om niet als schietschijf in het duister te dienen.

Een berechting is wanneer de priester de laatste sacramenten toedient. De biecht als sacrament van de verzoening of van de boetvaardigheid. De communie als “laatste teerspijze”. Het H. Oliesel of sacrament van de zieken als “onderpand van de verrijzenis”.

(bron: Vandenberghe, Henri: Gewijd of Vervlogen? op. Cit.)


1. kasseibomen

Bomen langs de steenweg ter versterking van de weg.

2. De burgemeester droogt ze ook

De burgemeester zal dus een cichorei-ast uitgebaat hebben. Daar wordt trouwens later in het dagboek naar verwezen. (Op dinsdag 27 april 1915: “Te midden van die verschrikkelijke beschieting zie ik door de open kerkdeur boer Van Haecke op zijn gemak passeren met een wagen cichoreien die hij door de dorpsplaats naar de burgemeester voerde.”)

De wortels van het witlof werden gemalen en in een cichorei-ast gedroogd. Bij minder gegoede mensen werd een deel van de koffie (of helemaal) vervangen door cichorei om koffie te bereiden. In tijden van crisis/oorlog was koffie “kwaad krijgs” en vond de term “ersatz” toegang tot ons taalgebruik.

1. een dubbel spoor op de spoorweg Vlamertinge-Poperinge

op een luchtfoto van de Brandhoek in december 1917 is dat dubbele spoor goed te zien.


2. Kemmel is zondag (14 maart) weer geweldig beschoten. Drie of vier personen gedood

Louise Maes en haar zoontje André Arnout
Zoë Dequirez

1. het kasteel van madame de Gheus

Dit is het kasteel Elzenwalle langs de Kemmelse Weg. Na de oorlog werd het in een spectaculaire moderne stijl herbouwd: Zie hier 

1. vastliggende kabelballons

zie foto

2. paastijd

In het Kerkelijk recht gaat het over de periode van Passiezondag tot en met Beloken Pasen. Drie weken dus, twee voor het hoogfeest van Pasen en één daarna. In die tijdspanne moeten de gelovigen “die tot de jaren van verstand gekomen zijn” hun Pasen houden: biechten en communiceren. De bisschop kon die tijd verlengen van de vierde zondag van de Veertig-dagentijd (dus één week vroeger nog) tot Drievuldigheidszondag (de zondag na Pinksteren!)

De beslissing van de bisschop gebeurt in functie van de paasplicht van de gelovigen. In dit geval komt er één week bij na Beloken Pasen.

(bron: Vandenberghe, Henri: Gewijd of Vervlogen? op. cit.)

3. een granaat bij Hallebast op het huis van Petrus Braem

Petrus Braem
Margriet Braem 

1. tyfuslijders 

Die werden allemaal naar het “kasteel D'Hondt” langs de steenweg naar Reningelst in Poperinge gebracht om daar “in quarantaine” verzorgd te worden. Wie toch bezweek werd daar vlakbij begraven. In het tijdschrift “SAP-pig” (van de Vrienden van het Poperings Archief, v.z.w.) van maart 2015 publiceerde Paul-Johan Desegher hierover een artikel. Het bevat een lijst van de overleden patiënten van 1915.

Marcel Verschelde 

1. Verbod aan particulieren om alcohol te verkopen aan de soldaten

Uit het gemeente-archief van Reningelst: De Belgische gendarmen hebben op 30 september 1915 een proces-verbaal opgemaakt ten laste van Wwe D.-V., landbouwster te Reningelst, uit hoofde van een inbreuk op art. 19 van de wet van 12/12/12 (dispositions concernant la tenue des débits de boissons). Naderhand heeft die dame in handen van de ontvanger der belastingen een boete betaald van 100 frank (niet mis, in een tijd dat met met centiemen rekende; wat moet haar handeltje niet opgebracht hebben?) En dat was al de tweede keer “depuis l'ouverture de hostilités” dat ze voor dezelfde feiten beboet werd.

(Stadsarchief Poperinge, briefwisseling Reningelst, 1915-16, n° 16492)


1. Kinderen al 7 maanden niet naar school en...voortdurend bij de soldaten

Ook in Reningelst was dat vanzelfsprekend geval, zoals deze voorbeelden uit de briefwisseling van de gemeente 1915-16, bewaard in het Stadsarchief Poperinge, aantonen: 

- Op 3 december 1915 richt de burgemeester van Reningelst zich – op aansporen van de inspecteur van het onderwijs – rechtstreeks tot de generaal die aan het hoofd staat van de 17 de Divisie van het Britse leger: hij beklaagt zich (in het Frans) dat het lager onderwijs voor jongens in zijn gemeente niet kan gegeven worden “faute de locaux”. Er werden al heel wat stappen gezet bij de overheid om weer te kunnen beschikken over de gemeenteschool, maar tevergeefs. (brief n° 18372)

- In een brief van de dag daarna, aan Belgische Minister van Wetenschappen en Kunsten, weer dezelfde verzuchtingen (in het Nederlands, ditmaal:) “dat de schoollokalen , die eigenlijk dienen tot Gemeenteschool, niet zullen ontruimd worden, om reden zij gedurig bezet zijn door een veldhospitaal; menigvuldige pogingen hebben alreeds sedert omtrent 2 maanden gedaan geweest bij de plaatselijke militaire overheid om de ontruiming te bekomen van de zondagsschool, maar alles was te vergeefs(..)” Tot slot neemt hij ook nog “de vrijheid u te doen opmerken dat meestal de schoolmeubelen vernield en verbrand hebben geweest door de fransche en engelsche troepen.” (brief n° 18377)

- In een brief van 18 februari 1916 aan de Kinderrechter bij de Rechtbank van Ieper, gevestigd te Watou, pleit de burgervader dat de kinderen “bijzonderlijk de meisjes, zouden verdienen in eene schoolkolonie opgenomen te worden. Ongelukkiglijk kan er op het gehucht “De Klytte” geene school gehouden worden. En van den anderen kant, de ouders die in deze moeilijke en droevige tijden eene wakende oog op hunne kinders zouden moeten houden, laten ze onbedachtelijk in de kantonnementen der soldaten rondlopen om tegen wat geld lekkernijen, cigaretten en andere kleine voorwerpen te verkoopen” (brief n° 18477)

1. de 5de divisie

De 5de divisie zal de frontsector bij Hill 60 overnemen van de 28ste divisie. In de zware gevechten van 17 april tot 7 mei 1915 zou de divisie er maar liefst meer dan 3000 man verliezen, onder meer door ondergrondse oorlogsvoering en bij gasaanvallen.

 

2. De Honourable Artillery Company

Gesticht in 1537 is de Honourable Artillery Company de tweede oudste nog bestaande militaire organisatie ter wereld (na de Zwitserse Wachten) en het oudste regiment van het Britse Leger. Haar hoofdkwartier, Armoury House, bevindt zich nog steeds bij de City of London en functioneert onder meer als regimentsmuseum en club. De HAC recruteert nog steeds onder voorname families en is onder meer geaffilieerd met enkele bekende ‘public schools’.  Zie hier

1. De kapel van De Klijte

zie foto

1. Pater Gill

zie bij 17 januari 1915

1. Aide Civile Belge

De Aide Civile Belge kwam tot stand in december 1914 en telde inderdaad nogal wat dames van stand. De organisatie zou zich vooral toeleggen op hulp aan de bevolking van de Westhoek en de aldaar verblijvende vluchtelingen. Daarom sloegen zij de handen in elkaar met de Britse Friends Ambulance Unit die reeds ter plaatse was. Uiteindelijk zou de Aide Civile Belge de hulpverlening aan de burgers helemaal overnemen van de Britten. Het eerste rapport van de Aide Civile Belge met onder meer een overzicht van de activiteiten en een lijst van weldoeners vind je hier: Zie hier 

foto 1: kaart met het werkingsgebied van de Aide Civile Belge 

2. “het liefdadigheidsgenootschap van de quakers en ze noemen zich St John’s Society”

Van Walleghem heeft het hier over de Friends Ambulance Unit en duidt hen ten onrechte als St John’s Society aan (wat een andere hulporganisatie is).  De Friends Ambulance Unit was opgericht door de Quakers, een religieuze groepering die zich verzet tegen geweld. Georganiseerd in Sections Sanitaires Anglaises hielpen deze vrijwilligers Franse gewonden evacueren tussen Nieuwpoort en Ieper. Hun naam maakten ze echter vooral door de hulpverlening aan de inwoners van Ieper en omstreken. In nauwe samenspraak met mensen van ter plaatse waren ze actief op heel wat vlakken: dringende medische hulpverlening, hygiene en preventie,  drinkwatervoorziening en het evacueren van gewonden en hulpbehoevenden Op 1 december richtten ze in Ieper een noodhospitaal op dat later naar Poperinge verhuisde. Na verloop van tijd werd hun taak overgenomen door de Aide Civile Belge dat vooral uit Belgische vrijwilligers bestond.

foto 2: leden van de Friends Ambulance Unit – en van de Aide Civile Belge ? – aan de picknick bij een ambulancewagen

3. gravin van den Steen de Jehay

Het gaat om Maria van den Steen de Jehay, geboren de Villegas de Saint-Pierre (1870-1941) waarvan een levensbeschrijving en meer foto’s te vinden is op Zie hier :

foto 3: Maria van den Steen de Jehay

4. gravin d’Ursel

Het gaat om gravin Louise d’Ursel (1886-1956).

foto 4: Louise d’Ursel

5. St. John’s Society ten dienste stellen van het leger

Opnieuw vergist Van Walleghem zich in de naam en bedoelt hij de Friends Ambulance Unit die inderdaad met enkele Sections Sanitaires Anglaises het Franse leger bijstond bij de evacuatie van gewonden.

foto 5: Een ambulance van Section Sanitaire Anglaise 19

6. Poperinge Elisabeth

Het gaat om het Elisabethhospitaal in Poperinge. Zie de noten bij “het Elisabethgasthuis” op 23 februari 1915

7. Ieper H. Hart

Het gaat om het Heilig Harthospitaal in Ieper. Zie de noten bij “het zothuis van Ieper” op 23 februari 1915

8. in Saint-Omer

Het gaat over het hospitaal La Malassisse in Longuenesse bij Saint-Omer

9. in Montreuil

Het gaat om de Chartreuse, de oude Kartuizerabdij nabij Neuville-sous-Montreuil die zijn deuren voor de Belgische vluchtelingen had geopend. Op 20 april 1915 zou een deel van het complex ingericht worden als  Belgisch militair hospitaal onder leiding van dokter Jonlet. De dagelijkse organisatie van de instelling werd waargenomen door aalmoezenier Plouvier. Hij had ook de leiding over de Belgische schoolkolonie die er werd ondergebracht en uitgroeide tot een van de grootste in Frankrijk.

Ongeveer 3000 Belgen hebben in de Chartreuse verbleven waarvan er 600 stierven, voornamelijk vanwege de tyfusepidemie. De laatste vluchtelingen verlieten de Chartreuse in april 1919.

Er worden door de kleine equipe van de Chartreuse grote inspanningen geleverd om alle Belgen die er verbleven in kaart te brengen. Tot november 2018 loopt er in dit immense en prachtige gebouw een fototentoonstelling over het wedervaren van de Belgische vluchtelingen tijdens de Eerste Wereldoorlog: Quand la Chartreuse était Belge. Zie hierZie 

foto 6: de Chartreuse van Montreuil

10. schoolkolonies

Naarmate de oorlog vorderde, opteerde ook de Belgische overheid in navolging van privé-initiatieven,edeneuville.org om zoveel mogelijk kinderen zonder hun ouders uit de frontstreek te evacueren naar het buitenland. Vanaf de lente van 1915 werden Belgische schoolkolonies ingericht. Op 15 mei 1915 vertrok een eerste transport van ongeveer 300 kinderen naar een schoolkolonie bij Parijs. Ze werden met legervoertuigen opgehaald en naar het station van Veurne gebracht. Aan de treinhalte in Adinkerke overhandigde Koningin Elisabeth nog een reep chocolade. De trein reed verder over Calais en anderhalve dag later rolde die Parijs binnen. De kinderen werden met autocars naar Saint-Sulpice, naar een leegstaand priesterseminarie gebracht, waar ze medisch onderzocht werden.

In de daaropvolgende maanden werden 6.000 jongens en meisjes tussen drie en zestien jaar naar schoolkolonies in Frankrijk en Zwitserland overgebracht. Deze kinderen gaan de geschiedenis in als Les Enfants de l’Yser. Er werd geen moeite gespaard om van de schoolkolonies een goed alternatief te maken: de kinderen waren er veilig, verblijf en onderwijs waren gratis en meestal stonden vertrouwde Belgische onderwijzers of kloosterzusters in voor opvoeding en onderwijs naar Belgisch leerplan.

De reacties op dit gedwongen verblijf in het buitenland, soms gedurende vier jaar, ver van hun familie, waren zeer verschillend. Een aantal kinderen beleefden de tijd van hun leven, anderen werden verscheurd door heimwee of hadden te leiden onder het strenge regime.

Nog tot april 2016 loopt er een tijdelijke tentoonstelling in het Onderwijsmuseum van Ieper over het lot van de Belgische kinderen tijdens de Eerste Wereldoorlog, zie hier

1. Exercitieplein

Dit is de omgeving van het kruispunt van Dikkebusseweg en Marshofstraat, nabij “Het Hoeveke”.

2. Het kasteel van meneer Verschoore

Dit kasteel langs de Dikkebusseweg, ook wel Kasteel Durutte of Crakeelken genoemd en door de Britten tijdens de Eerste Wereldoorlog als “White House” aangeduid, was gebouwd rond 1865. In 1914 was het bewoond door  de Ieperse lijnwaadhandelaar Edouard Verschoore-Coucke. Het landhuis zou volledig vernietigd worden tijdens het Duitse Lenteoffensief van 1918. Na de oorlog verrees op die plek een hoeve en vlakbij kwam er een watertoren. Een afbeelding vindt u hier: Zie hier :

3. de tramlijn

Tot na de Tweede Wereldoorlog doorkruisten vele “buurtspoorwegen” de streek. Door Dikkebus passeerde de tram niet. De dichtstbijzijnde lijn liep van Ieper over Voormezele via Kemmel naar Steenwerck of Waasten. Ieper werd door verschillende tramlijnen doorkruist. Zie foto 1

4. Ieper, begin april 1915

Foto 2 : luchtopname van Ieper in maart 1915

Foto 3 : de Ieperse stationsomgeving, begin april 1915

Foto 4: de Sint-Niklaaskerk in Ieper, later in de oorlog 

5. het zothuis voor de vrouwen

Foto 5

Hiermee wordt het Heilig Harthospitaal bedoeld. Dit neogotische gebouw langs de Poperingseweg was pas in 1900 in gebruik genomen, terwijl het psychiatrisch hospitaal voor mannen in de Lange Toprhoutstraat bleef. Op 20 november 1914 werden personeel en patiënten geëvacueerd naar Perray-Vaucluse en werd de dynamische smid en latere schepen Gustaaf Delahaye tot toezichthouder van het complex aangesteld. Van zijn hand is een uitstekend dagboek over de gebeurtenissen in Ieper in het eerste oorlogsjaar, verschenen in J. Geldhof (Ed.). Oorlogsdagboeken over Ieper (1914-1915). Eerste Deel. Brugge, Genootschap voor Geschiedenis, 1974, pp. 123-273. 

Inmiddels was het Onze-Lieve-Vrouwehospitaal aan de oostzijde van de Grote Markt onbruikbaar geworden waardoor er in de belegerde stad geen ziekenhuis meer voorhanden was.   Door de vlucht van de burgemeester, de schepenen en de meeste raadsleden was de bevolking overigens aan haar lot overgelaten. Op 1 december 1914 vroeg Camiel Delaere, de pastoor van de Sint-Pietersparochie, aan Geoffrey Winthrop Young of de Friends Ambulance Unit (zie noot bij 30 maart 1915) niet konden instaan voor het organiseren van een nieuw burgerlijk hospitaal. Een dag later reeds werd een ongebruikte zaal van het psychiatrische ziekenhuis Heilig Hart, gelegen aan de westrand van de stad, ingericht en kon men er de eerste dertig patiënten ontvangen. Na het uitbreken van de Tweede Slag bij Ieper met de Duitse gasaanval van 22 april 1915 werd het Heilig Harthospitaal geëvacueerd en met het verdwijnen van de laatste Ieperlingen uit de stad eindigden ook de activiteiten van de Friends’ Ambulance Unit aldaar. In de verdere oorlogsjaren zou het gebouw steeds meer vernietigd worden maar na de oorlog werd het identiek heropgebouwd om in 1928 weer in gebruik te worden genomen. Tot op vandaag functioneert het als psychiatrisch ziekenhuis.

 

6. het kasteel van meneer Vandenpeereboom

Dit is het kasteel Frezenberg, ook soms Marshofkasteel genoemd, in de Marshofstraat. Nadat hij het kasteel geërfd had, liet senator Paul van den Peereboom er verschillende verbouwingen uitvoeren ern het kasteelpark heraanleggen. Het gebouw deed onder meer dienst als hoofdkwartier voor Franse eenheden en voor de Belgian Field Artillery (zie noot bij 20 februari 1915) die aan de oorsprong ligt van de Britse naam Belgian Chateau”. De oorlogsbeschadigingen konden hersteld worden maar de familie Van den Peereboom keerde er niet meer terug. De eigenaar schonk het complex aan een kloosterorde en anno 2015 is er nog altijd een slotklooster voor ontgeschoeide karmelietessen (“Arma Klaren”) gevestigd. Een foto van het kasteel vindt u hier:
Zie hier

1. paasavond

Paaszaterdag, ook Stille zaterdag is de vigiliedag van Pasen

Tijdens de liturgie, o.a.:
- de wijding van de paaskaars (het nieuwe vuur)
- de wijding van het water, in de kerken waar er een doopvont is

2. wijwater

Wijwater is het symbool van de geestelijke reinigingsoffer. Wijwater wordt gebruikt bij bijna alle zegeningen, ook door de gelovigen thuis (bij het opstaan, slapen gaan..) waartoe in de vertrekken een wijwaterbakje opgehangen werd; ook bij zwaar onweer werd rond het huis gegaan met een palmtakje dat in wijwater gedrenkt was, om de gebouwen te besprenkelen. Na de wijding werden er in het kerkportaal bekkens vol wijwater geplaatst, waaruit de gelovigen zich kwamen bevoorraden. 

(bron: Vandenberghe Henri: Gewijd en vervlogen, op. cit.)

1. St.- John’s Society

Waarschijnlijk heeft Achiel Van Walleghem het hier opnieuw over de Friends Ambulance Unit (zie noot bij 30 maart 1915). Minder waarschijnlijk is dat het inderdaad om een actie ging van de St.-John Ambulance. 

1. De prijs van de winkelwaar wordt uitgeplakt.

Zowel in het bezette land, als in onbezet België kwam de voedselvoorziening steeds meer onder controle te staan en werd de prijszetting van hogerhand bepaald om woeker tegen te gaan. Zie hiervoor Brecht Demasure: Boter bij de vis: landbouw en voeding tijdens de Eerste Wereldoorlog. Leuven, Davisdfonds, 2014, 278 p.   

Foto : aanplakbiljet met voedselprijzen van de gemeente De Panne, januari 1916 (Provinciaal Archief West-Vlaanderen) 

1. het huis van Desmarets (het kasteeltje)

Hallebast was een heerlijkheid dat zich uitstrekte ten zuiden, ten westen en ten noorden van Dikkebus en ook deels over Vlamertinge. Het bezat een eigen schepenbank en baljuw. Het kasteel van Hallebast bevond zich in de driehoek Dikkebusseweg-Bellestraat-Hallebaststraat. Al voor de Eerste Wereldoorlog was het nagenoeg verdwenen. Wel stond de kasteelhoeve, bewoond door Arthur Desmarets er nog. Na de oorlog werd die niet heropgebouwd.

Foto 1: De in 2000 opgerichte KSA van Dikkebus draagt de naam Hallebast en heeft een afbeelding van het oude kasteel in haar schildje opgenomen. 

2. Wel 25 burgers gedood

Foto 2 : overzicht van in dagboeken en rapporten geregistreerde granaatinslagen in Ieper tussen 31 maart en 9 mei 1915. 

Foto 3: Het gezin van Arthur Desmarets op de drempel van hun hoeve, april 1915

1. hard gevochten op het Belgische front

Op 6, 7 en 8 april 1915 werd de hele 6de Legerdivisie van het Belgische leger zwaar beschoten. De divisie bevond zich dan in de sector Steenstrate, dus inderdaad ten noorden van Boezinge. Op 9 april 1915 voerde een compagnie van de Grenadiers een raid uit op de Duitse stellingen aan de overzijde van het kanaal IJzer-Ieper bij Steenstrate en werd er een bruggenhoofd gevestigd op de andere oever.

1. In de namiddag heeft een Duits vliegtuig bommen geworpen op Poperinge

"Om 5 ure laten 2 Duitse vliegers 6 of 7 bommen vallen. Eén in de hof der Zrs. Benedictinessen en een te midden de Casselstraat die ongelukkiglijk veel slachtoffers maakt. Doden: 3 Engelse soldaten, 2 gebroeders Lefever, dochter J. Brabandts en dochter der Wwe Sohier, ook nog een vreemd meisje." (dagboek Albert Baert)

slachtoffers:

Reginald Harry Daynes
Alfred James Brown
Marcel Lefever
Medard Lefever
Agnes Brabants
Martha Sohier
Laura Vercamer
Jeannette Vercamer 

1. de oude straat Ieper-Kemmel

Dit is de huidige Kriekstraat. 

1. Duitsers doen eerste lijn van de Engelsen springen

Op 14 april om 23u15 deden de Duitsers een ondergrondse dieptemijn springen onder de Britse frontlijn bij Sint-Elooi, gevolgd door een zware beschieting. De britse artillerie antwoordde en de mijnontploffing werd niet gevolgd door een infanterieaanval.

2. Nog Franse soldaten komen aan en passeren door Poperinge

“Le mercredi 14 jusqu'au 16 beaucoup de troupes françaises se rendent au front, également beaucoup d'Anglais, de Canadiens et d'Ecossais.”

(bron: Augusta De Puydt: Mon journal.  Notes prises pendant la guerre 1914-1918)

Woensdag 14 april – Franse autobussen met zouaven en turcos trekken op. 4 groote fr. kanons terug. Gansch den dag autobussen met eng. op. Ook fr. muilezels met mitr. op. Gansch den dag Canadezen met wagens, kanons, munitie, ovens, schuiten, enz. 't Was zonder einde of voorgaande.

Donderdag 15 april - (..) Een 100 tal autobussen met fr. zouaven op, verders nog veel beweging heen en weer. Eigenaardig: de fr. zouaven thans in kakhi gekleed. 

Vrijdag 16 april - (..) We zijn weer ten volle in Parijs of Londen. Auto's, autobussen, cars, wagens, munitie, voorraad, heen enweer op twee en soms op 3 rijen. Een honderdtal autobussen met Canadeezen en Schotlanders. Nog eng. kanons en voorraad op.”

(bron: Albert Baert: Poperinghe tijdens den oorlog. Uit mijn dagboek)

1. De evenredigheid is 10 Engelsen tegen 1 Belg en 1 Fransman

Achiel Van Walleghem merkt dus in het straatbeeld achter het front hoe de Ieperboog meer en meer overgenomen wordt door Britse eenheden. Die namen vanuit het zuiden van de Salient steeds meer frontsectoren over.

2. Vlamertingestraat

De straatnaam werd na de fusies veranderd in Zorgvlietstraat.

3. Een brigade Canadezen

Het gaat om troepen van de 1st Canadian Division. Die nam tussen 14 en 17 april 1915 het front over van de Franse 11de divisie aan beide zijden van de Stroombeek. Aan de Brugse weg, zowat een kilometer ten zuidwesten van Poelkapelle maakte de 3de Brigade van de Canadezen de verbinding van de Algerijnse 45ste Divisie. Rechts daarvan bezette de Tweede Canadese Brigade het front terwijl de 1ste Brigade in reserve in Vlamertinge bleef.

4. Het vuur, het zwaard en het vergif van de vijand

Deze zin is duidelijk op een later tijdstip  toegevoegd. Achiel Van Walleghem kijkt hier immers vooruit naar de gebeurtenissan van 22 april 1915 wanneer de Duitsers voor het eerst gas zullen inzetten en de Canadezen in de daarop volgende tegenaanvallen en gasaanvallen zullen betrokken worden. 

1. om 18 uur wordt een kolonel begraven

De Namenlijst: James William Alston

2. een aanval langs de kant van Zillebeke

Het gaat om een grote Britse aanval op Hill 60. De Duitse posities op de top van de heuvel werden kort na 19u op 17 april 1915 door vijf dieptemijnen opgeblazen waarna een compagnie van 1/ Royal West Kent Regiment de heuvel bestormde en innam. Tot 5 mei 1915 zou Hill 60 de scene van bijzonder bloedige gevechten zijn.    

1. pater Gill

zie de noot bij 17 januari 1915

2. De hutten van de Canada

Dit was een kamp aan “de Canada”, het kruispunt van de Steenakkerstraat en de Ouderdomseweg. In april 1916 zou het kamp ontruimd worden na hevige beschietingen. 

3. De Belgische aalmoezenier Peeters, missionaris van het H. Hart

Het gaat om Charles-Gustave Peeters (Borgerhout 12 augustus 1867-Buggenhout 3, augustus 1930). Peeters was aanvankelijk, vanaf 12 augustus 1914, brancardier bij het Rode Kruis om op 3 maart 1915 tot aalmoezenier 2de klas aangesteld te worden. Hij diende vanaf 5 maart 1915 bij 7th (later 13th) Belgian Field Artillery : Zie G. De Win: Belgische Legeraalmoezeniers 1914-1918. s.l., s.d., 197 p.

1. Klein Brussel

Is de naam die werd gegeven aan het gehucht op het kruispunt van de Kleine Windeweg met de Windeweg: hier.

2. de Razelput

Door Dikkebussenaren ook Razelpuit genoemd. Dit is het kruispunt tussen de Kerkstraat en de Hallebaststraat: hier.

Rasen: dol zijn (van liefdesdrift), dus: een waterput waar kikkers luidkeels te keer gaan
(bron: Verwijs & Verdam)

1. bezoek om 15.15u.

zie index van persoonsnamen:

  • onderpastoor van Reningelst: zie index Dermaut, Achiel B.
  • pastoor van De Klijte: Callewaert, Petrus E. A.
  • Elie Delanghe, Elie: priester-leerkracht van het college van Veurne (geboren in Reningelst)

2. Marmieten

Een marmiet is de naam gegeven aan een grootkaliber traagvliegende granaat of mortierbom. (Tony De Bruyne: Soldatentaal 1914-1918. Aartrijke, Uitgeverij Emiel Decock, 1994, p.121.) . D eterm komt van het Franse marmite : (zware) kookpot. 

1. 4 Duitse vliegtuigen werden deze dagen neergeschoten

Norman Franks, Frank Bailey & Rick Duiven: Casualties of the German Air Service 1914-1920. London, Grub Street, 1999 vermeldt in de periode voorafgaand aan 22 april alleen het neerhalen van een vliegtuig van FA 40 bij Steenstrate waarbij de piloot Wilhelm Wohlmacher omkomt en observator Joseph Seeboth krijgsgevangen genomen wordt.

2. vergadering van de generaal en de voornaamste officieren

Het gaat allicht ofwel om Major-General Thomas Morland (bevelvoerder van de 5th Division ) ofwel Major-General Aymer Haldane (commandant van de 3th Division) of om een brigadegeneraal (Brigadier-General) en hun staf.

3. Maandag is de vliegenier Garros neergedaald in Ingelmunster….

Roland Garros (6 oktober 1888 - 5 oktober 1918 ) was een bekende Franse luchtpionier en gevechtspiloot. Op 18 april 1915 kwam hij met zijn vliegtuig boven het Sterrebos in Rumbeke in de problemen. Hij deed een noodlanding aan de grens van Ingelmunster en Hulste en trachtte zijn vliegtuig te vernielen. Dat was immers uitgerust met een technologische nieuwigheid waarmee hij door met een mitrailleur door de propeller heen kon schieten. Na zijn noodlanding werd hij gevangen genomen door de Duitse troepen. Na een paar jaar gevangenisstraf kon hij ontsnappen en vluchtte hij naar Frankrijk om terug het leger te vervoegen. Hij stierf in oktober 1918 toen zijn vliegtuig boven de Ardennen werd neergehaald. In 1928 werden de Open Franse Tenniskampioenschappen naar hem vernoemd.

In zijn dagboek vermeldt de Poperingenaar Albert Baert hem al op zaterdag 17 april: “(..) Op 't vliegplein zijn thans 10 eng. en 12 fr. vliegers, waaronder Garros (..)". Zijn eerste vermelding van dat vliegveld langs de Elverdingesteenweg vinden we op woensdag 14 oktober 1914: “ (..) 4 Vliegmachienen komen toe en vallen bij de hofstede Delaleau, waar een vliegplein opgericht werd. 10 Engelsche auto's met vliegmachienen, materiaal, enz. (..)”

Foto 1: Roland Garros in Duitse gevangenschap, april 1915 (In Flanders Fields Museum). 

1. foto’s van de loopgraven, genomen uit een vliegtuig, en door een generaal in De Klijte achtergelaten

We konden geen Britse luchtfoto’s van de zuidelijke Ieperboog in april 1915 terugvinden. Wel is het inderdaad zo dat de luchtfotografie van langsom meer toegepast en gebruikt werd. Opvallend is ook de slordigheid van de hogere officier die de foto’s achtergelaten heeft, en dat terwijl Achiel Van Walleghem en andere dagboekschrijvers het dikwijls hebben over de “spionitis”, de achterdocht vanwege Britse militairen ten opzichte van Belgische burgers.

foto 1: Britse panoramafoto vanuit een hoeve in Voormezele op Wijtschate, lente 1915. De Duitse eerste lijn aan de rand van Bois Quarante (Bayernwald) is goed te zien. Dit zicht bekijkt Wijtschate vanuit het noorden, terwijl Achiel van Walleghem vanuit het westen kijkt.

2. het stukgeschoten gesticht

Met de erfenis van Charles Godtschalck richtten de burgerlijke godshuizen van Ieper  in Wijtschate een landbouwschool op, waar er ook plaats was voor weesjongens. De bouw van dat Sint-Josephsgesticht begon in 1905 en werd voltooid in 1911. Deze voor die tijd moderne landbouwschool werd tijdens de Eerste Wereldoorlog volledig vernield en niet meer heropgebouwd. Vandaag bevindt zich op die plek in de Vierstraat de sportvelden en de sporthal van Wijtschate.

Foto 2: De landbouwschool van Wijtschate voor de Eerste Wereldoorlog.

3. Kasteel van Godtschalck

Dit kasteeltje behoorde toe aan de Waastense familie Godtschalck, niet verwant met de weldoener van de landbouwschool. Omwille van de bouw in rode baksteen werd het door de Britten als Red Chateau aangeduid. Het kasteel werd volledig vernietigd en nooit heropgebouwd. In een weide in de Vierstraat in Wijtschate zijn echter nog sporen van de kelder te zien.

Foto 3: Het Kasteel Godtschalck in Wijtschate voor de Eerste Wereldoorlog

4. Hollandse Schuur

Hollandse Schuur is de naam van een opvallende en grote hoeve langs de huidige Vierstraat in Wijtschate. De boerderij werd na de oorlog heropgebouwd maar wordt nu omgeven door drie grote mijnkraters, daterend van 7 juni 1917.

Foto 4: Hollandse Schuur op een hedendaags luchtbeeld

5. de Polka

De Polka is het kruispunt van de huidige Kemmelstraat (N331) en de Wijtschatestraat-Reningelststraat (N304) : Zie hier :

6. Engels kerkhof naast het kasteel van Kemmel

Het kasteel van Kemmel lag ten noorden van de Reningelststraat (nu domein Geelhand de Merxem) en mag dus niet verward worden met kasteel De Warande. De begraafplaats waar Achiel Van Walleghem het over heeft is Kemmel Chateau Cemetery. Volgens de Commonwealth War Graves Commission dateren slechts 245 graven van voor 22 april 1915. Indien Achiel Van Walleghem niet overdrijft in zijn schatting, waren er toen heel wat Franse graven en graven van onbekenden.   Zie hier :  

7. In de avond zelf hoort men reeds eigenaardig nieuws.

Hier zinspeelt Van Walleghem om het gebruik van strijdgassen dat die avond voor het eerst plaatsvond en waar hij het op 23 april 1915 uitgebreid over heeft. 

1. giftig gas

Met de gasaanval van 22 april 1915 begint de Tweede Slag bij Ieper. Het gebruikt gas was het verstikkende chloorgas, zie hier :   

foto 1: slachtoffers van het gas op 22 april 1915

1. beschieting van Poperinge

 “ Le samedi 24 avril: Poperinghe fut bombardé par les canons du front! Oh! Jour triste et inoubliable! - Ce samedi matin vers 8 h nous entendîmes un coup, suivi d'une espèce de sufflement et d'une explosion: C'étaient les canos allemands et.. une vingtaine d'obus tombèrent sur la ville – ils venaient, les barbares, d'atteindre jusque la dernière limite du pays. Quel affolement! Nous espérions être préservés de cette chose affreuse: le bombardement, mais hélas! (..) Vers 10 h  le bombardement cessa. La panique est grande en ville et beaucoup d'habitants s'enfuient. C'est un spectacle des plus tristes à imaginer (...)”
(bron: Augusta De Puydt: Mon journal, op. cit.)

2. Een Duits vliegtuig wordt neergeschoten op Voormezele

Norman Franks, Frank Bailey & Rick Duiven: Casualties of the German Air Service 1914-1920. London, Grub Street, 1999 vermelden geen slachtoffers van de Duitse luchtmacht bij Voormezele (en omgeving) voor 24 april 1915.

3. In de namiddag trekken zeer veel troepen door Poperinge

 “Er komt nog altijd versterking toe. Op straat is het ongehoord en zonder einde, gansch den dag zooveel de straten maar zwelgen kunnen. Altijd maar eng. en  fr. soldaten, ravitaillement, munitie, enz. Ook maar gedurig treinen op met soldaten. De ambulancen zijn teruggekeerd en er worden veel gekwetsten ingebracht (...)”
(bron: Albert Baert: Poperinge tijdens den oorlog, op. cit.)

4. Ook veel Indiërs trekken langs Ouderdom.

Na de eerste gasaanval van 22 april waren de Duitse troepen een stuk dichter bij Ieper geraakt. Ondanks de Canadese tegenaanvallen van 23 en 24 april 1915 was er nog geen nieuwe doorlopende geallieerde eerste verdedigingslijn. Opnieuw werd op het Brits-Indiase Legerkorps een beroep gedaan om een gat in de lijn te dichten. Op 24 april marcheerde de Lahore Divisie vanuit haar sector bij Neuve-Chapelle noordwaarts om ten laatste tegen de ochtend van 25 april aan te komen in Ouderdom, een gehucht tussen Reningelst en Vlamertinge. Bij aankomst waren de mannen doodop. Ze hadden een etmaal gemarcheerd door een bijwijlen heuvelachtig landschap over kasseiwegen die glibberig waren door de regen. Slechts eenmaal hadden ze een korte rustpauze gekregen. De daaropvolgende dagen zou de Lahore Divisie in de buurt van het gehucht Wieltje, ten noordoosten van Ieper, een reeks erg bloedige aanvallen uitvoeren.

Aan de aanwezigheid van Brits-Indiase troepen op Ouderdom herinnert een perceel moslimgraven op Grootebeek Military Cemetery.

Foto 1 : graven van Brits-Indiase soldaten op Grootebeek Military Cemetery in Ouderdom.  

1. Kolfvaart

De Kalfvaart is een straat ten noordoosten van het Ieperse stadscentrum. De naam werd en wordt ook gebruikt om de hele wijk aan te duiden: Zie hier

2. Zo waren de laatste dagen van Ieper

 Terwijl de Tweede Slag volop aan de gang was, werden de inwoners van Ieper door de mi­litaire overheden noodgedwongen geëvacueerd. De laat­ste burgers verlieten op 9 mei 1915 de stad.

3. Vandaag vallen granaten op Poperinge… 4 zusters worden doogeslagen                

“Vers 2 1/2 h de l'après-midi il y eut un bombardement terrible sur la ville. – Chacun s'élance dehors, ferme volets et fenêtres et on sent que la mort plane sur la ville. C'était juste au moment où la ville était pleine de mouvement et notre rue (Gasthuisstraat) était bondée d'autos, de chariots, de ravitaillement. Un gros obus tombe presque en face de chez nous dans la Brasserie Ryspeert, emportant une partie de la façade, tuant des chevaux, arrachant les fers de leurs pattes et les jetant jusque devant notre maison. Un autre obus tombe dans une salle de l'hôpital (même rue) et y fit malheureusement onze victimes, parmi lesquelles 3 religieuses, infirmières du dit hôpital: Sr. Aleysia, Sr. M. Lacite (?), Sr. Marie-Jeanne et une soeur réfugiée de Deynze
(bron: Augusta De Puydt: Mon journal, op. cit.)

In de registers van de burgerstand van Poperinge van 25/04/1915 staan ze natuurlijk genoteerd met hun naam “in de wereld”
Maria Taillieu
Celina Bertier
Josephina Maria Victorina Cornelia Delbaere 
Octavia Staelen

                                           

4. Buitengewone passage van troepen

 “ La nuit entre le samedi 24 et dimanche 25 avril (..) nous n'entendîmes que le cliquetis d'armes et les pas des chevaux qui passaient toute la nuit.”
(bron: Augusta De Puydt: Mon journal op. cit.)

“Nog buitengewone beweging. Er komen gedurig fr. zouaven en senegaleezen toe. Soms was het vervoer weer op drie tot vier rijen. Ook nog fr. kanons op. Honderden gekwetsten ingebracht. De eng. cavalerie keert terug. Eng. en fr.  kanons op”
(bron: Albert Baert: Poperinge tijdens den oorlog, op. cit.)

 

1. Schrapnels boven de Melkerij, verzamelplaats van de burgers-loopgravenwerkers

Zie De Namenlijst:
- Omer Barra
- Jerome Cnockaert
- Achiel Van Oudendycke

Foto 1: de voormalige melkerij van Dikkebus.

De straatnaam Melkerijstraat in Dikkebus herinnert hier nog aan.

2. Kampcommandant

Het gaat om de Britse town major die de goede gang van zaken in het dorp, waaronder de verhouding tussen militairen en burgers, moest regelen. 

1. …. granaten op Poperinge. Bijna niemand is er gebleven.

 “Maandag 26 april – Dezen nacht veel beweging en hevig geschut. (..) De beweging is zonder einde: veel eng. Hindous op. Om 5 u komen duitsche vliegers boven en …. wij krijgen 15 obussen van 380 op de stad. Br.. (..) Schrik en angst, iedereen gaat op de vlucht. Wij slapen in de kelders, ten hoogste met 500 burgers in gansch de stad.     Rond 10 1/2 krijgen wij weer vier groote marmieten. Het kanongebulder is schrikkelijk. Nooit beleven wij nog zulke nacht. De ambulances en Et. Majors trekken allen weg.

Dinsdag 27 april – Het overige van de bevolking trekt weg. De stad is akelig en doodsch met geslotene vensters en deuren en verlatene straten (..) Er rijden geen treinen meer tot Poperinge.”
(bron: Albert Baert: Poperinge tijdens den oorlog, op. cit.)

2. Herberg De Zwaan

Foto: Op deze postkaart uit 1910 zien we links voorbij de pastorie het dak en de voorgevel van herberg De Zwaan. 

3. En mijn zuster

Het gaat dus om Hélène Van Walleghem die inwoonde bij haar broer.

4. 7 shrapnels op de dorpsplaats

De vier slachtoffers zijn:
John Sanders
Peter Denton
William Dyer
William John Stevens

 

 

 

1. de pastoor van Vlamertinge

Zie index van persoonsnamen: Lambaere, August

1. Men zegt dat deze nacht 2 generaals in Sint-Jan gesneuveld zijn.

Behalve de datum heeft Van Walleghem het juist:

Brigadier General James Foster Riddell (26/04/1915)zie hier5/ > foto 1

Brigadier-General Julian Hasler (27/04/1915)
zie hier > foto 2

2. Maria Vandepitte

Maria Vandepitte

1. de Razelput

Zie bij 19 april 1915, noot 2

2. De jongens van Dikkebus spelen football

Zie de notitie bij 10 maart 1915

3. raaploofbloemen

waarschijnlijk koolzaad of raapzaad.

4. Bijenmelkers

Bijenmelker (biemelker) is een oud West-Vlaams woord voor imker / bijenhouder.

1. de meimaand

De meimaand is specifiek aan Maria toegewijd (Mariamaand). Men ging (gaat nog) op bedevaart naar de grot op de Rode Berg of die van Sint-Sixtus.  De zaterdagavond kwamen de omwonenden samen bij een kapelletje om de rozenkrans te bidden en een van de Vlaamse Maria-liederen te zingen.

1. E.H. Vandercam

Het gaat om Paul Guillaume Vandercam (°1884) en adjunct-aalmoezenier 2de klasse toegewezen aan Groep Artillerie van de 19de Gemengde Brigade.

2. verstikkend gas

Het ging om een chloorgasaanval tegen de Britse 4th Division in het noorden van de Ieperboog tussen de Fortuinhoek (Sint-Juliaan) en Turco Farm.  

1. Spenninck

Het gaat om Jules Spenninck. 

foto: bidprentje van Jules Spenninck. 

2. Bergstenen

 Is de naam die in de Westhoek gegeven wordt aan ijzerzandsteen, de roodbruine steen die in de “West-Vlaamse bergen”, de getuigenheuvels (uit het Diestiaan), aangetroffen wordt. De steen werd o.a. aangewend in de bouw van de voorgevel van de St-Vedastuskerk van Reningelst en van de St-Pieterskerk te Ieper, en vooral in de Lourdesgrotten van de Rode en Zwarte Berg en in heel wat imitaties daarvan in privé-tuintjes in de streek.

foto: De Scherpenberg net voor de Eerste Wereldoorlog

1. verstikkend gas aan Hill 60

In de ochtend van 5 mei 1915 gingen de Britse posities op Hill 60, die op 17 april 1915 veroverd waren, opnieuw verloren nadat de Duitse troepen er de gasflessen (opnieuw) openden. Onder meer omdat de gaswolk erg geconcentreerd werd en er de hele dag doorlopend gas gelost werd, konden Britse troepen de heuvel niet meer heroveren. Tot 7 juni 1917 zou ze in Duitse handen blijven.

2. De Engelsen oordelen dat hun posities daar te gevaarlijk zijn omdat zij te smal zijn

Van 1 tot 3 mei 1915 trokken de Britse troepen in het oosten van de Ieperboog zich enkele kilometers terug tot op de beter verdedigbare “Frezenberg line”. Toch zouden ze op 8 mei en volgende dagen nog een stuk verder achteruit geslagen worden.

3. Een van hen die het laatst de stad verlieren, was E.H. Delaere

Dit fragment heeft Achiel Van Walleghem later toegevoegd. Pastoor Camiel Delaere verliet immers pas op 9 mei 1915 de stad Ieper, zoals ook geschreven wordt in het dagboek van zuster Margriet:

“13 u.  Een officier op een motor komt ons verwittigen dat het tijd is om Ieper te verlaten. (..) We moeten vertrekken voor 14 u. (..) in Poperinge zal meneer pastoor in de dekenij verblijven .”

(bron: Oorlogsdagboek van een Ieperse kloosterzuster Margriet-Marie (Emma Bonquet), oktober 1914 – mei 1915, uit het Frans vertaald en van commentaar voorzien door André Gysel, Snoeck-Ducaju & zn, Gent, 2002)


4. Het is triestig voor veel van onze boeren

Ook in Reningelst zijn er analoge klachten. In een brief van 4 december 1915 beklaagt  Maurice Kestelijn , die boerde in de omgeving van de Kasteelmolen, zich over de schade veroorzaakt door de Britse troepen aan zijn veld waar hij rogge ingezaaid had. En de burgemeester gaat verder in naam van de andere landbouwers, die verbitterd zijn dat hun velden verwoest worden door de inkwartieringen door soldaten. “Als deze situatie aanhoudt, dan is het zeker dat alle akkers niet op tijd zullen kunnen bewerkt worden en bijgevolg geen enkele oogst zullen opleveren." (Stadsarchief Poperinge,  Briefwisseling Reningelst, brief n° 18375, gericht aan de Claims Commission of the British Army in the field te Boulogne-sur-Mer, vertaling uit het Frans door Paul-Johan Desegher)

Op 19 januari 1916 voorziet de burgemeester dat een groot aantal hektaren ten zuidoosten van De Klijte verwaarloosd zullen blijven liggen als gevolg van de soldatenkampen, de aanleg van verdedigingswerken en van spoorlijnen. Bovendien klagen de boeren erover dat de korenvelden erg beschadigd worden doordat de   troepen er onbezonnen dwars doorheen lopen. (Stadsarchief Poperinge,  Briefwisseling Reningelst, brief n° 18433)

Landbouwer Jules Bryon van De Klijte kan begin februari 1916 met zijn gespan niet meer naar zijn land, noch naar de steenweg, door de aanleg van een aftakking van een spoorweg. Hij beklaagt zich bij de hoofdingenieur van de Engelse sectie der sporen “te velde” in Hazebroek. (Stadsarchief Poperinge, Briefwisseling Reningelst, brief n° 18462)

Nog eens terug naar de buurt van de Kasteelmolen. Daar schat op 23 juni 1916 de weduwe van Désiré Spenninck het verlies van quasi haar ganse oogst cichorei op 3510 Fr. (Stadsarchief Poperinge, Briefwisseling Reningelst, brief n° 18661)    

Nochtans was al in een brief van  25 februari 1915 forse taal gebruikt: “Pour sauvegarder les terrains déjà emblavés (ingezaaid) et à cultiver, défense formelle, sous des peines sévères, devrait être faite aux détachements de cavalerie et d'infanterie, de traverser les champs; les soldats pour rejoindre ou quitter leurs cantonnements, ne pourraient pour aucun motiof s'écarter des chemins publics. Une surveillance rigoureuse devrait être exercée pour réprimer les abus. On a pu constater que des troupes anglaises ont abîmé complètement les emblavures en traversant les champs avec leurs chevaux; on eût dit qu'ils prenaient plaisir à commettre de pareils actes de destruction.” (Stadsarchief Poperinge: Briefwisseling Reningelst, brief n° 17965)

1. Brielen

Tijdens de Tweede Slag bij Ieper verliet het grootste deel van de Brielenaars hun woning. Bij krijgsbevel van 8 februari 1916 werd de volledige gemeente ontruimd.

Foto 1 : Brielen op 13 september 1915, gefotografeerd door de Duitse vliegenier von Kanne (In Flanders Fields Museum)

 

2. De laatste granaat is gevallen op het kerkhof

foto 2 : Een graf met oorlogsschade op het kerkhof van Dikkebus

 

3. De soldaten die deze avond naar de loopgraven gaan, zijn zeer geestdriftig

Waarschijnlijk gaat het om nieuwkomers, zoals een territoriale eenheid

 

4. Gisteren is de Sint-Niklaaskerk van Ieper afgebrand

> foto 3

1. Ik heb gehoord dat de Engelsen getracht hebben Hill 60 weer te veroveren

In de vroege ochtend van 7 mei 1915 ondernamen twee compagnies van de  King’s Own Yorkshire Light Infantry een laatste poging om Hill 60 te heroveren. Het werd een compleet fiasco. Allen werden gedood of krijgsgevangen genomen. 

foto 1: De kerk van Dikkebus op 8 mei 1915, getekend door de Britse soldaat Everard Yates (Liverpool Scottish) die op 16 juni 1915 bij de aanval op Bellewaerde om het leven zou komen.


1. Nog eens vallen de Duitsers aan

Op 8 mei 1915 vond een grote Duitse aanval plaats op de Britse posities ten oosten van Ieper. In de Britse nomenclatuur woedde van 8 tot 13 mei 1915 de “Battle of Frezenberg Ridge”. De frontlijn zal nog maar eens richting Ieper opschuiven.  

 

2. Poperinge geweldig beschoten

“L'après-midi du 8: bombardement de la ville” (Bron: Debruyne Augusta: op. cit.)

“Vrijdag 7 mei: Deze nacht werd Poperinghe 4 maal beschoten, wel een 50-tal obussen. 's Avonds vallen weer een 30-tal obussen

Zaterdag 8 mei: 's Namiddags 9 grote (380) obussen buiten de stad, langs den Veurenschen steenwege” (Bron: Baert, op. cit.)

 

3. Men spreekt van een zegepraal van de Belgische en Franse troepen

Het is niet duidelijk waar dit op zou kunnen slaan. Misschien ging het alleen maar om een gerucht. Wel wordt er in die dagen zwaar gevochten in de buurt van de petroleumtanks, langs de IJzer voorbij Diksmuide. Omdat de Belgische aanvallen op die Duitse positie mislukken zullen de Belgen er vanaf midden mei 1915 een naderingsgang graven: dat wordt de beruchte Dodengang. 

1. de kapel van de Rodeberg

In 1873 trok de Westouterse pastoor Louis Nollet (1819-1899) als één van de allereersten uit Vlaanderen op bedevaart naar het “verre” Lourdes. Bij zijn terugkeer werkte hij aan de realisatie van een lourdesgrot op de Rodeberg, gemaakt uit natuursteen van de berg zelf. Op 9 juli 1875 werd zij ingewijd.

zie foto’s 1 en 2


2. Engelse soldatenmuziekkorpsen

Zie foto 3


3. Bij de Schotten bestaat het hele muziekkorps uit muizels met kleine en grote trom

zie foto 4


4. de brouwerij van meneer Six

In 1913 vernieuwde brouwer Six de brouwerij Sint-Joris in Reningelst. De brouwerij raakte tijdens de oorlog zwaar beschadigd maar werd hersteld en terug in gebruik genomen. In de gebouwen op de hoek van de Reningelstplein en de Heuvellandse Weg bevindt zich nu de Kinderbrouwerij. 

zie foto 5

1. Eerste Kruisdag

De Kruisdagen zijn de maandag, dinsdag en woensdag voor het feest van O.L.H. Hemelvaart. Het zijn boetedagen waarin gesmeekt wordt voor “de vruchten der aarde”. In sommige streken trekt men onder het zingen van de Litanie van  Alle Heiligen door de velden, voorafgegaan door het kruis. De litanie en de daarbij horende gebeden zijn smeekbeden met het doel “de door de zonde opgelopen straffen af te wenden” en de hemel te smeken om gunstig weer.

(bron: Vandenberghe, Henri: Gewijd of Vervlogen? op. cit.)

           

2. In Reningelst en Westouter moeten alle vluchtelingen met geweld weg

Brief van 4 januari 1915 aan de Commandant vh XVI e corps vh Franse leger: “M le Gouverneur de la province, par sa circulaire du 30 9 bre dernier a prescrit que certaines catégories de réfugiés devraient être invitées à abandonner la région occupée par les troupes alliées. Cette mesure avait pur but de faire évacuer la zone occupée et de réprimer l'espionnage. Depuis lors on a pu constater que des maladies contagieuses (se) sont déclarées dans la commune et dont la cause peut être attribuée à la densité de la population actuelle.    J'ai fait comprendre par mes agents aux réfugiés qu'ils avaient tout intérêt  à s'éloigner le plus tôt possible de la commune; un grand nombre ont satisfait à mon invitation, mais une catégorie de réfugiés s'obstine à rester sur place; ce sont ceux qui (sont) sans moyens d'existence ou d'une moralité douteuse (qui) restent tapis dans ces chaumières, où l'air vicié peut inciter à tout instant des épidémies. Je me permets, M. le Général, de réclamer le bienveillant concours de l'autorité militaire pour me mettre à même de dégarnir d'un trop plein (de) ces maisonnettes basses, humides et au plus haut point anti-hygiéniques. Je crois devoir ajouter qu'information m'est donnée que des trains partant de Poperinghe sont mis en mouvement vers la France pour le transport de réfugiés, munis d'un  certificat d'indigence." (Bron: SAP: Briefwisseling vh gemeentebestuur van Reningelst, brief n° 17945)

“Zaterdag 15 mei 1915: Veel vluchtelingen trekken weg, verjaagd uit Rousbrugge, Watou, Proven. (..) Iedereen moet eene verblijfkaart (permis de séjour) hebben.”(Bron: Baert, op. cit.)

 

3. in Ieper een geweldige brand

Zie foto 1: het brandende Ieper (en het front), voorjaar 1915.

 

4. de Drie Goên

De DrieGoen  -  drie pachtgoeden – in de huidige Driegoenstraat is een kleine kern die van oudsher en tot op vandaag bestaat uit drie grote hoeves. De plaats bevindt zich in de noord-oostelijke hoek van Reningelst (bij de grens met Vlamertinge), waar merkwaardig genoeg de erven van drie hofsteden (goedingen) heel dicht bij elkaar liggen.

1. Herberg Au Faisan d’Or

Dit is thans café ’t Kobbetje in de Dikkebusseweg

2. In de namiddag was de brand van Ieper heviger dan ooit. 

Foto 1 : het brandende Ieper, einde april 1915. Luchtoto door de Duitse luitenant Freiherr von Kanne. 

 

1. Duitsers tot aan het station van Zillebeke

Dit lijkt heel straf, zelfs onmogelijk. Het station van Zillebeke bevond zich in de Blauwepoortstraat en dit zou dus niets minder daneen spectaculaire doorbraak hebben betekend. Nergens anders wordt van dergelijk feit melding gemaakt. Misschien gaat het om een spraakverwarring. Er werd die dagen immers wel zwaar gevochten bij Railway Wood, niet zo ver van ’t Hoge.  

 

2. kogels opgeraapt van het plankier

“Du 14 au 17 très grande canonade sur le front. Le soir nous voyons toujours les lumières éclairant les tranchées et les lueurs du canon. La maison où nous sommes réfugiés est située sur une hauteur et fait face au front" [De schrijfster van het dagboekhad haar woning in de Gasthuisstraat van Poperinge ontvlucht na de zware bechietingen van 24-25 april en een onderkomen gevonden op een hoeve tussen Poperinge en Abele] (Bron: Depuydt Augusta, op.cit.)

 

3. ook 3 jonge meisjes werden gewond

Over Rachel en Anne Noyelle, zie hier .

Uiteindelijk zou de revalidatie van Anna Noyelle maandenlang duren. Op 7 september zal ze samen met haar zusje en 91 dorpsgenootjes vertrekken naar de schoolkolonie Des Vieux in Saint-Paër. Op de foto’s uit de schoolkolonie poseert Anna met vriendinnen of is ze aan het werk. In haar schrift voor het vak Vlaamsche Taal schreef ze in 1917 het opstel Het groote voordeel van in een Schoolkolonie opgevoed te zijn. Een groot deel van de schoolschriften van Anna Noyelle bevinden zich in de collectie van het Onderwijsmuseum Ieper. Anna werd later kleuteronderwijzeres in de school van de zusters Lamotten in Ieper. Anna Noyelle, geboren in Dikkebus in 1901, is overleden in 1991 en ligt begraven op het kerkhof van Dikkebus. Rachel (°1903) stierf in 1977 in Ieper. Julia Hazebrouck (°1904) is reeds overleden in 1927. 

Foto 1: Een foto uit 1920 toont het heropgebouwde huisje van de Familie Noyelle op de hoek van de Vijverstraat en de Neerplaats in Dikkebus. We merken vader Noyelle, moeder en waarschijnlijk Rachel (links).

1. Reeds enkele dagen mogen de bakkers niet meer bakken bij dag

Dit is het binnenzicht in een Ieperse bakkerij voor 1914: Zie hier :

2. rokende schouwen, draaiende molens, de was bleken

Het verbod op deze en dergelijk aktiviteiten heeft te maken met de vrees voor spionage. 

1. meneer Albert Biebuyck

Advocaat  Albert Biebuyck (1879-1966) was een telg van een bekende Ieperse familie. In april 1915 werd hij tot arrondissementscommissaris van Ieper benoemd en en later werd hij onder meer directeur-generaal bij het ministerie van binnenlandse zaken. Zijn vader die het “White Château” langs de Meenseweg in Ieper bewoonde, was voorzitter van de rechtbank te Ieper en provincieraadslid voor de Katholieke partij. In 1958 werd Albert Biebuyck geadeld.

foto 1 : het graf van Albert Biebuyck op de stedelijke begraafplaats in Ieper

 

2. meneer Merghelynck

Het gaat om Ferdinand Merghelynck (1845-1917). Fernand Merghelyncks profiel leunt sterk aan bij die van zijn opvolger Albert Biebuyck: uit een bekend Iepers geslacht, doctor in de rechten en decennialang provincieraadslid, zij het voor de liberale partij. Hij werd tot arrondissementscommissaris van Ieper benoemd in 1879 en in april 1915 eervol ontslagen.  Ferdinand Merghelynck bewoonde het kasteel Sint-Jan bij de Potijze dat na de oorlog niet meer heropgebouwd werd. Hij was de oudere broer van Arthur Merghelynck, stichter-beheerder van het gelijknamige museum in Ieper.

 foto 2 : het kasteel Sint-Jan van Ferdinand Merghelynck

1. Bij het kasteel van madame de Gheus

Hat gaat om het kasteel Elzenwalle dat zich amper een kilometer van het front bevond en vanwege de ligging in de vallei mooi in het zicht van de Duitse loopgraven tussen Wijtschate en Voormezele. Zie ook de link bij 19 maart 1915. 

foto 1: kasteel Elzenwalle voor de Eerste Wereldoorlog

2. Gisteren heb ik een katholieke engelse soldaat begraven

Patrick O'Sullivan

1. een zeer geweldige aanval langs Boezinge, Zonnebeke, Zillebeke

Op 24 mei 1915 kwam de laatste grote Duitse aanval van de Tweede Slag bij Ieper die op 22 april met de eerste gasaanval begonnen was. Van Wieltje tot Hooge viel het Duitse 26ste reservekorps een laatste maal aan. Voor de zesde keer gebruikten ze ook chloorgas. Nog voor het ochtendgloren werden de gasflessen geopend. Omdat er een heel zwakke wind stond bleef het gas erg geconcentreerd waardoor het op meer dan 25 kilometer van het front nog steeds zijn effecten liet gelden.  

foto 1: kaart van de aanval van 24 mei 1915.

2. In de namiddag komt een vreemde duif in hun hok.

foto 2: Duitse militairen met postduiven

3. 5 soldaten zijn op slag dood

Het gaat om vijf mannen het 2nd Bn Royal Irish Rifles, die een collectief graf kregen op Dickebusch New Military Cemetery:
David Jones
Michael Gilmore
Robert McKee
Thomas McCormack
William Jameson 

 

1. waar de ontvanger mij de vierde trimester 1914 en de eerste 1915 uitbetaalt

Zie ook 21 mei 1915: Achiel Van Walleghem had die dag opgemerkt dat het loon voor de priesters van de omliggende gemeenten was uitbetaald maar voor hem niet.

2. Zij worden begraven op de hofstee van Amand Heugebaert

Op 30 mei vat Van Walleghem de toestand samen: "2 officieren en 7 soldaten liggen begraven op de hoeve van Amand Heugebaert."
Om wie het gaat, en of en waar de lichamen (ooit) herbegraven zijn, is voorlopig niet duidelijk... 

1. Poperinge wordt nu en dan verder beschoten

“Le 11 le matin vers 9 1/2 h on bombarde la ville et on recommence le soir à 10 h.

Le 12 nouveau bombardement.

Le 13 (fête de l'Ascension) le soir à 10 1/2 h on bombarde encore: destruction compète de 2 maisons connues: Het Mirakelhuis et Het Paternostertje, toutes les deux situées rue de Bruges (..)

Le 18, mardi, à 8 1/4 h dix obus sur la ville; le soir à 7 h encore bombardement.

Le 20 encore deux grands bombardements, l'après-midi et le soir

Le 23, Jour de Pentecôte, terrible bombardement sur la ville à 11 h du matin.

Le lendemain soir à 10 h on envoie encore dix gros obus sur la ville

Le 26 l'après-midi à 2 h bombardement de la ville”

(Bron: Depuydt Augusta, op. cit.)

“ Dinsdag 11 Mei: Om 9 u krijgen wij 10 obussen rond het kerkhof, tot aan den Havermuis  Woensdag 12 Mei: Om 3 1/2 uur  10 obussen; geen schade                    

 Dinsdag 18 Mei: Rond 8 ure 10 obussen: Kollege, Bataille, Penitenten (..).  's Avonds rond 7 u nog eens 10 schoten: Juffr van Merris en achter de Boeschepestraat

Donderdag 20 Mei: Twee beschietingen om 4 u en om 8 u 's avonds, telkens 7 of 8 obussen

Vrijdag 21 Mei: Dezen nacht hevig geschut. 's Namiddags is het ook ongehoord.          French is in de stad. 's Avonds 10 obussen: Jongelingenkring, Benedictinen,(..) Veel Eng. komen toe met de trein, ook Senegalezen.

Zondag 23 Mei: Dezen nacht was het ongehoord; wij konden soms het kanongebrul niet uit den donder onderscheiden. Om 11 u 's morgens tien schoten; 10 Geboden, Boeschepestraat (..)

Maandag 24 Mei: 's Avonds weer een tiental obussen:bachten St Bertenskerk, Noordstraat,(..)

Woensdag 26 Mei: Om 2 ure 's namiddags weer een 10-tal obussen: Nazarethstraat, Jongelingenkring (..)

(Bron: Baert Albert, op. cit.)

2. Bruno Vermeulen, vluchteling van Passendale

Ook Gabriel Versavel vermeldt in zijn boek Passendale 1914-1918 uit 1968 dat vele gevluchte Passendaalse gezinnen door de tyfus werden getroffen. Hij schatte dat tien keer meer Passendalenaars omgekomen zijn door die ziekte dan door de beschietingen. In vele families waren nagenoeg alle leden ziek.

Bruno Vermeulen

 

3. Jules Devos, Martha en Celesta

Foto: De smisse van Jules Devos in juni 1909 met van links naar rechts Celesta Devos, Martha Devos, Godelieve Devos, knecht Achiel Deraeve, Valère Devos, smid Jules Devos en bij de fiets Maurice Devos. Vandaag bevindt zich hier lansg de Dikkebusseweg nog steeds een bushalte “smisse”.

Zoon Valère Devos zou tijdens de Eerste Wereldoorlog als militair omkomen, zie bij 21/7/1915. 

1. Pater Gill

Zie de noot bij 17 januari 1915


2. aan de molen van Vandevelde

Het gaat om de Goetmoetmolen, een houten windmolen in de Kwakkelstraat die voor het eerst vermeld werd in de 17de eeuw. In 1880 was ernaast een maalderij gebouwd. De molenaar in 1915 was Emiel Vandevelde (1875-1931). Eind 1917 werd de molen door de Britten opgeblazen. Meer informatie over de Goetmoetmolen is te vinden : Zie hier :

foto: Britse militairen poseren op de molenwal in 1917. Bovenaan op de trap molenaar Emiel Vandevelde. 

1. dat het Belgische staatsbestuur scholen geopend heeft in Frankrijk

Het gaat om wat gemeenzaam “schoolkolonies” werden genoemd. Op termijn zijn er duizenden kinderen – les Enfants de l’Yser – opgevangen geworden. Zie noot 10 bij 30/03/1915

En verder ook: M. Amara, R. Barbry, C. Declercq e.a. : Naar school, zelfs in oorlogstijd? Belgische kinderen lopen school, 1914-1919. Ieper, Onderwijsmuseum, 2015 ,Zie hier


2. dat er hofsteden tijdelijk te pachten zijn in Frankrijk

De Belgische landbouwemigratie naar Frankrijk bestond al maar kende een versnelling tijdens en vooral na de Eerste Wereldoorlog. Door de plattelandsvlucht tijdens de eerste decennia van de 20ste eeuw, nog versterkt door de Eerste Wereldoorlog en de dienstplicht, kwamen heel wat hofsteden in Frankrijk vrij. In 1916 kwam er een landbouwfiliaal binnen de Bourse Belge du Travail, met als doel Belgische landbouwers te plaatsen binnen de landbouw in Frankrijk. In 1917 waren dat er zo’n 15.000, vooral in westelijke departementen. (Brecht Demasure: Boter bij de vis. Landbouw en voeding tijdens de Eerste Wereldoorlog. Leuven, Davidsfonds, 2014, p. 176-177)

3. door de pootziekte

Dit is een synoniem voor mond- en klauwzeer.

4. de 14de divisie

Dit duidt op het veranderende karakter van het Britse leger. Na het beroepsleger en de territorials komen nu divisies van Kitcheners New Army aan het front. Deze bestonden uit vrijwilligers die gevolg hadden gegeven aan de oproep van de Britse minister van oorlog Lord Kitchener uit 1914. In de zomer van 1915 zou de 14th (Light) Division zware verliezen lijden bij Bellewaerde en Hooge. De samenstelling van de divisie is te vinden op.   Zie hier :  

foto: het monument voor de 14th (Light) Division

5. op de hofstee van Amand Heughebaert liggen 2 officieren en 7 soldaten begraven

zie ook 25 mei: "Een luitenant en 3 soldaten worden op slag gedood; er vallen 17 gewonden waarvan 4 nog dezelfde avond overlijden. Ze worden begraven op de hofstee van Amand Heughebaert."

Of en waar de lichamen (na de oorlog?) zijn herbegraven, is voorlopig nog niet opgehelderd... 

1. Abdon Vandewynckel, door een kogel op slag gedood

Abdon Vandewynckel

1. E.H. Serruys, onderpastoor van Poperinge

Pieter-Bernard Serruys (1867-1943) was onderpastoor van de Sint-Jansparochie van 1909 tot 1919

Foto 1: bidprentje van Pieter-Bernard Serruys


2. De Engelse St.-Johns Society

Zie 30 maart 1915, noot 2  en 5 april 1915


3. in Vlamertinge, Schaapstal

In de Bellestraat in Vlamertinge was er voor de Eerste Wereldoorlog een café met die naam.

1. de schoolkolonies

zie noot 10 van 30/03/1915

 

2. het leger van Lord Kitchener

Kitchener’s Army of the New Army was de naam die gegeven werd aan de divisies van vrijwilligers  die gevolg hadden gegeven aan de oproep van de Britse minister van oorlog Lord Kitchener uit 1914. De beroepsmilitairen en de territorials werden dus vanaf nu vervoegd door honderdduizenden burgers die voor de duur van de oorlog dienst hadden genomen. 

“Vrijdag 28 mei: 40.000 man van 't leger van Kitchener op langs Boeschepe” (Bron: Baert Albert, op. cit.)

 

3. Gruwelijk feit over een O.L. Vrouwbeeld

We weten dus niet over welk gruwelijk feit het gaat.

 

4. Nergens is er nog een kalender te krijgen

Waarschijnlijk gaat het om een kerkelijke kalender.

 

5. De torens van St.-Jacobs en St.-Pieters van Ieper vallen rond de middag

Dit klopt voor de toren van de Sint-Jacobskerk. Pas in 1913 was de van oorsprong stompe spits van de kerk vervangen door een scherp en hoger exemplaar. Het Britse leger besliste tot vernietiging omdat het ervan uitging dat deze toren door de Duitse artillerie als mikpunt werd gebruikt. De genie van de 20th Division maakte op het einde van de maand juni 1915 een uitgebreid rapport met tekeningen en plannen van de dynamitering, nu bewaard in de National Archives, Kew.  

Voor de Sint-Pieterskerk klopt de informatie van Achiel Van Walleghem niet. De veel lagere en veel zwaardere toren van deze kerk kon veel minder als mikpunt dienen. Foto’s van 1917 tonen de toren nog vrij intact tot aan de basis van de spits.

foto 1-6 Het rapport van de 83rd Field Company, Royal Engineers, over de dynamitering van de toren van de Sint-Jacobskerk.

foto 7: De Sint-Pieterskerk, 27 januari 1917

 

6. De soldaten plunderen overal in Ieper

Duizenden objecten – of fragmenten - uit Ieper werden inderdaad uit de verlaten stad weggenomen en als souvenir bijgehouden of verpatst. Tot op vandaag worden stukken die als souvenir uit de puinen van de stad weggenomen werden, aan het In Flanders Fields Museum geschonken. Dat de geplunderde voorwerpen aan de burgers te koop werden aangeboden is nieuwe informatie maar erg plausibel.

Foto 8: Een fragment van een schilderij uit de Sint-Maartenskerk, uit het veel grotere doek uitgesneden, als souvenir meegenomen door een Britse militair en vele jaren na de oorlog terugbezorgd aan de Ieperse musea. Nu in de collectie van In Flanders Fields Museum.

 

7. De pastoor van Sint-Pieters, E.H. Delaere, rijdt elke dag in auto met een gendarm naar Ieper

Over pastoor Delaere: Zie hier

Foto 9: Pastoor Delaere in de puinen van de stad, begeleid door twee Belgische gendarmen en een collega-priester, lente-zomer 1915

1. H.-Sacramentsdag

Plechtige herdenking van de instelling van het “H. Sacrament des Altaars” op Witte Donderdag, tijdens het Laatste Avondmaal. Het boetekarakter van de Goede Week       stond een feestelijke herdenking in de Goede Week zelf in de weg. Daarom is in de middeleeuwen een afzonderlijk feest ingevoerd: paus Urbanus IV stelde het in 1264 voor de hele Kerk verplicht op de donderdag na Drievuldigheidszondag (d.i. De eerste zondag na Pinksteren)

2. waar de heer kapelaan Desmedt berecht is

Onderpastoor August Desmedt van Dranouter zou het nog tot het einde van augustus trekken. Op 27 augustus 1915 meldt Achiel Van Walleghem zijn overlijden. 

1. Om 23 uur brandt de hofstee van Remi Onraet helemaal af.

Achiel Van Walleghem lijkt overtuigd van de schuld van de soldaten. Branden door de schuld van ingekwartierde militairen gebeurde jammer genoeg ook al te vaak in het naburige Reningelst, getuige daarvan de briefwisseling van de gemeente aan de Claims Commission (bewaard in het Stadsarchief Poperinge)

- Op 23 februari 1916 op de hoeve uitgebaat door Désiré Behaeghel op het gehucht Ouderdom, te wijten aan de onvoorzichtigheid van soldaten van de 50 ste Divisie (brief n° 18499)

- Op 21 maart 1916 brandde het in De Klijte op de hoeve uitgebaat door Verhaeghe-Delannoy (brief n° 18532)

- Op 3 februari 1916 in een stal van weduwe Charles Vermeersch-Gesquiere (brief n°18613)

- Op 19 maart 1916 kraaide de rode haan in een schuur van de weduwe Charles Deconinck (brief n°18616)

In verband met een brand bij Lebleu blijkt wat een papieren rompslomp zo'n  tegenslag nog meebracht.  In een brief van 17 november 1915 zaten – op eerder verzoek van de Claims Commission in Boulogne - ingesloten:

- een vragenlijst, degelijk ingevuld door de belanghebbende

- een gedetailleerde lijst van alle verloren eigendommen, met een raming van de waarde van elk artikel

- een staat met alle nuttige details over de verbrande gebouwen

- een kopij van de verzekeringspolis

(Stadsarchief Poperinge, Briefwisseling van Reningelst, brief n° 18341)

En dan maar hopen dat er – ooit – een fractie – van de opgelopen schade zou vergoed     worden.

1. Verscheidene Indiase troepen zijn ook in het dorp

Het is vreemd dat Achiel Van Walleghem nu pas de Brits-Indiase militairen uitgebreid beschrijft. Zij waren immers reeds op 24 april 1915 aangekomen (zie aldaar) om de volgende dagen in zware gevechten ten noorden van Ieper betrokken te worden. In de loop van mei 1915 hadden de meeste Indiase eenheden Belgisch Vlaanderen alweer verlaten voor hun sector bij Neuve-Chapelle.

Zie hier : 

Foto 1 : Een Brits-Indiase militair, 1914

 

2. Zij spreken Engels en sommigen ook Frans

Dat sommige Brits-Indiase militairen wat Frans spreken heeft te maken aan het feit dat de Indiase troepen vooral in de sector van Neuve-Chapelle gelegerd waren, er niet zelden ingekwartierd waren bij de plaatselijke bevolking en daar allicht een mondje Frans hadden opgedaan. 


3. De roepie

De Brits-Indiase militairen werden in hun eigen munt uitbetaald.

Foto 2 : een roepie uit 1915

 

4. Hun nieuwsgierigheid heeft toch de bovenhand

Het is opvallend hoe Achiel Van Walleghem zich in dit fragment tot tweemaal toe verwondert over de nieuwsgierigheid van de Indiërs, terwijl hij zelf erg nieuwsgierig blijkt: hij heeft zelfs hun eten geproefd. Over de houding van (onder meer) Achiel Van Walleghem tegenover de Indiase troepen en andere koloniale troepen: zie Dominiek Dendooven:  Living Apart Together: Belgian Civilians and Non-European Troops and Workers in Wartime Flanders in: Santanu Das (Ed.): Race, Empire and First World War Writing. Cambridge University Press, 2011, p.  143-157.

 

5. Zij bakken een soort van pannenkoeken

De “pannenkoeken” zijn zonder twijfel het typisch Indiase brood, de chappati.

Foto 3 : Brits-Indiase militairen aan de maaltijd, 1915


6. ....en eten ook een zeker zaad dat zeer sterk van smaak is.

Venkelzaad, in combinatie met komijn, is een vast onderdeel van een Indiase maaltijd.  

1. schoolkolonies

Zie noot 10 van 30/03/1915

1. Het nieuws van de kant van de Russen is niet goed

Van Walleghem doelt op de herovering van Przemysl door de Habsburgse troepen op 3 juni en zuidelijker de terugtrekking van het Russische leger op de Dnjestr.

2. hetzij met wassen voor de soldaten

foto 1 : Foto met 16 vrouwen werkzaam in een Britse legerwasserij. De dames dragen elk een tas met gasmasker bij zich. – zie hier :

 

3. hetzij met kantklossen

Zie hier

 

4. in de Kapelstraat

Dit is de huidige Oude Bellestraat. 

1. De hofstee van Emiel Vandenbroucke

Op de hoek van de huidige Zorgvlietstraat en Steenakkerstraat

 

2. De Duitsers hebben nu kleine kanonnen

Van Walleghem doelt op loopgraafmortieren, zoals de Minenwerfer.

foto1 : een Duitse Minenwerfer

 

3. Ook wordt er nu gebruikgemaakt van handgranaten

zie 05/01/1915

foto 2: een Duitse steelhandgranaat uit 1915

1. Feest van het Heilig Hart

De devotie tot het Heilig Hart van Jezus werd sterk geactiveerd door de figuur van Margaretha Maria Alacocque (1674). De eerste vrijdag werd aan het Heilig Hart gewijd. Er ontstonden bonden die via “ijveraars” kaarten verspreidden om negen eerste vrijdagen na een als eerherstel te communie (en vooraf te biechten) te gaan. De junimaand is de Heilig-Hartmaand. Paus Pius IX (+1878) stelde het feest voor de hele Kerk verplicht. Het werd gevierd op de vrijdag na het octaaf van Heilig-Sacramentsdag.

1. Dikkebus links van de kasseiweg Ieper-Bailleul en rechts

Met Dikkebus links van de kasseiweg bedoelt Van Walleghem de kant ten oosten van de huidige Dikkebusseweg en dus dichter bij het front. Dus: dichter van het front is er minder beschadiging van de veldvruchten.

 

2. Een weg die op sommige plaatsen wel 50 tot 70 meter breed is

Het gaat dus om een zeer brede weg tussen de huidige Kwakkelstraat en Zweerdstraat. De glooiing in het landschap is tot op vandaag zichtbaar.

foto 1 : Op een Duitse luchtfoto van 23 januari 1917 is deze nieuwe tijdelijke weg duidelijk zichtbaar. Zij loopt westwaarts door het land vanaf het kruispunt van de huidige Zweerdstraat en de Torreelstraat. Rechts daarvan de toenmalige hoeve van Marcel Coene

 

3. Zij ontploffen tweemaal

Uit de beschrijving lijkt het te gaan om projectielen met een hoge snelheid, zoals de “whizz-bang” waarvan de knal van het afschieten pas gehoord wordt na het passeren, omdat de granaat sneller gaat dan het geluid.

 

4. De nieuwe kerk, waar alles om ter mooist en prachtigst was.

In 1897-1898 was de kerk van Vlamertinge uitgebreid gerestaureerd en vergroot en in 1899 was de “nieuwe” kerk ingewijd door de Brugse bisschop de Waffelaert die overigens van Vlamertinge afkomstig was. In 1908 kreeg de kerktoren, daterend uit de 16de eeuw en daarmee het meest authentieke deel van de kerk, vier kleine hoektorentjes en werd er rond het kerkhof een nieuwe omheining van smeedijzer en baksteen geplaatst.

Ooggetuige Remy Duflou beschrijft in zijn uitstekende Gebeurtenissen te Vlamertinge tijdens de oorlog 1914-1918 (Langemark, Vonksteen, 1964) als volgt over de brand van de kerk: “Kort na 9.30 uur ’s avonds werden vier obussen geschoten van Sint-Elooiwaarts naar de Dorpsplaats. De eerste viel nabij het huis van Theodoor Bafcop; de tweede op de woning van de onderpastoor Vinck; de derde op ’t dak van de rechter kerkbeuk en de vierd in de hof van burgemeester Vande Lanoitte. Was de obus die op de kerk viel, een brandstichter? In alle geval ontstond op dat ogenblik brand in ‘t dak van de kerk! In tien minuten tijds stond het dak van de rechterbeuk der kerk in volle vlam. Het vuur zette zich rap over naar de andere beuken en naar ’t binnenste van de kerk, zodanig dat reeds rond 11 uur de naald van de kerktoren door ’t vuur aangetast was, een brandende fakkel gelijk! Onbeschrijflijk groots was dit toneel! Vlammen likten door alle vensters, door klokgaten en portaal. De hitte was ondraaglijk. De vuurgensters vlogen op een grote afstand rond. Het vuur weerkaatste zich in een zware rookstreep, die met een stille noord-oosterwind Reningelstwaarts dreef!....”

Een foto van de kerk van Vlamertinge, net voor de Eerste Wereldoorlog vind je hier

 

5. Men was weinig vooruitziende geweest

Dit klopt niet want Remy Duflou verhaalt:  “Enkele dagen te voren werden de drie schilderijen uit de kerk weggenomen en naar de abdij van Sint-Sixtus te Westvleteren overgebracht, om vervolgens naar Parijs gevoerd te worden”.

Bovendien was men niet in staat meer te redden want de Britse militaire overheid had enkele weken voordien de kerksleutels opgeëist en alle toegang tot de kerk verboden. (Duflou, o.c., p. 33)

 

6. De toren was halverwege af

Foto 2: de kerktoren van Vlamertinge tijdens de Eerste Wereldoorlog

 

7. De brandkast is nog niet open

Dat zou op 14 juni 1915 door smid Achiel Terlinck gebeuren. De weinig beschadigde voorwerpen uit de brandkast van de Vlamertingse kerk werden vervolgens in bewaring gegeven aan E.H. Camiel Delaere en aan Moeder Julienne, overste van de Zustersschool van Vlamertinge.

 

8. E.H. onderpastoor Vinck

Het gaat om Modest Vinck (1871-1957).

Foto 3 : bidprentje van Modest Vinck 

 

9. E.H. Lambaere

Het gaat om August Lambaere (°1865). 

1. de Potente

Volgens sommigen heette deze herberg vroeger de “Impotente”. Zij lag halfweg tussen Vlamertinge en Ouderdom op de hoek van de huidige Bellestraat en de Grote Brandersstraat.

 

1. De Engelsen zenden veel versterking

Dit is ter voorbereiding van een aanval bij Bellewaerde die gepland was voor de volgende dag. Zie 16 juni 1915.  

 

1. De Duitsers vallen aan langs de kant van Wulvergem

Het gaat waarschijnlijk om een kleinere “trench raid”.

 

2. De Engelsen vallen aan langs de kant van ‘t Hoge

Na de Tweede Slag bij Ieper was de heuvelrug bij Bellewaerde in Duitse handen gevallen. Op 16 juni 1915 namen de Britten het initiatief om de strategische hoogte terug te winnen: de actie moest enerzijds de eigen posi­ties in deze sector verbeteren, anderzijds Duitse reserves weghouden van de geallieerde offensieven in Artois. Na voorbereidende beschietingen gingen meer dan 6000 man­nen van de 3de Divisie in de aanval tussen het Hoge en de Bellewaerdehoeve. De eerste aanvalsgolf nam de Duitse frontlijn op de heu­velrug in, maar de tweede en derde golf raakten vermengd tijdens hun charge op de heuveltop. De massa soldaten vormde een simpel doelwit voor de Duitse machinegewe­ren en artillerie. Slechts een paar tientallen meter terrein­winst had de Britse aanvallers bijna duizend doden gekost.

foto 1: Iconische foto genomen tijdens de aanval op Bellewaerde op 16 juni 1915. De fotograaf, soldaat Fred Fyfe van de Liverpool Scottish, lag gewond in het niemandsland. Nabij deze plek staat nu de Liverpool Scottish Stone: Zie hier

 

3. De kapelaan is beter

Eerder, op 3 juni, had Van Walleghem geschreven dat kapelaan Desmedt erg ziek was. Op 27 augustus zal hij overlijden. Zie aldaar.  

1.maar de Duitsers hebben nog meer doden

Dit klopt manifest niet. De Britse 3rd Division telt ruim 1000 doden voor de aanval van 16 juni 1915 terwijl het aan Duitse zijde over maximaal 400 doden gaat.

2. het exercitieplein

Zie 1 april 1915, noot 1.

 

3. Het station staat er nog

Foto 1: het station van Ieper, 1915-16

 

4. de eest van Justin Thevelin

Een eest of ast is een gebouw waarin mout, cichorei, hop of andere veldvruchten gedroogd worden boven een vuur.

Hier kunt u foto’s bekijken van asten in de omgeving van Ieper: Zie hier

1. Wisques, 2 uren voorbij Saint-Omer

Dat is te voet gerekend, want Wisques ligt zowat 6 à 7 kilometer van Saint-Omer.

Foto 1: Het kasteel / de abdij van Wisques in 1917 

2. de zusters van Sint-Juliaan

De zusters Paulinen uit Kortrijk hadden in 1899 een school en klooster geopend in Sint-Juliaan, later ook een weeshuis. De overste in 1914 was Zuster Godelieve, zus van de bekende Poperingse dagboekschrijver Albert Baert.  Op 20 oktober 1914 werd het dorp in allerijl verlaten en na zes maanden verblijf in Watou, kon men in april 1915 het voormalige Benedictijnerklooster in het kasteel van Wisques betrekken. Na enige maanden werden er al 140 kinderen opgevangen. Bron: Robert Missinne & Mia Huyghe: Sint-Juliaan. s.l., 1984, p. 139-140

Meer informatie en foto’s zijn hier te zien: 

3. aalmoezenier E.H. Declercq

Het gaat om Achiel Declercq, leraar aan het college in Ieper. in oktober 1915 werd hij benoemd tot aalmoezenier van de scholen van de koningin in Wulveringem.

Foto 2: bidprentje van Achiel Declercq 

4. E.H. Delaere

Over pastoor Delaere: Zie hier

5. 3 meisjes vluchtelingen en 9 meisjes van Dikkebus

Onder de meisjes van Dikkebus waren:

-       Dequeker Marie Godelieve Cornelia

                                   ° 19/09/1906

d.v.        Benjamin Henri, landbouwer, ° Kemmel, 41 j (in 1906) en Deconinck Eugenia Klara, ° Vlamertinge, 48 j

-       Timperman Martha Julia Cornelia

                                   ° 08/03/1904

d.v. Julius Cornelius, langzager, ° Dikkebus, 30 j (in 1904) en Wildermeersch Octavia Natalie, ° Dikkebus, 31 j

-       Timperman Madeleine Maria Cornelia

                                   ° 09/09/1906

dv.Idem

-       Cordonnier Judith Maria

                                   ° 31/08/1906

d.v. Henricus Franciscus, landbouwer, ° Dikkebus, 45 j en Rosselle Emma; ° Vlamertinge, 29 j

-       Declercq Emma Maria Cornelia

                                   ° 28/07/1904

d.v. Cyrillus Emilius, metser, ° Dikkebus, 30 j en Verslype Sylvie Marie, ° Vlamertinge, 32 j

-       Declercq Maria Madeleine

                                   ° 25/01/190

d.v. Idem

(Bron: genealogie.ieper.be )

                 

Zie ook de lijst op p. 656 

6. Zij worden gehaald en met de auto naar Hazebrouck gevoerd.

Foto 3: Het vertrek naar de schoolkolonie. 

7. daar zij reeds zo lang uit de school zijn en aan alle vrijheden gewend

Ook in Reningelst kenden ze dit probleem. De bezorgde burgervader richtte op 18 februari 1916 een schrijven tot de kinderrechter bij de Rechtbank van Ieper die door de beschietingen naar Watou was uitgeweken: “de kinderen (..) bijzonderlijk de meisjes, zouden verdienen in eene schoolkolonie opgenomen te worden, ongelukkiglijk kan er op het gehucht “De Clytte” geene school gehouden worden; en van eenen anderen kant, de ouders die in deze moeielijke en droevige tijden eene wakende oog op hunne kinders zouden moeten houden, laten ze onbedachtelijk in de kantonnementen der soldaten rondlopen om tegen wat geld lekkernijen, cigaretten en andere kleine voorwerpen te verkopen.” (Stadsarchief Poperinge, Briefwisseling van Reningelst, brief n° 18477)

Op 4 juni 1916 heeft hij het specifiek over een notoir geval van schoolverzuim. Daniël Baelden, 12 jaar, weigert naar school te gaan, hoewel zijn moeder Eudoxie Chaerles het hem gebiedt. Zijn vader Gustave is blijkbaar niet aanwezig (in militaire dienst?) en de jongen doet zijn eigen zin. “Op de hoeve Vandeputte waar zij verblijven heerst een totale chaos: vele soldaten kamperen er in de weide dicht bij de gebouwen. De jongen bevindt zich dus in een milieu dat zeer ongunstig is voor zijn vorming en zijn opvoeding. (Stadsarchief Poperinge: Briefwisseling van Reningelst, brief n° 18624)

Bovendien kon er lange tijd aan de jongens geen lager onderwijs verstrekt worden: de lokalen van de gemeenteschool werden gebruikt als veldhospitaal (brief n°18372 van 3 december 1915) en als die ontruimd zullen worden, dan moet er nog vermeld worden dat “de schoolmeubelen vernietigd en verbrand hebben geweest door de fransche en de engelsche troepen (brief n° 18377 van de dag daarop). Als er op 17december 1915 eindelijk goed nieuws is “de soldaten hebben het schoolgebouw der zondagsschool verlaten; enkelijk blijven er nog verscheidene paarden voor twee dagen gestald in de overgedekte speelplaats”, dan moet de burgemeester de hulp inroepen van de schoolopziener die zich ook in Watou gevestigd heeft: “ Lessenaars ontbreken voor rond de 70 kinderen, alsook twee stoven; deze onontbeerlijke schoolmeubelen kunnen wij alhier niet verschaffen. Wij vragen uwe welwillende tussenkomst (..)” (brief n° 18393).

En dan moet nog een lange procedure volgen om complète satisfaction te verkrijgen voor de opgelopen schade. Vanzelfsprekend is er getouwtrek tussen de Franse en de Britse legerleiding, om deze laatsten te doen erkennen dat hun soldaten het grootste gedeelte van  de ravage aangericht hebben. (brief n° 18460)

8. een katholiek Engels officier

Het gaat om 2nd Lieut.Valentine French. Van Walleghems informatie is op één punt niet accuraat: zijn twee volle neven (en dus niet zijn broers) waren enkele weken eerder gesneuveld. Zijn broer raakte bij de aanval van 16 juni 1915 wel gewond en zou later aan zijn verwondingen sterven. Valentine French zou reeds op 17 juni aan zijn verwondingen overlijden. Omdat zijn  graf bij latere beschietingen verloren ging, wordt hij nu herdacht met een “Special Memorial” op Dickebusch Old Military Cemetery. Over Valentine French en de omstandigheden van zijn dood, zie hier :   

Valentine Douglas French

zijn neven: 
Lord De Freyne op 9/05/1915
the Hon. George French op 9/05/1915

foto 4 : Valentine French

1. een goede tolk, meneer Muyshondt

Het gaat om Camille Muyshondt.

foto 1 & 2: Het belang van goede tolken voor de plaatselijke bevolking blijkt ook uit hun taakomschrijving : zij moeten optreden als verdediger van de belangen van de bewoners. (Bron: Les Interprètes Belges dans l’Armée Britannique 1915-1918. Bruxelles, Ed. Duchenne, s.d., 24 p. )

 

2. de kolonel van Ieper

Dit gaat over Emile Trembloy (°1857), kolonel van de gendarmerie in de geallieerde zone Ieper-Poperinge. Trembloy was een plichtsbewuste officier die zich ondanks heel wat tegenwerking sterk ingezet heeft voor het lot van de plaatselijke bevolking en een belangrijke schakel vormde tussen de gemeentebesturen enerzijds en de hogere overheid en de verschillende militaire overheden anderzijds. Over zijn bijzondere opdracht in 1915, zie: Staf Verheye: Het rapport van kolonel Trembloy. in: Iepers Kwartier, 41ste jaargang, Nr. 1, maart 2005, pp. 1-27.    

Een mooie foto van kolonel Trembloy die De Poperinghenaar censureert vind je hier : 

1. aalmoezenier E.H. Belpaire

 Het gaat om Jules Theodore Belpaire (1882-1968), de neef van schrijfster  Marie Belpaire die de “moeder van de Vlaamse Beweging” werd genoemd en in De Panne de frontkrant “De Vlaamse Standaard” had opgericht.

 

2. E.H. Peeters

Zie bij 18 april 1915, noot 3

 

3. Friends Ambulance Unit (F.A.U.) van de Aide Civile Belge

Zie bij 30 maart 1915, noot 1 en noot 2

 

4. Deze namiddag is de Koningin der Belgen op de Scherpenberg geweest.

Dit komt overeen met de dagboeknotitie van koning Albert voor die dag.

  1. dertig jongens van Dikkebus

onder hen:

-       Huyghe Camiel Gerard Cornelius

                                   ° 19/08/1904

zv Cyrillus Theophilus, landbouwer ° Langemark, 37 j (in 1904) en Lietaert Marie Stephanie, °Handzame, 26 j

-       Forceville Richard Emile Honoré

                                   ° 04/11/1901

zv Aloïs Armand, veldwachter, ° Ieper, 32 j en Vandenameele Emma Maria, ° Dikkebus, 33 j

-       Forceville Maurits Joseph Bernard Cornelius

                                   ° 19/05/1903

zv idem

-       Foor Arthur Henri Cornelius

                                   ° 05/05/1904

zv Hector Theodorus Cornelius, dagwerker, ° Dikkebus, 32 j en Capoen Florentia Cornelia Clementia, ° Dikkebus, 27 j

-       Deman Maurits Cornelius

                                   ° 03/07/1902

zv Remigius Cornelius, dagwerker, ° Vlamertinge, 22 j

-       Van Wonterghem Bruno Joseph

                                   ° 25/03/1904

zv Carolus Benedictus, mandenmaker, ° Dikkebus, 50 j en Cuvelier Eugenia Natalia, ° Reningelst, 43 j

-       Cafmeyer Joseph Dominique Cornelius

                                   ° 21/02/1904

zv Theophile Arthur Leon, bediende bij de buurtspoorweg, ° Beernem, 35 j en Adriaen Paulina Maria Cornelia, ° Dikkebus, 33 j

-                   Leleu François Emile Cornelius 

                                   ° 23/07/1903 (+ koorts, 12 j)

zv Benedictus Renatus, schoenmaker, ° Dikkebus, 45 j en Goussey Stephanie Eugenie, ° Dikkebus, 41 j

-       Leleu Mautits Gérard Cornelius

                                   ° 23/08/1905

zv idem

-       Tahon Gustavus Maria Cornelia

                                   ° 18/05/1906 (voorkind)

zv Harturius (sic) Josephus Cornelius en Van Elstlande Gabriëlla Maria Cornelia, kleermaakster, ° Dikkebus, 19 j

-       Tyteca Valère Cornelius Symphoriaan

                                   ° 14/10/1903

zv Renatus Cornelius, schoenmaker, ° Dikkebus, 32 j en Van Eeckhout Eudoxie Romanie, °Elverdinge, 30 j

-       Van Holme Marcel Cornelius

                                   ° 08/05/1904 (natuurlijk kind)

zv Van Holme Maria Ludovica, huishoudster, ° Dikkebus, 36 j


2. eerst gelogeerd in weeshuis

Het gaat om het weeshuis van Saint-Sulpice, Parijs.

 

3. rode koorts

Bedoeld wordt roodvonk.

Frans Leleu

 

4. Zusters van St-Jozef

Het huidige Huize Sint-Jozef in Ieper is ontstaan en gegroeid vanuit de congregatie van de Zusters van de Liefde van Sint-Jozef, dat in 1824 werd gesticht in Bollingstraat te Ieper. In 1922 werd het heropgericht op de vroegere hofstede van de Zusters van de H. Jozef, in de Meenseweg. 


5. Rosay-par-Septeuil

zie lijst p. 653

Hier vind je foto’s van de schoolkolonie van Rosay: Zie hier :

1. Rond 7 uur begint een Engelse aanval aan ’t Hoge

Er kan niets teruggevonden worden over een grote Britse aanval op 22 juni 1915. Het kan ten hoogste om een trench raid handelen.

2. dat niet alleen het kasteel van baron Devinck maar ook nog de hofstee Bellewaerde in het bezit is van de Engelsen

Ook dit klopt niet. Zowel de Bellewaerdehoeve als het kasteel ’t Hooge zijn op dat ogenblik net binnen de Duitse lijnen gelegen.

foto 1: Kasteel ’t Hooge in 1915 

1. feestdag van H. Johannes Baptista

Johannes de Doper is de patroonheilige van de Sint-Jan Baptistkerk in Dikkebus.  

1. gravin van de Steen de Jehay

Voor gravin van den Steen de Jehay: zie 30 maart 1915, noot 3

 

2. Meneer Biebuyck

Zie 21 mei 1915, noot 1

 

3. dat men het vergeten is

Deze “vergetelheid” zou tragische gevolgen hebben wanneer op 4 juli de 9-jarige Elisa Van Eeckhoutte omkomt. Zij had immers op 25 juni moeten vertrekken naar de schoolkolonie. Zie bij 4 juli 1915.

 

1. Men begint nu veel hofsteden te versterken

Foto 1: De loopgraven en versterkingen rond hoeves zijn goed te zien op deze Duitse loopgravenkaart van later in de oorlog.  

1. kermiszondag

Op 24 juni wordt de patroonheilige van de Dikkebusse kerk gevierd (St.-Jan Baptist) en de kermis valt op de zondag het dichtst daarbij.

1. het jaargetijde

Een jaargetijde of memorie is de naam van een jaarlijks terugkerende kerkdienst die voor het zielenheil van een overledene werd vastgelegd (en bezoldigd) door hemzelf bij testament of door zijn nabestaanden.

1. Achter het wethuis

Het wethuis (gemeentehuis) stond in de Kerkstraat bij de hoek met de Neerplaats, tegenover herberg Het Hoekje ( dat zich op de hoek met de Schietstraat bevond)

2. de school van meester Nollet

Dit was de de gemeenteschool, voor jongens, langs de Dikkebusseweg. Nu is er het ontmoetingscentrum en huist er de KSA. 

3. Narcisse Van Eecke

Narcisse Van Eecke was de eigenaar van een van de twee molens in Dikkebus “Van Eecke’s molen” of Wittebroodsmolen die bij de hoek van de huidige Molendreef en Ouderdomseweg stond.

4. Alouis Forceville

Alois Forceville (1869-1922) was de veldwachter en de vader van Germain Forceville die later Van Walleghem als misdienaar zou bijstaan.

5. het O.L.Vrouwkoor, tussen het altaar en de biechtstoel van E.H. pastoor

Het Onze-Lieve-Vrouwekoor was links van het hoofdkoor en de biechtstoel van de pastoor stond meestal vooraan links, dus in het O.L.V.-Koor.

6. het beeld van de gelukzalige Margarita van Cortona

Zie 22 februari 1915

7. Ik merk dat zij te allen kant souvenirs nemen     

Van Walleghem had dit fenomeen al opgemerkt voor de puinen van Ieper. Zie bij 2 juni 1915, noot 6

8. Catsberg

Het gaat om de trappistenabdij van de Katsberg. 

Foto 1: Alois Forceville, veldwachter van Dikkebus (met dank aan Germaine Forceville)

1. de school van meester Nollet

Zie 30 juni 1915, noot 2

 

2. het lokaal van de meisjesschool

De meisjesschool van Dikkebus was een vrije school en huisde naast het klooster tegenover de kerk in de Kerkstraat. 

1. in onze nieuwe kapel

Het gaat dus om de meisjesschool, zie 1 juli 1915, noot 2

1. de hofstee van Braem

Er waren twee hoeven Braem tussen ’t Zweerd en de Hallebast langs de Dikkebusseweg

1. het 7de regiment Belgische artillerie

Op 10 februari 1915 werd door het Belgische leger een artillerieregiment  ter beschikking gesteld van het Britse 2nd Army bij Ieper. In afwachting dat het 7th (later 13th) Belgian Field Artillery helemaal gevechtsklaar zou zijn, werd van maart tot mei 1915 enkele batterijen veldgeschut ter beschikking gesteld van de Britten onder de naam "groep Dujardin" of R.A.P. (Régiment d'Artillerie Provisoire). Achiel Van Walleghem ziet hen aankomen vanaf 20 februari 1915.

Van Walleghem is niet 100 % accuraat wanneer hij de eenheid aanduidt als 7de regiment Belgische artillerie. Het 7de Artillerieregiment was een regulier onderdeel van het Belgische leger en diende achter de IJzer. Correcter is 7de Veldartillerieregiment maar de eenheid werd altijd met de Engelse naam Belgian Field Artillery aangeduid. Zijn beschrijving van de samenstelling van het regiment is vrij precies: het bestond uit 2 groepen van elk 3 batterijen, en een transportcorps. Op volle getalsterkte telde een batterij 153 manschappen, 31 rijpaarden, 84 tot 90 lichte trekpaarden en 6 zware trekpaarden.   In december 1916 zou het 7th B.F.A. het 13th B.F.A. worden. (Bron:[L. Aerts]: Ypres-Ypres 1915-16-17. 13th BFA. s.l., s.d., s.p.)

De “Belgian Field Artillery”’ zou nagenoeg de hele oorlog lang als enige Belgische troepen bij Ieper verblijven. De naam van de Britse begraafplaats "Belgian Battery Corner" herinnert nog aan hun aanwezigheid, evenals een gedenkplaat in de Coomansstraat in Ieper. 

Foto1 : de gedenkplaat voor de 7th/13th Belgian Field Artillery

2. Het kasteel van meneer Vandepeereboom

Zie 1 april 1915, noot 6

3. Hun kanonnen zijn Portugees

Deze informatie is correct. Het 7th B.F.A was uitgerust met “soixante-quinzes”, zowat de beroemdste kanonnen van de Eerste Wereldoorlog en een symbool  voor de Franse militaire macht. De “75” werd vanaf 1897 geproduceerd en door de Fransen ook naar andere landen geëxporteerd, waaronder Portugal. 

Foto 2: een Franse “75” tijdens de Eerste Wereldoorlog

Foto 3: de onderdelen van een “75”

4. E.H. Peeters

Zie 18 april 1915, noot 3

5. De derde aalmoezenier… Hij is van het bisdom Namen.

Het gaat om ajunct-aalmoezenier 2e klas Félicien Joseph Dumont, geboren in Ciney in 1887.   

6. In de mis recommandeer ik E.H. Feys

Recommanderen is aanbevelen in de gebeden.

E.H. Feys is Lodewijk-Leopold Feys die van 1901 tot 1906 pastoor van Dikkebus was.

Foto 4: fragment van het bidprentje van E.H. Feys

7. coadjutor

Een coadjutor is een hulppriester die bij zijn benoeming het recht van opvolging krijgt. De term wordt tegenwoordig vaker gebruikt voor hulpbisschop of vice-abt maar dat is hier zeker niet het geval. 

8. Elisa Van Eeckhoutte, 9 jaar oud

zie passage 25/06/1915:
Elisa was ingeschreven om op vrijdag 25 juni naar een schoolkolonie te vertrekken. Door een misverstand of vergetelheid is er die dag geen vervoer voorhanden, en zijn de kinderen naar huis teruggekeerd. Hun lot, en dat van Elisa in het bijzonder, lijkt Van Walleghem zo ter harte te gaan dat hij de vervoersperikelen als zijn eigen tegenslag omschrijft...

Elisa Van Eeckhoutte

9. Hollandse Schuur

Zie 22 april 1915, noot 4

1. een Engels-Franse aanval langs de kant van Pilkem

Het gaat allicht om de aanval van de Britse 11th Infantry Brigade op de Duitse vooruitgeschoven positie bij International Trench – door de Duitsers Südspitze genoemd. Daar waren echter geen Franse eenheden bij betrokken. Ook vinden deze gevechten plaats vanaf 6 juli 1915. Heeft Van Walleghem hier eerdere losse notities bij de verkeerde dag genoteerd ?

Meer over de gebeurtenissen bij International trench in juli 1915 vind je hier 

ERRATUM

Volgende tekst uit het handschrift is niet opgenomen in de heruitgave:
"7 juli, woensdag. Niets bijzonders."
De dagaanduiding 7 juli, donderdag moet dus zijn 8 juli, donderdag. De foute datering loopt de hele maand juli verder, tot en met zaterdag 30 juli waarvan de juiste datum dus 31 juli moet zijn.

1. om de sculptuur af te doen

Het gaat om het beeldsnijwerk in de kerk. 

foto 1: beeldsnijwerk met de Heilige Barbara van het koorgestoelte van Dikkebus, 1740-1760 (© KIK-IRPA)

ERRATUM

De dagaanduiding "8 juli, vrijdag" moet zijn "9 juli, vrijdag"

1. naar Proven, waar ze geborgen worden op de zolder van de pastorie

Foto 1: de pastorie van Proven waar Achiel Van Walleghem zijn kerkschatten in veiligheid brengt. 

2. H. Donatus, patroon tegen donder en bliksem

De H. Donatus, van Münstereifel, beschermheilige tegen blikseminslag, behoort tot de catacombenheiligen, wat betekent dat er in historisch opzicht niets bekend is over hem. In 1652 werd zijn gebeente overgebracht uit de catacomben van de H. Agnes bij Rome naar Münstereifel (nu Bad Münstereifel in Nordrhein-Westfalen), waar het op 30 juni werd ontvangen in het toen nieuwe jezuïetenklooster. Vanhier uit kwamen de relieken terecht in het kapucijnenklooster van Aarlen en in de kerk van Reek (Noord-Brabant, Nl.). De legende verhaalt dat er tijdens de overbrenging van de relieken naar Münstereifel een hevig onweer losbarstte. Toen men de heilige aanriep, klaarde het onmiddellijk op (..).  Volgens een 18de-eeuwse levensbeschrijving uit Reek werd Donatus in het midden van de 2de eeuw geboren in Rome als zoon van Faustus, een veldheer van adellijke afkomst, en de christelijke Flaminia. Donatus werd op zijn beurt officier in het Romeinse leger, meer bepaald in het Legio Fulminata  (Bliksemlegioen). Onder Marcus Aurelius werd een deel van de Romeinse legermacht omsingeld door de Germanen. Ontsnappen was onmogelijk en bovendien begonnen voedsel en water schaars te worden. Na een gebed van Donatus viel er een malse regen over het Romeinse kamp, terwijl boven het vijandelijke leger een verschrikkelijk onweer losbarstte met hagel, donder en bliksem. Velen werden blind of dodelijk gewond, zodat zij op de vlucht sloegen. Uit erkentelijkheid werd Donatus aangesteld als hoofd van de pretoriaanse wacht en kreeg hij het aanbod om te trouwen met Alexandria, een nicht van de keizer. Donatus, die aan God eeuwige zuiverheid had beloofd, weigerde echter. Alexandria liet hem daarop onthoofden.

 Afbeeldingen tonen de H. Donatus als Romeins legionair met martelaarspalm en een bundel bliksemschichten in de hand. Vaak houdt hij één hand beschermend boven het hoofd, alsof hij op die manier de bliksem afwendt.De H. Donatus was in onze streken de belangrijkste beschermheilige tegen blikseminslag en onweer, maar daarnaast ook tegen vuur (als gevolg van blikseminslag), hagelinslag en noodweer in het algemeen. (..)(Bron: Claes Jo, Claes Alfons & Vincke Kathy: Beschermheiligen in de Lage Landen, Davidsfonds, Leuven, 2006). Zijn feestdag valt op 30 juni

Foto 2: Sint-Donatus

3. Om 11.30u val een Engels vliegtuig

De piloot die omkomt is Marmaduke Henry Monckton, 8 squadron RFC. Niettegenstaande zijn onmiddellijke dood, werd hij als piloot met de gebruikelijke eer, en dus verder in het achterland begraven, in Bailleul. Zijn bristol scout was tijdens een patrouille geraakt door een granaat. 

4. in de bolbaan van het Kasteelhof

Het Kasteelhof stond op de hoek van de huidige Dikkebusseweg en de Dikkebusvijverdreef, nu restaurant-taverne Tommies.

Foto 3: een bolbaan of boltra.

5. Klein Brussel

zie 19 april 1915

ERRATUM

De dagaanduiding "9 juli, zaterdag" moet zijn "10 juli, zaterdag"

1. Aan de school van meester

Zie 30 juni 1915, noot 2

2. herberg Risquons-Tout

Zie 2 november 1914

3. een Engels katholiek officier, luitenant French

Zie passage en voetnoot 8 van 18/06/1915.
Dat het graf van Lt. French door beschietingen onderuit werd gehaald, verklaart waarom French vandaag een Special Memorial heeft op de begraafplaats: van hem is geweten dàt, maar niet precies wààr hij begraven is op Dickebusch Old Military Cemetery.

4. een jongen van 14, onnozel, met name Maniel Bentein

Met onnozel wordt verstandelijk gehandicapt bedoeld.

Romain Bentein 

ERRATUM

De dagaanduiding "10 juli, zondag" moet zijn "11 juli, zondag"

1. Het feest van de H. Donatus

Zie ook bij 8 juli 1915.

Het gaat om de H. Donatus van Münstereifel, niet te verwarren met Donatianus van Reims, de beschermheilige van het bisdom Brugge. Donatus was de tweede patroonheilige van de kerk van Dikkebus waar een beeld en relikwie werd bewaard. Omdat de Heilige Donatus volgens de legende behoorde tot de Romeinse  Legio Fulminatrix (Bliksemlegioen) werd hij aanbeden tegen onweer en blikseminslag “en daardoor ook tegen granaten en oorlogsvuur”, zo schreef Van Walleghem op 8 juli 1915.

Zijn feest zou echter vallen op 30 juni -  vraag is waarom Van Walleghem het op 11 juli zet.

Foto: een beeld van de H. Donatus 

ERRATUM

De dagaanduiding "11 juli, maandag" moet zijn "12 juli, maandag"

1. Kemmelgrintweg

Bedoeld wordt allicht de huidige Kerkstraat die evenwijdig loopt met de huidige Dikkebusseweg (de kasseiweg)

2. Jules Mahieu

Dikkebus, 1876-1965, gehuwd met Emma Vallaeys. Hier zie je ze tijdens hun briljanten bruiloft in 1961: Zie hier

3. aan het Hemelrijk

Dit is bij de hoek van de huidige Dikkebusvijverdreef en de Dikkebusseweg.

4. bocht van vrouwvolk

Van Walleghem doelt op vrouwen van losse zeden en/of prostituées.

ERRATUM

De dagaanduiding "12 juli, dinsdag" moet zijn "13 juli, dinsdag"

1. rond 19u30 doen de Duitsers een geweldige aanval langs Steenstraat en Pilkem

On July 13th, the day was ‘much quieter’, - plainly a comparative  term- till in the evening about half-past seven a heavy bombardment was opened all along the line, punctuated by explosions of gas shells, and followed by rapid rifle fire. There was just a breath of wind blowing, but not enough to disperse the poisonous fumes, and for some hours the corner was unhealthy. The total casualties for the two days were 13 officers wounded, 17 other ranks killed and 55 wounded,and at 10 o’clock next night the 5th Battalion again "relieved the 4th. Meanwhile, Sergt. W. Hutchinson and Ptes. J. W. Biggin and  J. Cowlishaw were awarded the Distinguished Conduct Medal, “for holding the flank of an advanced trench, which was partially demolished for 24 hours on the 13th July, in an isolated position, extricating themselves and the gun after they had been buried,and keeping the gun in action.” Eighty casualties and three D.C.M.’s for two days’turn in the trenches: the period of standstill had its chances.

(Laurie Magnus: The West Riding Territorials in the Great War. London, Kegan Paul, Trench, Trubner & Co, 1920, p. 60)

foto 1: Fragment van de war diary van het 1/5 (The Duke of Wellington’s) West Riding Regiment

ERRATUM

De dagaanduiding "13 juli, woensdag" moet zijn "14 juli, woensdag"

1. De Engelsen hebben daar een Duitse loopgraaf doen springen

De waarheid lijkt net even anders te zijn. Volgens de War Diary van de 151st Infantry Brigade zijn het net de Duitse troepen die een defensieve mijn in een van de Britse loopgraven hebben doen springen, met de dood van verschillende tunnelgravers tot gevolg.

foto : fragment van de War Diary van de HQ van 151st infantry Brigade

ERRATUM

De dagaanduiding "14 juli, donderdag" moet zijn "15 juli, donderdag"

ERRATUM

De dagaanduiding "15 juli, vrijdag" moet zijn "16 juli, vrijdag"

  1. Scapulieren

Oorspronkelijk was het scapulier een schouderkleed. Dit scapulier gaat terug op de verschijning van Maria een de H. Simon Stock, algemeen Overste van de Karmelieten . In de 13de eeuw werd de Karmelorde bestookt en belaagd. De Algemeen Overste smeekte Maria om bescherming en hij werd verhoord. De nacht van 16 juli 1251 verscheen hem Onze-Lieve-Vrouw, in Engeland, en Zij gaf hem het scapulier met de woorden: “Mijn zoon, ontvang dit kleed van uw orde als bijzonder teken van mijn broederschap. Het is het teken van het voorrecht dat ik voor u en voor al de kinderen van Karmel verkregen heb. Wie met dit kleed sterft, zal van de eeuwige vlammen bevrijd blijven. (..)”

Later ontstond een veel kleinere versie van het scapulier: twee linten die over de schouders worden gedragen, onder de bovenkleren. Omdat het scapulier oorspronkelijk een habijt was, moeten er aan de uiteinden van de linten twee rechthoekige of vierkante lapjes wol hangen.

Aan deze praktijk is een volle aflaat verbonden. (..)

(Bron: Vandenberghe Henri: Gewijd of Vervlogen?, p. 620-623)

ERRATUM

De dagaanduiding "16 juli, zaterdag" moet zijn "17 juli, zaterdag"

1. om 3 uur doen de Duitsers langs de kant van Zillebeke 2 Engelse loopgraven springen

Duitse troepen lieten inderdaad in de vroege ochtend van 18 juli 1915 een ondergronds mijn ontploffen onder de Britse stellingen bij Sint-Elooi.

Foto 1 & 2 Verslag van de Duitse mijnontploffing van 18 juli 1915 in de War Diary van de 13th Infantry Brigade

2. meneer Colmar, de grote mosterdfabrikant van Engeland

Allicht gaat het om Geoffrey Colman, de toenmalige erfgenaam van de gelijknamige nog steeds erg bekende mosterdproducent. Colman maakte deel uit van de berucht Bullingdon Club in Oxford University en was net met zijn vriend Neville Talbot (naar wie Talbot House zou genoemd worden) op wereldreis vertrokken toen de oorlog uitbrak. Colman diende bij het 7th (Service) Battalion van de Rifle Brigade en zou later overgeplaatst worden naar het Machine Gun Corps. In januari 1916 raakte hij gewond maar hij zou de oorlog overleven. in maart 1935 stierf hij. Nog in 1915 introduceerde het familiebedrijf haar beroemde gele logo.

foto 3: Geoffrey Colman in 1915

foto 4: Colman’s Mustard   

ERRATUM

De dagaanduiding "17 juli, zondag" moet zijn "18 juli, zondag"

1. Ardant du Picq

zie passage en voetnoot 10/12/1914

Ardant du Picq (°Auch, 1882) was verwant aan de Franse krijgskundige Charles Ardant du Picq en aan de bekende Franse actrice Fanny Ardant. Het graf werd later overgebracht naar de Nécropole Nationale Notre-Dame-de-Lorette in Ablain-Saint-Nazaire,Carré 29, rang 6, tombe 5754. 

ERRATUM

De dagaanduiding "18 juli, maandag" moet zijn "19 juli, maandag"

1. De verschansingen zijn meestal aangelegd rond de hofsteden

Foto 1: Op een Duitse stafkaart van mei 1916 zijn de loopgraven en pirkkeldraadversperringen rondom de hoeven ten noorden van Dikkebus goed te zien.

2. Van Eeckes Molen

Zie 30 juni 1915, noot 3

Foto 2: Britse troepen marcheren langs Van Eeckes Molen of Wittebroodsmolen (Provinciale Bibliotheek Het Tolhuis, Brugge)

3. de molen van Vermeersch

Het is niet duidelijk om welke molen het gaat. Geen van de bekende molens in en bij Dikkebus werd door een Vermeersch uitgebaat of in eigendom gehouden. Misschien gaat het om de molen van de Vierstraat. Dichtbij was er de hoeve van Camiel Vermeersch.

4. het pikken van de oogst

Foto 3 toont hoe het pikken van de oogst gebeurde.

5. Het wethuis

Zie 30 juni 1915, noot 1

6. Valère Coene

Foto 4: Bidprentje van Valère Coene (1888-1950)

7. Schrapnels

Zie 31 oktober 1914, noot 2

ERRATUM

De dagaanduiding "19 juli, dinsdag" moet zijn "20 juli, dinsdag"

1. het molenhuis

Van de Dikkebusmolen, langs de huidige Dikkebusseweg

2. Henri Vandamme

Allicht henri-Jules Vandamme (°14 dec 1881, Dikkebus- +12 sept 1969, Oost-Vleteren)

3. herberg Risquons-Tout

Zie 2 november 1914

4. naar de pastorie van Haringe

 Een foto van de pastorie van Haringe tijdens de Eerste Wereldoorlog vind je hier 

Foto 1: De haast onveranderde pastorie van Haringe vandaag

5. E.H. Pierret

Het gaat om Benoit Pierret (°1853, Veurne), pastoor van Haringe van 1904 tot aan zijn dood op 30 juli 1919.

Foto 2: Bidprentje van E.H. Benoit Pierret

6. aan de baas van het Vijverhuis

Het Vijverhuis was en is de herberg aan de rand van Dikkebusvijver. Het stond toen wel aan de andere kant van de Vaubantoren, zie hier . Later werd het uitgebaat door de familie Gontier.

Foto 3: Het Vijverhuis voor de Eerste Wereldoorlog. 

7. waaronder de beste wijn van de voorbije eeuw

Over het algemeen waren er in die periode weinig kwaliteitswijnen. Immers, pas in 1910 zou men een remedie vinden tegen de druifluis die sedert 1863 de opbrengst van de wijngaarden decimeerde. En pas in 1933 zou de Appelation Contrôlée ingevoerd worden om de kwaliteit te verhogen. Daarvoor werden meestal goedkope landwijnen van mindere kwaliteit gedronken. Dat wal niet zeggen dat er niet enkele betere wijnjaren waren: 1893 was bijvoorbeeld een uitstekend jaar voor Duitse rieslingwijnen waarvan de zoetste zelfs nu nog  kunnen gedronken worden. Ook 1897 zou een goed wijnjaar geweest zijn. Toch is het weinig waarschijnlijk dat we witte wijnen in Van Walleghems kelder zouden aantreffen: de Vlaamse geestelijkheid gaf de voorkeur aan rode wijnen, in het bijzonder de Bourgogne.

De opmerking over de wijnen is een van de weinige persoonlijke opmerkingen die Van Walleghem maakt. Het duidt erop dat hij een levensgenieter was en dat het afscheid van zijn wijncollectie hem moet pijn gedaan hebben.  

ERRATUM

De dagaanduiding "20 juli, woensdag" moet zijn "21 juli, woensdag"

ERRATUM

De dagaanduiding "21 juli, donderdag" moet zijn "22 juli, donderdag"

1. Hélène

Zijn zus die bij hem inwoont. Het is een van de zeldzame keren dat zij in het dagboek vermeld wordt. 

ERRATUM

De dagaanduiding "22 juli, vrijdag" moet zijn "23 juli, vrijdag"

1. De 5de divisie verlaat het dorp

Ook de 3de divisie zou trouwens de streek verlaten.

2. Het is de 17de die hier langskomt

Ook de 17th (Northern) Division maakte deel uit vanhet “New Army” (“Kitchener’s Army”) dat samengesteld was uit vrijwilligers. De samenstelling van de divisie vind je hier 

ERRATUM

De dagaanduiding "23 juli, zaterdag" moet zijn "24 juli, zaterdag"

1. Schaapstal langs de kassei van Poperinge

Dit is het kruispunt van de huidige Kriekstraat en Ouderdomseweg  in Reningelst.

ERRATUM

De dagaanduiding "24 juli, zondag" moet zijn "25 juli, zondag"

1. Pater Gill

Zie hier

2. de hofstee van Marcel Coene

De hoeve van Marcel-Amand Coene (1885-1953) stond nabij het kruispunt van de Melkerijstraat en de Torreelstraa. Vandaag is de grote hoeve op de helling er nog, het bosje dat erachter lag,  is verdwenen. In het voorjaar van 1915 werd in het bosje de 'Dickebusch Huts' ingericht, één van de eerste en belangrijkste kampen van het Britse leger in deze sector. In de nadagen van de Tweede Slag bij Ieper die de kracht en vooral de discipline van het Britse leger enorm op de proef had gesteld, werden nabij het hof van Marcel Coene niet minder dan 8 terechtstellingen voltrokken. Op nauwelijks anderhalve maand werden hier bijna evenveel Britse soldaten gefusilleerd als tot dan sedert het begin van de oorlog het geval was geweest in de Ieperboog. 'Dickebusch Huts' werd dan ook een soort bedevaartsoord voor de soldaten. (Bron: Piet Chielens: De POP.Route. Fietsen achter het front. Poperinge, IPS, s.d.)

3. een ter dood veroordeelde, deserteur sedert september

Het gaat allicht om Corporal Frederick Ives, die op 15 september 1914 op de loop was gegaan. Zijn executie werd de dag daarop uitgevoerd op de Ieperse vestingen, samen met die van nog vier andere soldaten van het 3de bataljon van het Worcestershire Regiment. (J. Putkowski & J. Sykes: Shot at Dawn. Executions in World War One by authority of the British Army Act. Barnsley, Leo Cooper, 2006 (10de, herziene druk), p. 49)

4. nergens vond ik graven die zo goed onderhouden waren als deze. … dat de soldaten vaak die graven bezoeken

Dit is een belangrijke opmerking. Het wijst op een vorm van respect, zelfs verdoken protest, vanwege de Britse soldaten voor hun medestrijders die ter dood veroordeeld en geëxecuteerd waren. Zie ook

5. hoefijzer aan de deur

Een hoefijzer boven de deur hangen zou geluk brengen. Dat het gebruik bij de Engelsen meer ingeburgerd is, heeft misschien te maken met het Engelse verhaal van Sint-Dunstan en de duivel. Dunstan was in de 10deeeuw aartsbisschop van Canterbury. Hij was niet alleen een groot geleerde, maar ook musicus en edelsmid. Op zekere dag kwam de duivel bij de bisschop langs en vroeg hem zijn hoeven te beslaan. Dunstan zag meteen wie hij voor zich had, bond de duivel vast, zette één van zijn tangen op de neusgaten van de duivel en dwong hem zo te beloven dat hij nooit een huis zou binnengaan waar een hoefijzer aanwezig was.

Volgens het bijgeloof verdubbelt het geluk, wanneer het hoefijzer boven een deur gespijkerd wordt. Als de opening naar boven wordt gehangen, wordt het geluk als het ware opgevangen; als de opening echter naar beneden wijst, loopt het geluk uit de opening en trekt het hoefijzer ongeluk aan. Ironisch genoeg zijn er ook streken waar het hoefijzer juist met de opening naar beneden moet worden opgehangen, zodat het ongeluk eruit loopt.

Foto 1 : luchtfoto van de omgeving van de hoeve Coene

Foto 2: een deel van de hoeve Coene


ERRATUM

De dagaanduiding "25 juli, maandag" moet zijn "26 juli, maandag"

1. het militieonderzoek

werd in de volksmond ’t conzul genoemd

“21 februari 1915: De tekst van de wet verschijnt die de jongelingen oproepen van 18 tot 20 jaar

Woe 30 juni: Heden vertrekken de opgeroepenen van 18 tot 25 jaar (Bron: Baert, op.cit.)

2. Onze jongelingen

Lamerant Georges Henri Joseph, ° 15/05/1896, zoon van Remigius Theophilus, landbouwer, ° Reningelst en Hemma Ludovica Depuydt, ° Dikkebus

Van Zuydt Arthur Corneille

Hennekein Robert Valère Corneille, ° 17/08/1895, zoon van Gustavus Emilius, dagwerker, ° Dikkebus, en Marina Maria Dausy

Dumortier Florent Cornelius, ° 07/05/1896, zoon van Henri Désiré, herbergier-koopman, ° Dikkebus, en Eudoxie Lucie Dehem, ° Dikkebus

Heugebaert Valerius Aloysius Cornelius, ° 21/06/1892, zoon van Amand Theophile, landbouwer, °Dikkebus, en Hortense Clemence Delbaere

Van Elstlande Maurice Aloïs Corneille

Breyne Camillus Cornelius, ° 17/12/1892, zoon van Karel Lodewijk, landbouwer, ° Passendale, en Pauline Rosalie Boone, ° Dikkebus

Goethals Maurice François Joseph Corneille, °12/07/1891, zoon van Frans Dominiek, herbergier, °Voormezele, en Marie Thérèse Haelewyn, ° Loker

Nollet Abel Henricus Cornelius, ° 15/08/1894, zoon van Emile Auguste, onderwijzer, °Elverdinge, en Mathilde Renilde Turpin, ° Reningelst

Timperman Achilles Cyrillus, ° 04/02/1890, zoon van Hendrik Xaverius, langzager, ° Dikkebus, en Eudoxie Marie Stamper, ° Dikkebus

Cannaert Elias Joannes Cornelis, ° 09/12/1896, zoon van Theodorus Florentinus, herbergier, ° Dikkebus, en Eudoxie Sylvia Grimm

Boudry Jules Cyrille, ° 30/04/1895, zoon van Aloysius Amandus, dagwerker, ° Dikkebus, en Octavia Sophia Stamper, ° Dikkebus

Lauwyck Camillus Cyrillus, ° 05/03/1890, zoon van Franciscus Ignatius, landbouwer, ° Dikkebus, en Octavie Stephanie Poussenier, ° Vlamertinge

Vandecasteele Maurice Corneille Marie

Coene Daniel Hendrik Corneel, ° 13/07/1892, zoon van Henricus Ludovicus, bakker, ° Dikkebus, en Marie Louise Coene, ° Dikkebus

Lamoot Edmond Henri Cornelius, ° 15/04/1895, zoon van Emilius Theophilus, dagwerker, ° Brielen, en Celine Marie Cordenier, ° Loker

Stamper Camille Cyrille, ° 05/01/1895, zoon van Hendricus Ludovicus, dagwerker, ° Dikkebus, en Marie Sylvie Grimmonpré, ° Dikkebus

Verhoest Achiel Cyriel, ° 13/07/1895, zoon van Amandus, dagwerker, ° Zuidschote, en Renilde Deloffer, ° Woumen

Baeke Amatus Arthur, ° 17/04/1890, zoon van Isidoor Emiel, dagwerker, ° Dikkebus, en Marie Thérèse Vanthuyne, ° Lichtervelde

Baeke Camiel Adrien, ° 18/11/1895, zoon van idem

Spenninck Florent Jérôme, ° 22/05/1894, zoon van Julius Gregorius, landbouwer, ° Dikkebus, en Rosalie Amelie Donck, ° Passendale

foto 3: bidprentje van Florent Spenninck 

Decrock Camillus Henricus Cornelis, ° 06/12/1893, zoon van Karel Benoit, landbouwer, ° Reningelst en Marie Louise Leuridan, ° Dikkebus

Nollet Hilaire Joseph Corneille, ° 16/10/1895, zoon van Emile Auguste, onderwijzer, en Mathilde Renilde Turpin

Ooghe Marcel Michel Corneille

Devos Arthur René Josef, ° 17/09/1892, zoon van Achille Jules, hoefsmid, ° Brielen, en Amelie Julie Verleyden, ° Brielen

Devos Valerius Albertus, ° 11/11/1886, zoon van idem

Buseyne Adrien Corneille

Leroy Augustinus Henricus, ° 21/03/1893, zoon van Theophilus Emilius, dagwerker, ° Vlamertinge, en Reinilde Mathilde Verkruysse, ° Reningelst

Leroy Marcel Henri Corneille, ° 17/12/1894, zoon van idem

Bucquoye Gaston Corneille

Lauwyck Jules

3. Worden aangenomen als soldaat…

Een aantal van hen zouden de oorlog niet overleven:

Hilaire Nollet
Juul Nollet
Valère Devos

Dat deze laatste als smid diende, hoeft niet te verwonderen. Zijn familie baatte de smidse van Dikkebus uit. Op die plaats langs de huidige Dikkebusseweg is er nog steeds een bushalte “Smisse”.

4. Fécamp

in het departement Seine-Maritime, was oorspronkelijk het opleidingskamp van de 1ste Legerdivisie.

5. Auvours

in het departement Sarthe, vlakbij Le Mans, was oorspronkelijk, vanaf 19 oktober 1914 het opleidingskamp voor oorlogsvrijwilligers en oud-militairen. Vanaf 25 september 1915 werd het ook een opleidingskamp van de 4de Legerdivisie en vanaf 14 december 1915 werd het sterk uitgebreid. Er is tot op vandaag een basis van het Franse leger gevestigd

foto 1: beeld uit het Camp d’Auvours, 1915

6. Parigné-l’Evêque

Dit Belgische opleidingskamp was vlakbij Auvours gevestigd en bestond slechts van februari 1915 tot 14 december 1915.

foto 2: een beeld uit het kamp van Parigné-l’Evêque

ERRATUM

De dagaanduiding "26 juli, dinsdag" moet zijn "27 juli, dinsdag"

1. de arrondissementscommissaris

Het gaat om Albert Biebuyck, zie 21 mei 1915, noot 1

2. de schoolkolonies van de staat

Het gaat om wat gemeenzaam “schoolkolonies” werden genoemd. Op termijn zijn er duizenden kinderen – les Enfants de l’Yser – opgevangen geworden. Zie noot 10 bij 30/03/1915

En verder ook: M. Amara, R. Barbry, C. Declercq e.a. : Naar school, zelfs in oorlogstijd? Belgische kinderen lopen school, 1914-1919. Ieper, Onderwijsmuseum, 2015 of zie hier :

3. Sint-Hubertushoek

Dat is de buurt waar de huidige Ouderdomseweg, Steenakkerstraat, Windeweg en Molendreef samenkomen, gaande van de Hallebast richting Ouderdom.

4. Van Eeckes molen

Zie 30 juni 1915, noot 3

ERRATUM

De dagaanduiding "27 juli, woensdag" moet zijn "28 juli, woensdag"

ERRATUM

De dagaanduiding "28 juli, donderdag" moet zijn "29 juli, donderdag"

1. naar Adinkerke waar de koningin hen komt groeten

foto 1: Koningin Elisabeth groet de vertrekkende “Enfants de l’Yser”

2. Seine-Inférieure

Het departement veranderde in 1955 van naam en heet sindsdien Seine-Maritime. De hoofdplaats is Rouen.

3. Foto’s van de vernoemde schoolkolonies:

foto 2: Grandes-Dalles

foto 3: Caudebec-en-Caux

foto 4: Sassetot-le-Mauconduit

foto 5: Saint-Paër

foto 6: Saint-Valéry-en-Caux

Nog veel meer foto’s zijn te vinden op : zie hier

4. …. bestuurd door de zusters van…

Over de verschillende kloosterzusters die de zorg voor een kolonie op zich namen, zie hier

5. principaal

 

De naam die vroeger gegeven werd aan de geestelijke die directeur was van een bisschoppelijk college. Voor zijn aanstelling was hij er doorgaans de titularis en leraar latijn geweest in het laatste jaar van de humaniora, de rethorica. Meestal verliet hij zijn post van principaal, omdat de bisschop hem benoemd had als pastoor-deken, ergens in het bisdom.

 

6. … van Dikkebus

 

Onder de kinderen die vertrokken waren deze kinderen, geboren in Dikkebus:

 

- Huyghe Yvonne Maria Cornelia           

° 05/06/1903

dv Alphonse Hendrik, landbouwer, ° Vlamertinge, 31 j (in 1903) en Gesquière Alexia Maria Cornelia, ° Dikkebus, 25 j

 

- Huyghe Germaine Maria Cornelia

° 22/06/1906

dv idem

 

- Perdieu Margareta

° 09/02/1905 (natuurlijk kind)

aangeefster = Deraeve Louise Marie, gedipl. Vroedvrouw, 45, ° & won Dikk.

dv Perdieu Renildis Pharaïldis, dienstmeid, ° Dikkebus, 17 j

 

- Huyghe Maria Julia Cornelia

° 17/07/1906

dv Cyrillus Theophilus, landbouwer, ° Langemark, 39 j en Lietaert Marie Stephanie, ° Handzame, 28 j

                       

- Huyghe Irma Maria

° 04/05/1908

dv idem

 

- Depoorter Maria Madeleine

° 04/02/1907

dv Edmondus, dagwerker, ° Passendale, 40 j en Debruyne Herminie Leonie, ° Vlamertinge, 35 j

                       

- Deman Julia Maria Cornelia

° 11/10/1903

dv  Remigius Cornelius, dagwerker, ° Vlamertinge, 23 j en Capoen Felicitas Maria Cornelia, ° Dikkebus, 24 j

 

- Devos Godelieve Maria Cornelia

° 13/11/1903

dv Achille Jules, hoefsmid, ° Brielen, 46 j en Vanleyden Amelia Julia, ° Brielen, 47 j

                       

- Onraet Margareta Maria Cornelia

° 20/09/1901

dv Cyrillus Cornelius Amandus, landbouwer, ° Dikkebus, 30 j en Waterbley Euphrasia Clementia, ° Ieper, 33 j

 

- Onraet Martha Maria Cornelia

° 30/03/1907

dv idem

 

- Leleu Rachel Irma Cornelia

° 15/08/1902

dv Benedictus Renatus, schoenmaker, ° Dikkebus, 44 j en Goussey Stephanie, Eugenie, ° Dikkebus, 40 j

 

- Tyteca Blanche Cornelia Symphoriana

° 25/09/1906

dv Renatus Cornelius, schoenmaker, ° Dikkebus, 35 j en Van Eeckhout Eudoxie Romanie, ° Elverdinge, 33 j

 

- Vandamme Helena Estella Maria Cornelia

° 18/08/1904

dv Henricus Aloÿsius, metser, ° Vlamertinge, 35 j en Vermeersch Marie Louise, ° Zonnebeke, 29 j

                       

- Aernout Agnes Cornelia

° 02/11/1902

dv Arthur Cyrillus, herbergier, ° Dikkebus, 31 j en Dumortier Evelina Cornelia, ° Dikkebus, 28 j

                       

- Leroy Irma Maria Cornelia (Franse genaturaliseerd)

° 14/03/1905

dv Theophilus Emilius, dagwerker, ° Vlamertinge, 39 j en Verkruysse Reinilde Mathilde, ° Reningelst, 37 j

 

- Leroy Madeleine Hélène Cornelia

° 24/04/1907

dv idem

 

- Vandermarliere Esther Gabriëlle Cornelia

° 26/04/1902

dv Julianus Cornelius, landbouwer-herbergier, ° Reningelst, 50 j en Thuylie Maria Theresia Ludovica, ° Dikkebus, 36 j

 

- Vandermarliere Blanche Marie Cornelia

° 24/05/1903

dv idem

 

- Spenninck Martha Julia Cornelia

° 04/12/1904

dv Julius Gregorius, landbouwer, ° Dikkebus, 47 j en Vervisch Emma Maria, ° Voormezele, 36 j

                       

- Capoen Maria Julia Cornelia

° 03/07/1906

dv Julius Cornelius, dagwerker, ° Dikkebus, 30 j en Houwen Irma Maria, ° Reningelst, 28 j

 

- Desmarets Margaretha Julia Cornelia

° 10/10/1901

dv Henri Amand, landbouwer, ° Dikkebus, 38 j en Peirsegaele Elisa Maria, ° Komen, 45 j

 

- Cafmeyer Maria Magdalena Cornelia

° 11/04/1902

dv Theophile Arthur Leon, landbouwer, ° Beernem, 34 j en Adriaen Paulina Maria Cornelia, ° Dikkebus, 32 j

 

- Vandamme Gérard Benoit Cornelius

° 14/10/1905

zv Henri Aloïs, metser, ° Vlamertinge, 35 j en Vermeersch Marie Louise, ° Zonnebeke, 30 j

                       

- Spenninck Elie Henri Cornelis

° 20/06/1902

zv Julius Gregorius, landbouwer, ° Dikkebus, 45 j en Vervisch Emma Maria, ° Voormezele, 34 j

foto 7 : bidprentje van Elie Spenninck

- Sinnaeve Germanus Daniel Cornelius

° 12/01/1902

zv Petrus Franciscus, koster-kleermaker, ° Westrozebeke, 47 j en Arnout Nathalia Rosalia, winkelierster, ° Dikkebus, 43 j

 

- Hayaert Richard Firmin Germain Cornelius

° 25/04/1904

zv Aloysius Cornelius, kleermaker, ° Reningelst, 33 j en Hennekein Cornelia, kleermaakster,; ° Dikkebus, 28 j

 

- Vandermarliere Marcel Michel Joseph Cornelius

° 06/08/1904

zv Julianus Cornelis, landbouwer-herbergier, ° Reningelst, 52 j en Thuylie Maria Theresia Ludovica, herbergierster, ° Dikkebus, 38 j

 

- Vandermarliere Daniël André Cornelius

° 12/03/1906

zv idem

 

- Gombeir Marcel Joannes Baptista

° 17/11/1904

zv Petrus Amandus, dagwerker ° Dikkebus, 27 j en Beele Maria Emerentia, ° Ieper, 32 j

 

- Ooghe Adrien Cornelis

° 07/02/1905

zv Camillus Emilius Cornelius, herbergier-landbouwer, ° Poperinge, 34 j en Blanckaert Elodie Euphrasie, herbergierster-landbouwster, °Woesten, 31 j

 

- Bendel Maurits Leon

° 20/10/1903  (+ Nevers, 26/10/1988)

zv Aloïs Amand, timmerman, St.-Jan-bij Ieper, 41 j en Grimonpré Emiliana Romania, ° Dikkebus,

                       

- Depoorter Cyrille Camille

° 10/05/1902

zv Edmond, dagwerker, ° Passendale, 36 j en Debruyne Herminie Léonie, ° Vlamertinge, 30 j

                       

- Haelewyn René Julien Cornelius

° 08/07/1902

zv Benjamin Henricus Serenus, dagwerker, ° Dikkebus, 45 j en Verbeke Leonie Marie, ° Brielen, 36 j

                       

- Haelewyn Arthur Omer Cornelius

° 17/12/1903

zv idem

 

- Desmarets Georges Jules Cornelius

° 20/12/1902

zv Arthur Renatus Cornelius, landbouwer, °Dikkebus, 26 j en Vanderjeught Felicie Emma Cornelia, ° Noordschote, 24 j

 

- Desmarets Maurits Cyrille Cornelius

° 02/06/1904

zv idem

 

- Smagghe Leon Aloïs Cornelius

° 01/08/1902

zv Aloysius, metser, ° Langemark, 26 j en Capoen Emma Maria Mathildis, strijkster, ° Dikkebus, 24 j

                       

- Declercq Remi Henri

° 12/10/1905

zv Curillus Emilius, metser, ° Dikkebus, 31 j en Verslype Sylvie Marie, ° Vlamertinge, 33 j

ERRATUM

De dagaanduiding "29 juli, vrijdag" moet zijn "30 juli, vrijdag"


1. Ditmaal werpen zij vitriool

Het gaat eigenlijk om een aanval met vlammenwerpers. Het waren logge apparaten die hoop en al een paar minuten vuur konden spuwen. De grootste werden ingebouwd in de loopgraaf en de kleinste werden op de rug gedragen. Op de ochtend van 31 juli 1915 loosden de Duitse vlammenwerpers hun dodelijke lading vanuit de Duitse frontloopgraven bij Hooge. De lange stralen reikten moeiteloos tot over het nauwe niemandsland in de Britse loopgraven en in de Hooge krater. In feite was een soldaat die zich plat tegen bodem en voorkant van de borstwering van de loopgraaf drukte quasi veilig voor het vloeibare vuur. De Britten hadden echter nog nooit iets dergelijks gezien en er brak haast onmiddellijk paniek uit. De Duitse aanvalscompagniën van het Infanterie-Regiment nr. 126 hadden er geen probleem mee om de Britse soldaten in de frontlijn te overrompelen. Wie zich niet overgaf werd ogenblikkelijk gedood. Een Duitse aanval op Sanctuary Wood vanuit het oosten liep op een sisser uit, maar bij Hooge was het resultaat van de vlammenwerperaanval onverwacht. Het Hooge, inclusief de Britse krater, viel in handen van de snel oprukkende Duitsers. Voor de Britse verdedigers goed en wel doorhadden wat er gaande was, waren ze al teruggedreven tot de randen van Zouave Wood en Sanctuary Wood. De tegenaanvallen die de 14e divisie hierop lanceerde behoorden tot de meest dramatische van de zomer van 1915. Bataljons van de King’s Royal Rifle Corps en de Rifle Brigade probeerden, zonder enige noemenswaardige artilleriesteun, en in de wetenschap dat de Duitsers onmiddellijk machinegeweren in de buitgemaakte loopgraven hadden ingebouwd, op bevel van hoger hand het terrein te heroveren. Een dramatisch hoge slachtofferlijst zonder enige terreinwinst was het gevolg. (Bron: Bert Heyvaert: Van het westelijke front geen nieuws? Juni 1915-juni 1917. in: Piet Chielens, Dominiek Dendooven & Hannelore Decoodt (Eds): De Laatste getuige. Het oorlogslandschap van de Westhoek. Tielt, Lannoo, 2006, p. 32-33)

2. de schoolkolonies van het Frans-Amerikaans comité

Voluit gaat het om het Comité Franco-Americain pour la Protection des Enfants de la Frontière. Voor meer hierover, zie hier :

3. de veldwachter

Het gaat om Aloïs Forceville, zie 30 juni 1915, noot 4. 

4. Van Dikkebus zijn..

Onder hen:

 - Capoen Maurits Camille Cornelius

° 22/08/1907

zv Camillus Cornelius, dagwerker, ° Dikkebus, 28 j (in 1907) en Vandevoorde Maria Cornelia, ° Dikkebus, 25 j

 

- Vandamme Anna Pharilde Cornelia

° 20/06/1909

dv Henri Aloïs, metser, ° Vlamertinge, 38 j en Vermeersch Mariez Louise, ° Zonnebeke, 33 j

                       

- Vandamme Maria Julia Cornelia

° 16/06/1908

dv idem

 

- Vandamme Martha

° 1910

 

Aernout Denise

°

dv Arthur Cyrille, herbergier-koopman in pluimgedierte, ° Dikkebus en Dumortier Evelina Cornelia; ° Dikkebus

 

-  Aernout Yvonne Maria Cornelia

° 19/01/1910

dv idem

 

- Foor Yvonne Maria Cornelia

° 01/10/1909

dv Cyrillus Cornelius, dagwerker, ° Dikkebus, 34 j en Houwen Helena Martina, ° Reningelst, 28 j

 

5. Oulins (Eure et Loire)

De naam van het departement is Eure-et-Loir (niet Loire). Foto’s van de schoolkolonie in Oulins, bij Anet, ten n-o van Dreux, vind je hier 

6. Parijs, rue Bonnet 20

Er is een rue Bonnet in het 18de arrondissement en een rue Louis Bonnet in het 11de arrondissement (Belleville)

7. in Poperinge vallen juist granaten

“ Le 25, dimanche, commence le 33 e bombardement sur la ville, et le 30, le vendredi, vers 8 I/2 h il y eut un bombardement terruble pendant une heure – 22 obus - beaucoup de dégâts, plusieurs morts et blessés”

(Bron: Depuydt A.: op. Cit.)

“ Vrijdag 30 juli: Om 8 ure krijgen wij 10 obussen en om 9 ure nog 12, (o.a.) tegen St- Bertinuskerk”

(Bron: Baert A.: op.cit.)

ERRATUM

De dagaanduiding "30 juli, zaterdag" moet zijn "31 juli, zaterdag"

1. gevochten tussen Belgen, burgers en soldaten, tegen Engelsen

er wordt omzeggens elke dag wel gevochten tussen de verschillende groepen achter het front.

2. doen de Engelsen een tegenaanval en heroveren de verloren loopgraven.

Zie 29/7, noot 1. De informatie klopt niet: die nacht vond een nieuwe Duitse aanval met vlammenwerpers plaats die echter mislukte. Pas op 9 augustus zouden de Britten hun posities bij Hooge heroveren.

3. een aanval aan Hill 60

Hoewel de grote acties bij Hill 60 zich situeerden tussen 17 april en 6 mei 1915 zou Hill 60 nooit een rustige sector worden, alleen al omwille van het feit dat het niemandsland er zo smal was. Voor 31 juli 1915 kon geen raid bij Hill 60 teruggevonden worden, maar het is niet uit te sluiten dat er inderdaad een plaatselijke actie plaatsvond. Erg groot kan die echter niet geweest zijn.

4. zo genoemd omdat die plaats onder dat nummer aangeduid staat op de kaart van het leger

Het gaat eigenlijk om de hoogtelijn: Hill 60 – in het Frans Côte 60 en in het Duitse Höhe 60 – was een kunstmatige heuvel, opgeworpen uit de aarde van de spoorwegsleuf ernaast. Het reikte 60 meter boven de zeespiegel. Aan de andere kant was er nog zo’n kunstmatige ophoping, naar zijn vorm meestal the Caterpillar (rups) genoemd, maar ook wel aangeduid als Hill 59. De Duitsers spraken dikwijls van Doppelhöhe 60.

Foto 1: de plaatsaanduiding Hill 60 en de hoogtelijn van 60 meter op een Britse loopgravenkaart

5. Sedert enkele dagen zijn de Belgen gekleed in kaki.

Vanaf juni 1915 werd het overgangsuniform 1914-15 vervangen door een kaki-uniform.

“Donderdag 15 tot Zondag 18 juli: De Belgische soldaten krijgen hun nieuw uniform”

(Bron: Baert A. op. cit.)


Foto 2 : Belgisch uniform, zomer 1915

6. De stof is alleen wat bleker dan de Engelsen. Deze van de Canadezen is wat groener.

Foto 3: Brits uniform van een Kitchener’s volunteer, 1915

Foto 4: Canadees uniform, 1915

ERRATUM

De dagaanduiding "31 juli" ontbreekt;
zie daarvoor de errata vermeld voor de periode van 7 tot 30 juli.

1. Het kasteel van ’t Hoge is weer in handen van de Duitsers

Voor de gebeurtenissen bij ’t Hooge, zie bij 29 juli 1915, noot 1. De 14de Divisie had inderdaad heel wat verliezen.

2. Dit was Kitcheners leger. Dat verneem ik uit goede bron

Die goede bron zal allicht een Britse beroepsofficier geweest zijn. Die beoordeelden nogal dikwijls de vrijwilligers van Kitchener’s Army als minder goede soldaten. 

1. 18 granaten gevallen op Poperinge

“La nuit du 3 au 4 août il y eut un très grand bombardement; beaucoup de dégâts: rue d'Ypres, marché aux Chevaux, la chapelle des soeurs Pénitentes.

Le 5 au soir vers 6 1/2 h grand bombardement qui a recommencé 2 fois; il y eut 41 obus.        

Le 6 il y eut 3 bombardements de la ville en cette journée.”

(Bron: Depuydt: op. cit.)

 

“Do 5 Oegst: 's Avonds om 5 ure negen obussen, om 6 ure acht en om 8 ure vijftien, allen in de stad.

Vrijdag 6 oogst: Om 2 1/2 ure vijf en om 6 ure twee obussen. De bewoners komen weer moedeloos.”

(Bron: Baert: op. cit. )

2.  naar Proven, waar zij geborgen worden op de zolder van de pastorie

Zie 19 juli 1915, noot 4

2. Aide Civile Belge

Zie 30 maart 1915, noot 1

1. opstuiken

Het in schoven zetten. Opstuiken op een andere plek dan waar geoogst was, behelste een gigantisch karwei: pikken, opladen, vervoeren, uitladen en opstuiken.

Foto 1: het “opstuiken”

1. Schrapnels

Zie 31 oktober 1914, noot 2

Foto 1: de werking van een schrapnel

2. de Melkerij

Zie 26 april 1915, noot 3

1. pater Potter, jezuïet

Het gaat om de Ierse jezuïet Henry Joseph Potter (1866-1932). Een brief door hem geschreven in 1918 vind je hier

2. stout

Stout is een biersoort die wordt gekenmerkt door een donkerbruine tot zwarte kleur en een enigszins branderig bittere smaak door het gebruik van gebrande of geroosterde mout. Er bestaan zowel hooggegiste als laaggegiste varianten. Stout is een variant van de biersoort porter, die in mindere mate dezelfde kenmerken bezit. De eerste stout werd gemaakt in Londen rond 1730. Lange tijd bleef het een Engelse bierstijl. Vandaar dat Van Walleghem het onderscheid maakt met “Belgisch bier”. 

1. Zeer geweldige aanval van de Engelsen

Na de aanval met vlammenwerpers van 30 juli 1915 (zie bij 29 juli 1915) en de mislukte tegenaanvallen om Hooge te heroveren werd in het grootste geheim een brigade van de 6e divisie naar voren gebracht. In de nacht van 9 augustus marcheerden de aanvalscompagnies in alle stilte van Ieper in de richting van Hooge. Vlak achter een hevige artilleriebeschieting rukten ze op door het niemandsland. Dit was in zeker zin een gok van de Britse generale staf. Het systeem van de ‘creeping barrage’, waar troepen bijna vlak achter de opschuivende artilleriebeschieting oprukten was nog nooit echt uitgetest in de praktijk. Het stond of viel met een zorgvuldige planning, terreinkennis en coördinatie tussen infanterie en artillerie. Het werd deze keer echter een compleet succes. De Duitsers van Infanterie-Regiment nr. 132 en 126 waren compleet verrast, en in enkele uren tijd viel al het gebied dat op 31 juli was verloren gegaan weer in Britse handen, inclusief de Hooge krater en de ‘stables’, die door het 1st King’s Shropshire Light Infantry werden heroverd. Rustig bleef het hierna echter niet bij Hooge. Opstootjes tussen nachtelijke patrouilles waren dagelijkse kost, net als wederzijdse beschietingen en de activiteiten van sluipschutters.

2. Au Faisan d’Or

De Faisan Doré was een herberg in de huidige Dikkebusseweg, nu ’t Kobbetje.

foto 1: De Dikkebusseweg voor de Eerste Wereldoorlog met rechts de Faisan Doré 

3. In Poperinge mag gedurende 3 dagen niemand de stad binnen

“Ma 9 Oogst: Alle vervoer door de stad voor de burgers verboden. De straten zijn verlaten.”

(Bron: Baert: op.cit.)

 

4.  De kanonnen geweldiger dan gewoonlijk

“Le 9, la nuit, 15 fort gros obus de 380 furent lancées sur la ville”

(Bron: Depuydt: op.cit.)

“Ma 9 Oogst: 's Nachts begint het kanon te bulderen, welhaast onafgebroken als een ratelende donder. 't Is eenig om hooren en vreeselijk om de lichten te zien.”

(Bron: Baert: op.cit.)

1. de officieren aan een frank

Logement van een officier werd dus bijna vijfmaal zo duur geacht als dat van een gewoon soldaat.

2. in de aanval van maandag

Het gaat dus over de Britse aanval op ’t Hooge van 8-9 augustus 1915. Helemaal accuraat is de informatie niet. De Britten waren er wel in geslaagd de stallingen (The Stables) van het kasteel ’t Hooge te veroveren maar het kasteel zelf was nog steeds in Duitse handen en dat zou nog twee jaar zo blijven. Dat de Britten “in het geheel 1100 meter vooruitgegaan” zijn is ook met een korrel zout te nemen: in de breedte allicht wel.

Foto 1: kaartje van de situatie bij ’t Hooge, voor en na de aanval van 9 augustus 1915

3. marmieten

Zie 20 april 1915, noot 2

4. E.H. Vander Heyde

Het gaat om Victor Vander Heyde (1865-1927), pastoor van Nieuwkerke van 1909 tot 1919.

Foto 2: bidprentje van Victor Vander Heyde

1. marmieten

Zie 20 april 1915, noot 2

2. Vlamertinge-station

Nabij de hoek van de huidige Poperingseweg met Gezellestraat en Bellestraat.
Een foto en meer uitleg over het station van Vlamertinge vind je hier 

3. Het schijnt dat het er 380 zijn

Hier werd een een vergissing gemaakt bij de transcriptie van het dagboek: in zijn manuscript schrijft Van Walleghem: “Het schijnt zelfs dat het 380 zijn”. Hij doelt daarmee op het kaliber van de granaat: 380 mm of 38 cm. Dit was lange-afstandsgeschut met bijzonder zware granaten die tussen 400 en 750 kg wogen. Het bekende kanon “Lange Max” in Koekelare schoot bijvoorbeeld granaten van 38 cm af. Meer informatie vind je hier : 

Foto 1: een krater geslagen door  een 38-cm granaat

4. het hospitaal in Montreuil

Zie 30 maart 1915, noot 9

Cyriel Declercq

Remi Haelewyn

5. een tering

In de volksmond wordt tuberculose ook tering genoemd.

6. Vandaag ontving ik een brief van thuis (Pittem) van 6 juli

Omdat Pittem in het door de Duitsers bezette gebied lag, was correspondentie verre van evident en moesten brieven vaak een lange omweg via een neutraal land maken.  

1. granaten van ten minste 200 tot 250 diameter

Het kan gaan om Sprenggranate van 21 cm of van 24 cm. In elk geval zware munitie met een gewicht gaande van 80 tot  150 kg.

2. droevig bericht van de dood van Frans Leleu

Frans Leleu

1. feestdag van de H. Rochus

In de kerk van Dikkebus was er in een zijkapel een altaar gewijd aan Sint-Rochus van Montpellier. Dat was een van de zogenaamde pestheiligen en werd bijgevolg aanbeden tegen besmettelijke ziektes (waaronder dus ook de tyfus die in het voorjaar van 1915 lelijk had huisgehouden).

foto 1: Het Sint-Rochusaltaar van de Sint-Jan-Baptistkerk in Dikkebus, gesculpteerd door petrus Peeters, ca 1880-1890 (© KIK-IRPA)

2. de pastoor van De Klijte

Het gaat om zijn vriend Alfons Callewaert.

3. de relikwieën van de kerk van Voormezele.

De bekendste relikwie, die van het Heilig Bloed, was daar niet bij. Die had Van Walleghem al op 22 februari 1915 aan de zusters van het “oudemannenhuis” van Voormezele die in Reningelst verbleven, bezorgd.

Foto 2: een achttiende-eeuws reliekhouder uit de kerk van Voormezele (© KIK-IRPA) 

foto 1: Ieper in 1915.

1. tussen het exercitieplein en het kasteel van meneer Vandenpeereboom

Zie bij 1 april 1915, noten 1 en 6

2. (dat na de oorlog klooster is geworden..)

Zoals uit het manuscript hierboven blijkt, werd deze opmerking later in de marge toegevoegd. Tot op vandaag is in dit kasteel een klooster van de karmelietessen gevestigd. 

1. verblijfsvergunningen

Met het invoeren van het koninklijk besluit van 15 mei 1915 werden verblijfsvergunningen verplicht voor alle inwoners van de frontstreek.

foto 1- 3 : De gemeenteraad van Poperinge protesteerde in juli 1915 tegen de verblijfsvergunningen en de manier waarop ze afgeleverd werden, maar kreeg lik op stuk van generaal Andringa, militair gouverneur van West-Vlaanderen (Stadsarchief Poperinge, zittingen gemeenteraad 1905-1920) 

1. allerhande politiereglementen

Gedurende de hele oorlog zouden de prijzen van consumptiegoederen door de overheid bepaald worden. Ook de verkoop van alcohol werd strenger aan banden gelegd en in sommige periodes verboden.

De foto’s geven enkele voorbeelden uit Poperinge in de eerste oorlogsmaanden (Stadsarchief Poperinge, Schepencollege 1907-1924)

1. de Geithoek

De Geithoek is een wijk ten zuiden van Vlamertinge. Heden ten dage de hoek van Rodenbachstraat – Krommenelststraat – Hazewindstraat – Vijfgebodenstraat.

2. de 17de Divisie

zie bij 22 juli 1915, noot 2

1. de Salvage Company

De salvage companies hadden als taak verspilling tegen te gaan en alle bruikbare materiaal te recupereren. Uit de opmerking van Van Walleghem blijkt dat het verder ging dan recyclage en dat men ook in de verlaten burgershuizen buikbare spullen ging zoeken. In 1915 waren ze nog niet formeel georganiseerd. Waarschijnlijk gaat het hier dus om een initiatief vanuit de divisie waarbij rustende soldaten werden ingezet om huisraad te zoeken om het leven in de loopgraven comfortabeler te maken. In midden 1917 kwamen de salvage companies onder het nieuw opgerichte Labour Corps te vallen en kregen ze expliciet als taak om militaire uitrusting te recupereren. 

foto 1: Britse affiche die oproept om te recycleren

1. E.H. Desmedt

Eerder, op 3 juni 1915, had Van Walleghem geschreven dat kapelaan Desmedt erg ziek was.

2. Salvage Company

Zie bij 23 augustus 1915

3. De Engelsen betalen slechts 5 centiemen per man

Wat heel wat minder is dan de Fransen. Van Walleghem had op 11 augustus 1915 geschreven dat de Fransen voor de inkwartiering 21 centimes per gewoon soldaat en 1 frank per officier zouden uitbetalen. 

1. Bij de Groene Jager ontploft een groot Engels kanon

"Er vallen verscheidene doden en gewonden." Samen met de vermelding van de plaats van de ontploffing (de Groene Jager: zie bij 31 januari 1915, noot 2), en als we er mogen vanuit gaan dat de slachtoffers tot dezelfde eenheid behoren, wijst dit voorval in de richting van de 12th Siege Battery (Royal Garrison Battery). Die eenheid telt die dag twee slachtoffers, waarvan één inderdaad begraven is in Vlamertinge, de tweede op de hospitaalbegraafplaats van Lijssenthoek (Poperinge), waar ook de dag nadien nog een derde man overlijdt.

George Denton
John Arnold Berry
Christopher Westmoreland

 

1. meneer Biebuyck, arrondissementscommissaris

Zie bij 21 mei 1915, noot 1

1. Aan de Zwarteberg is er een grote installatie waarmee een deel van de berg wordt uitgegraven

Deze groeve zou gedurende een groot deel van de oorlog blijven bestaan.

foto 1: de militaire groeve aan de Zwarteberg op een Britse luchfoto van 20 september 1916 (Imperial War Museum, Londen) 

2. Men vindt honderden burgers en soldaten, Belgische en Engelse, die werken aan de wegen

Het was een algemene richtlijn van het Britse leger om waar mogelijk plaatselijke burgers aan het werk te zetten voor niet-militaire arbeid. Ook aan Duitse zijde werden duizenden Belgische burgers terwerkgesteld, zij het dat het daar een verplichting werd.   

Foto 1: De Klijte-kapel

1. de arrondissementscommissaris

Het gaat om Albert Biebuyck, zie bij 21 mei 1915, noot 1

1. langs het Hemelrijk en de Kruisstraat

Het Hemelrijk is de hoek van de huidige Dikkebusvijverdreef en de Dikkebusseweg. De Kruisstraat was de Ieperse buitenwijk langsheen de Dikkebusseweg, toen het nog enige stukje Ieper waar burgers woonden.

2. het zothuis

Het gaat om het psychiatrisch hospitaal langs de Poperingseweg. Zie ook 23 februari 1915, noot 2

3. de brug

Dit is de brug over de vaart Ieper-Komen langs de Dikkebusseweg in Ieper, toen het verste punt tot waar burgers toegelaten waren. 

foto 1: loopgravenkaart van het front ten oosten van Dikkebus op 7 september 1915

1. schoolkolonies

zie bij 30 maart 1915, noot 10. Veel meer informatie is te vinden op : Zie hier :

2. Seine-Inférieure

Het departement veranderde in 1955 van naam en heet sindsdien Seine-Maritime. De hoofdplaats is Rouen.

3. waar zij bezocht worden door de koningin

Zie 28 juli 1915, foto 1

4. Saint-Paër

ten noordoosten van Gisors

Zie 28 juli 1915, foto 4

5. Saint-Aubin-Epinay

ten oosten van Rouen-Bonsecours

Een groot aantal kinderen van het treinkonvooi van 7 september 1915 zou op 25 september 1915 uit hun tijdelijke verblijfplaatsen te Rouen vertrekken.  Zie hiervoor ook .

De jongens vertrokken naar twee schoolkolonies die werden opgestart in Saint-Aubin-Epinay en kwamen terecht  in ofwel Sint-Aubin-Château waar de zusters Lamotten uit Ieper een opdracht kregen, ofwel naar Château Stackler waar de zusters Maricollen, Paulinen uit Brugge, een opdracht kregen.

De schoolkolonie in Saint-Aubin-Epinay Hameau Branville, ook voor jongens, zou pas in januari 1917 opstarten met ook zusters Lamotten uit Ieper. (Met dank aan Ghislain Kuyle voor deze informatie)

Meer informatie is hier te vinden : Zie hier :

6. Noyelle Anna en Rachel

De zusjes Anna en Rachel Noyelle uit Dikkebus raakten op 14 mei 1915 zwaar gewond bij een obus inslag, zie aldaar. 

7. De Dikkebusse kinderen die vertrekken…

Onder hen onder meer:

- Noyelle Anna Maria

° 29/10/1901

dv Theodore Julien, metser, ° Vlamertinge, 41 j (in 1901) en Vieren Emma Maria, ° Dikkebus, 37 j

                       

- Scheldeman Maria Leonia

° 04/02/1902

dv Henricus, dagwerker, ° Ledegem, 32 j en Foor Maria Cornelia, ° Dikkebus, 31 j

 

- Bendel Agnes Martha Cornelia

° 25/09/1902

dv Aloïs Armand, timmerman, St.-Jan-bij Ieper, 40 j en Grimmonpré Emiliana Romania, ° Dikkebus, 31j

 

- Bendel Maria Emilia Cornelia

° 01/01/1905

dv idem

 

- Bendel Anna Martha

° 01/10/1906

dv idem

 

- Timperman Gabriëlle Cornelia

° 22/07/1906

dv Leo Constantinus Cornelius, dagwerker, ° Dikkebus, 26 j en Boudry Zoë Marie Cornelia, ° Wulvergem, 22 j

                       

- Accou Martha Cornelia

° 19/09/1901

dv Livinus Augustinus, dagwerker, ° Reningelst, 30 j en Lauwyck Octavia Lucia, ° Dikkebus, 30 j

                       

- Accou Irma Maria Cornelia

° 05/03/1903

dv idem

 

- Accou Emma Maria Cornelia  

° 08/11/1904

dv idem

 

-  Lozie Gabriëlle Maria Cornelia

° 20/01/1905

dv Camillus Cyrillus, dagwerker, ° Brielen, 25 j en Timperman Evelina Paulina Cornelia, ° Dikkebus, 27j

 

- Lozie Maria Gabriëlla Cornelia

° 09/05/1906  (+ Perenchies, 25/04/1984)

dv idem

 

- Lozie Blanche Bertha Cornelia

° 14/07/1907

dv idem

 

- Lozie Martha Maria Cornelia

° 16/09/1908

dv idem

 

- Lemaire Camillus Cornelius

° 09/03/1906 (voorkind, gewettigd bij huwelijk op 25/11/1908)

zv Henricus Desiderius en Leeuwerck Celina Cornelia, ° Dikkebus, 25

                       

- Accou Henri Achille

° 09/03/1906

zv Livinus Augustinus, dagwerker, ° Reningelst, 35 j en Lauwyck Octavia Lucia, ° Dikkebus, 35 j

                       

- Accou Maurice Cornelius

° 04/05/1907

zv idem

 

- Timperman Achille Cyrille Cornelius                

° 05/09/1907

zv Leo Constantinus Cornelius, dagwerker, ° Dikkebus, 27 j en Boudry Zoë Marie Cornelia, ° Wulvergem, 23 j

 

- Vieren Jules Henri Emile Cornelius

° 02/06/1901

zv Henricus Emilius, koopman in gevogelte, ° Dikkebus, 28 j en Pinket Maria Ludovica, ° Langemark, 27 j

 

- Doom Georges Camille Cornelius

° 16/04/1907

zv Renatus Amatus, landbouwer, ° Dikkebus, 34 j en Cafmeyer Leontine Philomène, ° Beernem, 35 j

                       

- Scheldeman Achille Benoit

° 17/09/1904

zv Henricus, dagwerker, ° Ledegem, 35 j en Foor Emma Maria Cornelia, ° Dikkebus, 34 j

                       

- Scheldeman Victor Cornelius

° 11/09/1907

zv idem

1. Feest van O.L.Vrouw-Geboorte

Over het feest van Maria-Geboorte, zie .

In het Ieperse is de kerk van Hollebeke aan O.L.Vrouw-Geboorte toegewijd.  

1. Helaas zijn twee ongelukken te betreuren

Arthur Dury (Dikkebus, 1880-1957)
en
Edward Pyck 

1. de Kruisstraat

Zie 4/9/1915, noot 1

2. Veel soldaten zijn ziek door het slechte vrouwvolk

Dit is een van de weinige keren dat Achiel Van Walleghem op prostitutie alludeert. Het fenomeen was echter achter het front veel ruimer verspreid dan de priester in zijn dagboek laat uitschijnen. Allicht was het persoonlijk taboe om her er over te hebben veel te groot. 

De weelderig bloeiende prostitutie werkte sexueel overdraagbaare aandoeningen in de hand en de uitval was significant : bij ongeveer 5 % van het de Britse manschappen werd ooit “VD“ (Venereal disease) geconstateerd en bij sommige eenheden lag het percentage zelfs een stuk hoger. Tegen het fenomeen werd zowel repressief (straffen) als preventief opgetreden: zo richtten Fransen en Duitsers officiële legerbordelen in waareen dokter de prostituees een paar keer per week onderzocht Verder werden militairen over de gevaren en de preventie van overdrachtelijke ziekten geïnformeerd via brochures, affiches en films.

foto 1: Om het probleem van sexueel overdraagbare aandoeningen aan te pakken, liet het Groot Hoofdkwartier van het Belgische leger een tweetalige informatiefolder op 200.000 exemplaren drukken en verspreiden. 

1. het college St- Jacques en het pensionaat Jeanned’Arc

Dit waren twee scholen, de ene voor jongens en de andere voor meisjes, die op het einde van de 19de eeuw tijdens de Franse schoolstrijd in Hazebrouck tot stand waren gekomen. Het Collège Saint-Jacques bestaat nog steeds nadat het in 1966 met de de Ecole Jeanne d’Arc gefuseerd was. 

Foto 1 : het Collège Saint-Jacques

Foto 2: het Pensionnat Jeanne d’Arc

2. Reis door Bailleul, opzij van Méteren, door Strzeele, Pradelles, Borre,  Hazebrouck

Van Walleghem preciseert niet hoe hij reist maar zijn beschrijving komt overeen met de huidige D642 van Belle naar Hazebroek. Deze laatste stad was in elk geval ook makkelijk te bereiken via het spoor: er reed een trein naar Poperinge (via Abele) en naar Bailleul. Enkel deze laatste lijn bestaat vandaag nog.

3. 27ste divisie

Zie bij 21/02/1915

4. dat er dinsdag geen markt is in Bailleul

Ook vandaag is dinsdag nog steeds marktdag in Belle. 

1.  Razelput

Zie 19 april 1915, noot 2

1.  Razelput

Zie 19 april 1915, noot 2

2. Volk van de Kruisstraat

Zie ook bij 17 september 1915. Van WAlleghem doet hier enigszins aan stemmingmakerij.

1. begrafenis van weduwe Buysse


Over de weduwe Buysse is, behalve wat Van Walleghem schrijft, voorlopig niets meer geweten...

2. 6000 fr.

Zesduizend frank was een behoorlijk bedrag in 1915. Achiel Van Walleghem vermeldt elders in zijn dagboek daglonen voor geschoolde arbeiders van zo’n 6 frank.

 

3. door de lastige en gervaarlijke arbeid van haar kinderen tijdens de oorlog

Een ietwat vreemde uitdrukking van Van Walleghem die zich elders niet herhaalt. Allicht verrichten de kinderen van weduwe Buysse burgerarbeid voor een van de legers.  

1. het grote Belgische hospitaal van Montreuil

Zie bij 30 maart 1915, noot 9

1. In Kemmel maakt men nog voortdurend nieuwe loograven

Dit is een behoorlijk eind achter het front. Het gaat om de uitbouw van een Britse derde lijn, zowat 500 meter ten oosten van de Kemmelberg.

foto 1: de uitbouw van een nieuwe loopgraaf bij Kemmel-Lindenhoek is goed te zien op deze Britse luchtfoto van 21 september 1915 (Imperial War Museum, London)

2. het station van Zillebeke

 Het station bevond zich in de Blauwepoortstraat, zie ook bij 14/05/1915. De door Van Walleghem geschatte afstand tot het front zal ongeveer kloppen.

3. Men zegt dat zij zaterdag gaan aanvallen

Klopt: op zaterdag 25 september 1915 wordt er als “sideshow” van de Slag bij Loos ook bij Ieper aangevallen: zie hiervoor op 25 september 1915.   

1. ’s Nacht om 3 uur vallen de Engelsen aan bij ’t Hoge

Deze “Second Attack on Bellewaerde” werd vooral uitgevoerd door Schotse eenheden – en dus geen “Engelsen” zoals Van Walleghem schrijft – van de 3rd Division. Het ging wel niet om Engelse maar om Schotse bataljons waaronder vooral de 2nd Royal Royal Scots en het 4th en 1st Gordon Highlanders. Links van hen vielen ook twee bataljons van de 14th Division aan: het 2nd South Lancashire en 2nd Royal Irish Rifles.

2.en doen verschillende loopgraven springen

Het gaat onder meer om de eerste ondergrondse dieptemijnen die tot ontploffing gebracht worden in de omgeving van Bellewaerde Ridge en Railway Wood. Er zouden nog vele volgen. Een depressie in de grond veroorzaakt door een van deze mijnen is nog steeds te zien in de Oude Kortrijksstraat, nabij een herdenkingsboom.  Zie hier

Over de herdenkingsbomen: Zie hier

3. Men zegt dat 800 Schotten achtergebleven zijn

Vooral bij de Gordon Highlanders vielen er slachtoffers tijdens een Duitse tegenaanval, volgend op de Britse aanval.   

2nd Royal Scots: 254 killed, wounded and missing

1st Gordons: 343 killed, wounded and missing

4th Gordons: 334 killed, wounded and missing

Van Walleghems schatting van het aantal Schotse slachtoffers zal dus niet ver bezijden de waarheid zijn geweest.

4. Het is een mislukte aanval geweest

De aanval aan het Hooge was wel bedoeld als afleiding voor de Slag bij Loos die dag. “To prevent the enemy from sending reinforcements to the menaced sectors”, zoals de regimentsgeschiedenis van de Royal Scots schrijft. Er werd geen morzel grond veroverd en de meningen over de zin van de actie waren verdeeld: de auteur van de regimentsgeschiedenis van de Royal Scots beschouwde de actie wel als geslaagd (John Ewing: The Royal Scots 1914-1919.(Edinburgh: Oliver and Boyd), 1925, p. 176-180) terwijl de bekende militaire historicus Cyril Falls, auteur van The Gordon Highlanders in the First World War (Aberdeen: the University Press, 1958, p. 69) zich veel strenger toont: “As a diversion the operations had been of non avail…” 

1. Men zegt dat de Duitsers aanvallen aan ’t Hoge

Op de Britse aanval van 25 september is inderdaad een Duitse tegenaanval gevolgd. De hele nacht van 25 september en daaropvolgende dagen bleef het onrustig op Bellewaerde Ridge. Zie vooral ook 25/09/1915 

1. de zegepraal van de Fransen in de Champagne

Tijdens de eerste dag van de Slag in de Champagne, op 25 september 1915, waren de Fransen erin geslaagd om over een front van 20 kilometer nagenoeg volledig de Duitse eerste lijn in te nemen. De tweede Duitse lijn bleef echter buiten bereik, ook de volgende dagen. Deze “zegepraal” was dus al bij al relatief.

2. maar die verliezen vernemen wij slechts later…

Deze commentaar werd vanzelfsprekend later toegevoegd. Het is typisch dat berichten over de verliezen die een overwinning toch sterk relativeren, pas later doorsijpelen. 

1. In Poperinge zijn deze maand slechts eenmaal granaten gevallen

In zijn dagboek schrijft Poperingenaar Albert Baert:

“Zo 29 Oogst tot Zat 4 Sept: De eng. richten 2 cinema's op voor de soldaten.

 Zo 26 Sept tot Zat 2 Okt: De bewoners beginnen weerom terug in de stad te komen.”

(bron: Albert Baert: op. cit.)       

1. een volledig bataljon Franse Canadezen

 Het gaat om het 22ste bataljon van de Canadian Expeditionary Force, bijgenaamd de Van Doos (naar de wijze waarop Engelstaligen het Franse vingt-deux uitspreken). De eenheid was opgericht voor Franstalige Canadezen in  november 1914 en ging op 20 september 1915 voor de eerste keer de loopgraven in ten zuiden van Ieper. Tot maart 1916 zouden de Van Doos in het Ieperse blijven als onderdeel van de 5th Infantry Brigade van de 2nd Canadian Division. Het was het enige volledige Franstalige bataljon in de legers van het Britse rijk. Het bestaat tot op vandaag als het Royal 22 Regiment.

Relatief gezien hebben minder Franstalige Canadezen zich aangemeld voor militaire dienst tijdens de Eerste Wereldoorlog. De aanhankelijkheid ten opzichte van het Britse “moederland” was onder de Franstaligen veel minder groot. Anderzijds waren er onder de Engelstalige Canadezen veel meer eerste-generatie-migranten voor wie de banden met het Verenigd Korninkrijk nog erg sterk waren. 

 foto 1: cap badge van het 22ste bataljon CEF

 

2. In het Canadese leger vindt men volk van verscheidene landen

 Als migratieland bij uitstek waren er onder de Canadese militairen inderdaad zeer veel migranten.

 Op de Menenpoort in Ieper treft men onder de Canadezen onder vele anderen ook volgende namen aan uit de groepen die Van Walleghem vermeldt:

- Pierre Henri Lambert, zoon van Jules Lambert uit Saint-Leu-la-fôret (Seine-et-Oise, France)

- Douwe Frederik Puncke, zoon van Douwe Frederik Puncke en Elisabeth Maria Vorstelman en echtgenoot van Johanna ter Beek, uit de Van Weedestraat 12 in Soestdijk (Nederland)

- John (allicht Gianni) Montanelli, zoon Joseph (Giuseppe) en Sara Montanelli van Altopascio, Lucca (Italia)

- Richard Taelman, zoon van Henri Taelman en Leonie Nachtegael, Duivestraat 258, Kruishoutem (België)

 foto 2 : een fragment van het paneel van de Menenpoort waarop de slachtoffers van het 50ste bataljon van de Canadian Expeditionary Force worden herdacht. Onder hen de Franse Canadees Louis Beachene, de Zweedse Canadees Björkblad, de Japanse Canadees Hikotaro Koyanagi en de Nederlandse Canadees Douwe Frederik Puncke

 

3. min of meer gedwongen

 Canada heeft pas in 1917 de dienstplicht ingevoerd. Allicht doelt Van Walleghem hier op de sociale en/of economische druk die men voelde en die bij uitstek migranetn van de eerste generatie er toe aanzette om dienst te nemen.

 

4. 5, 6 of 7 fr

Dit is zowat evenveel als de burgers die voor het leger gevaarlijk werk verrichten: zie ook bij 15/11/1915

 

5. met lange vingers

 “Lange vingers hebben” betekent veelvuldig stelen. 

1. Drie Belgische kanonniers gedood bij de kanonnen voorbij Ieper

7de Veldartillerieregiment: zie 4 juli 1915

Op 30 september (twee dagen vóór Van Walleghem deze aantekening maakt) zijn inderdaad drie kanonniers van deze artillerie-eenheid om het leven gekomen.

Edouard De Bock
Alphonse August Moortgat
Pierre Paul Peeters

1. tussen de Bascule en Zillebeke-Station

De Bascule is het huidige kruispunt tussen Frenchlaan, Basculestraat, Zonnebeekseweg en  Meenseweg net buiten de Menenpoort in Ieper: Zie hier

Zillebeke-Station is moeilijker te duiden. Er waren immers twee stopplaatsen voor de trein in Zillebeke. Het station van Zillebeke(-Zuid) bevond zich sinds 1909 aan de spoorwegovergang in de huidige Blauwepoortstraat: Zie hier . Er was echter een tweede stopplaats Zillebeke(-Noord) aan de spoorweg Ieper-Roeselare ter hoogte van de Kruiskalsijde, nu beter bekend als “ Hellfire Corner”: Zie hier . Als Achiel Van Walleghem dit laatste “station” bedoelt, stonden de kanonnen opgesteld langs de Meenseweg.  Indien hij het over het eigenlijke station van Zillebeke heeft, dan stonden de kanonnen opgesteld in de velden langs de Ieperse buitenvesten en bezijden Zillebekevijver. 

 

foto 1: twee bladzijden uit het spoorboekje van 1914 met vermelding van het station Zillebeke(-Zuid) 

1. Twintig kinderen van 2 tot 7 jaar vertrekken naar de schoolkolonies van Merlimont-Plage

In totaal werden op 11 oktober 1915 vijfendertig kinderen onder leiding van gravin Louise d’Ursel met vrachtwagens van de Friend’s Ambulance Unit naar Merlimont-Plage gebracht. De kinderen kwamen er terecht in een kolonie voor kinderen jonger dan 7 jaar van de hulporganisatie Aide Civile Belge.

Enkele kloosterzusters uit Woesten stonden in voor de zorg en opvoeding. Belangrijk: dit was de eerste “schoolkolonie” voor kinderen beneden de 7 jaar. (met dank aan Ghislain Kuyle)

Meer informatie is te vinden op: Zie hier

Onder de kinderen zijn:

 

- Scherrens Martha

4 jaar

dochter van Achille en Louise Six

 

- Warlop Polydore Theophile Cornelius

6 jaar, ° 27/02/1909

zoon van Cyrillus Camillus, dagloner, ° Reningelst, 30 j en Knockaert Louise-Marie, ° Vlamertinge, 24 j

 

- Warlop Henricus Cornelius

5 jaar, ° 05/09/1910

zoon van idem

 

- Declercq Maurice Aloïse Cornelius

6 jaar, ° 02/08/1910

zoon van Cyrillus Emilius, metser, ° Dikkebus en Verslype Sylvie Marie, ° Vlamertinge

 

- Henri Declerck

4 jaar

zoon van Léon en Félicie Van Eeckhoutte

 

- Tant Arthur

7 jaar

zoon van Cyriel, dagwerker,, ° Klerken en Bril Lucie Cornelia, ° Poperinge

 

- Tant Maria Cornelia

5 jaar, ° 04/04/1910

dochter van idem

 

- Cordonnier Julius Aloÿsius Cornelius

7 jaar, ° 15/07/1908

zoon van Henricus Franciscus, landbouwer, ° Dikkebus, 47 j en Rosselle Emma, ° Vlamertinge, 31 j

 

- Declercq Maria Magdalena

° 10/08/1908

dochter van Leo Camillus en Van Eeckhoutte Felicitas Maria, kantwerkster, ° Dikkebus, 30 j

 

- Scheldeman Cyrille Camille

7 jaar, ° 31/12/1908

zoon van Henricus, dagwerker, ° Ledegem, 39 j en Foor Emma Maria Cornelia, ° Dikkebus, 38 j

                       

- Scheldeman Godelieve Cornelia

5 jaar, ° 18/03/1910

dochter van idem

 

- Doom Maria

2 jaar

dochter van Remi en Leontine Cafmeyer

 

- Timperman Yvonne,

4 jaar

dochter van Léon en Zoë Boudry

 

- Timperman Marie

6 jaar

dochter van idem

foto 1: Het Hôtel de la Plage – hôtel Vallois in Merlimont-Plage

 

2. Deze kolonie wordt onderhouden door de Belgische regering

Van Walleghem maakt expliciet deze opmerking om deze schoolkolonie te onderscheiden van andere die (nog) niet onder controle van de regering stonden.   

1. de schade veroorzaakt door de 17de divisie

Op het hoofdkwartier van elke divisie diende een (Divisional) Claims Officer die zich over dergelijke klachten boog en een eventuele schadevergoeding bepaalde.

2. meneer Iweins d’Eeckhoutte van Ieper

Het gaat allicht om Henri Iweins d’Eeckhoutte (1864-1932).  Net als zijn gelijknamige vader (1837-1902) was hij actief binnen de katholieke partij in Ieper en een weldoener voor tal van katholieke goede doelen. Hij woonde in de Menenstraat. 

3. Om 12 uur vertrekken 7 meisjes….

Zij werden opgehaald door Colin Rowntree, een lid van de Friends Ambulance Unit die als chauffeur werkte voor de Aide Civile Belge.  Zie hier en hier

4. de schoolkolonie van Saint-Omer

Het gaat om de schoolkolonie van de Aide Civile Belge in de abdij te Wisques, zie hier,  Zie hier en hier

 

Foto 1: rouwbericht van Henri Iweins d’Eeckhoutte

Foto 2: Colin Rowntree

1. Natal

Natal was een Britse kolonie die in 1910 één van de vier provincies van het nieuwe Britse dominion van de Unie van Zuid-Afrika werd.

Foto 1: Een Britse motorfiets met zijspan en mitrailleur uit het National Motorcycle Museum, Bickenhill. 

1. Ultimatum van Rusland aan Bulgarije

In het eerste oorlogsjaar werd het neutrale Bulgarije het hof gemaakt door zowel de Centrale machten als door de entente. Op 6 september 1915 ondertekende de Bulgaarse regering onder koning (“tsaar”) Ferdinand echter de conventie van Pless waardoor het zich definitief aan de zijde van het Duitse en Habsburgse Rijk schaarde en het land beloofde om binnen de 35 dagen Servië aan te vallen. Op 3 oktober stuurde Rusland een ultimatum naar Bulgarije om het land alsnog te dwingen van deze plannen af te zien. Op 5 oktober 1915 verlieten de geallieerde diplomaten Sofia en een dag later verklaarde het Russische rijk Bulgarije de oorlog. Op 11 oktober begon dan de Bulgaarse invasie van Servië.   

2. Ontslag van Venizelos

Eleutherios Venizelos (1864-1936) is de belangrijkste Griekse staatsman uit het begin van de 20ste eeuw. In tegenstelling tot de pro-Duitse koning Constantijn was Venizelos als Griekse eerste minister voorstander van een bondgenootschap met de geallieerden. Na het Griekse leger gemobiliseerd te hebben en op het ogenblik dat de eerste geallieerde troepen Salonika (Thessaloniki) bereikten, werd hij op 5 oktober door de koning ontslagen. Later zou hij nog vele malen zijn land leiden.

Over Venizelos: Zie hier

3. dure schoenen

Goede schoenen kan hij goed gebruiken, gezien het aantal kilometers die hij aflegt. Over een fiets praat Van Walleghem niet. Duur zijn ze in elk geval: 25 frank was zowat het weekloon voor een burger die arbeid verrichtte in dienst van de geallieerden.

 

Foto 1: Eleutherios Venizelos

1. de 9de Divisie

Het gaat om de 9th (Scottish) Division, een van de zes nieuwe divisies die in augustus 1914 tot stand kwamen en vooral uit vrijwilligers was samengesteld. Zoals de naam doet vermoeden was ze voor het grootste deel uit Schotse eenheden samengesteld. In april 1916 zou echter een van de brigades vervangen worden door de Zuid-Afrikaanse Brigade.

Zie ook :   

2. de gevechten rond Arras

Dit is niet correct. Het gaat om de Slag bij Loos (25 september 1915 en volgende dagen), de eerste grote veldslag waarin de 9de Divisie betrokken was en waarin ze erg zware verliezen had geleden.

3. zonder bijtijds hulp te krijgen van de andere

Dit klopt. De Slag bij Loos werd onder meer gekenmerkt door een gebrek aan coördinatie en door het veel te laat sturen van versterkingen. 

1. marist van Ardooie

De naam maristen komt van Societas Mariae (S. M.): Gezelschap van Maria, een congregatie gesticht in 1816 voor onderwijs en missiewerk. (Bron: Vandenberghe Henri: Gewijd of vervlogen?, op. cit.)

De verwijzing naar Ardooie is voor Van Walleghem niet zonder betekenis. Ardooie is een buurgemeente van zijn geboortedorp Pittem. 

1. Saloniki

Nadat de Griekse eerste minister Venizelos partij had gekozen voor de geallieerden, landden Franse en Britse troepen – inclusief heel wat koloniale troepen - nabij de stad Thessaloniki om er een front tegen Bulgarije te openen. 

Zie ook hier

1. 380’ers

Kaliber 38 cm. Zie bij 14 augustus 1915, noot 3

 

2. Het kasteel van meneer du Parc

Dit neogotisch kasteel te noorden van de dorpskern van Vlamertinge was tussen 1856 en 1859 gebouwd naar ontwerp van de Antwerpse architect Jozef Schadde. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd het afwisselend door Franse en Britten bezet maar de oorlogsschade aan het pand kon na de oorlog makkelijk hersteld worden. De bekende Britse oorlogsdichter Edmund Blunden schreef er het gedicht “Vlamertinghe: Passing the Château July 1917” over.

De eigenaar in die tijd was burggraaf Gustave-Maurice du Parc (1854-1952)

 

Foto1: Vlamertinge, 1915 (IWM)

Foto 2: Kasteel du Parc in Vlamertinge, 1919

Foto 3: Kasteeel du Parc in Vlamertinge vandaag

1. Een brede dichte witte rook

 Op 13 oktober 1915 deden de Britten 40 kilometer zuidelijker een poging om de Slag bij Loos een nieuwe impuls te geven. Daarbij werd in de vroege namiddag gas en rook over het slagveld gejaagd. De brede, dichte witte rook die Van Walleghem een paar uur later meldt, was een smoke screen, een “demonstration” als afleidingsmanoeuvre door de Canadese 5de Infantry Brigade waarop door de Duitsers vrij heftig werd gereageerd. Vooral in de 26ste Bataljon van de Canadian Expedionary Force vielen nogal wat slachtoffers, nu allen begraven in La Laiterie Military Cemetery in Kemmel.  

1. veranderen van kerk

Van Walleghem deed voordien mis op verschillende plaatsen, onder meer in de schuur van Hector Dalle, net ten noordwesten van de Dikkebusse dorpskern. Nu nam hij zich dus voor om de missen voortaan in de jongensschool te houden en die daarvoor in te richten als kapel. 

1. in de nieuwe kapel

 Zie bij 18 oktober 1915

 

2. Z.E.H. pastoor van St.-Pieters

 Het gaat om Camiel Delaere, pastoor van de Sint-Pieterskerk in Ieper, zie   Over pastoor Delaere:  Zie hier

 

3. de scholen van de koningin in Wulveringem

Het gaat hier om de Koninginnescholen in Wulveringem (Vinkem)

Toen het front enigszins gestabiliseerd was en een klein deel van België onbezet bleef, werd het onderwijs zo goed als mogelijk weer ingericht, meestal in schoollokalen die door het leger werden vrijgegeven. Omdat er echter nog altijd nodeloos veel kinderen stierven door het oorlogsgeweld, werden in de lente en zomer van 1915 onder impuls van het leger en van koningin Elisabeth scholen opgericht in Veurne, Booitshoeke en Wulveringem (Vinkem). Deze “binnenlandse” schoolkolonies vormden voor de ouders van de kinderen uit de frontstreek een aantrekkelijker alternatief voor de verre buitenlandse kolonies in Frankrijk of Zwitserland.

Onder impuls van koningin Elisabeth werden in de zomer van 1915 twee scholen opgericht in houten paviljoenen te Wulveringem, de zogenaamde Koninginnescholen. Op 2 september 1915 openden ze de deuren. De Jardin Marie-José was voorbehouden voor kinderen van 3 tot 8 jaar, de school Charles-Théodore voor kinderen van 8 tot 15 jaar. De koningin behartigde en financierde de uitbouw van deze 2 scholen genoemd naar haar jongste twee kinderen persoonlijk.

Op 12 km van het front, in een grote weide, werden in een mum van tijd twee paviljoenen opgetrokken. Het complex bestond uit barakken met klassen, eetzalen en slaapzalen. Hier kregen de kinderen kost en inwoon in internaatsverband. Het onderwijs was er georganiseerd naar het Belgische leerplan en verzorgd door Belgische leerkrachten.

Ze werden heel populair en telden in 1919 600 leerlingen.

Voor meer over deze scholen, zie hier

 

foto 1: De Jardin Marie-José. Foto uit het Album van juffrouw Salenbien. Juffrouw Marguerite Salenbien (°1895), afkomstig uit Kortemark, gaf van 1915 tot 1917 les aan de jongste kinderen in de Jardin Marie-José (IFFM)

foto 2:  De kinderen van de Ecole Charles-Théodore poseren bij de schoolpoort.

foto 3: De verpleegpost in de Koninginnenschool in Wulveringem (CEGESOMA)

 

1. lering

Populaire benaming voor het (doorgedreven) catechismusonderricht dat de plechtige communie van 12-jarigen voorafging; ingericht door de parochiegeestelijkheid, uitgenome in een bisschoppelijk college, waar de leerlingen van de zesde klas les kregen van de subregent. 

2. Herberg De Paddebroek

De Paddebroek bevond zich aan de huidige Ouderdomseweg: hier

1. Salvage Company

Zie bij 23 Augustus 1915

 

2. moest er later een tijd van schaarste komen.

 Hier toont Van Walleghem zich voorspellend want na enkele oorlogsjaren liet de schaarste zich duidelijk voelen.

 

3. Brouwer Six Van Reningelst

  Zie bij 9 mei 1915, noot 4

 

4. pensjagen

 Een pensjager is een wildstroper die 's nachts konijntjes probeert te verschalken, met een lichtbak. Er bestaat hierover een volksverhaal van Jules Leroy: “Pieter de Pensjager”, dat zich in onze streek afspeelt.

 

5. door ringen te maken

Dit is een verwijzing naar zogenaamde loopgravenkunst (trench art), iets waarin de Belgen uitblonken en inderdaad zeer actief in waren. Naast het aluminium van Duitse granaatonderdelen werd ook het aluminium van de eigen drinkfles gebruikt. De bekendste vorm van “loopgravenkunst” zijn bewerkte  granaathulzen. 

 

foto 1: Een Belgische soldaat vervaardigt ringen in de loopgraaf (IWM)

foto 2: Een voorbeeld van loopgravenkunst: een ring in de Belgische nationale kleuren 

1. 42 granaten vallen op Poperinge

“Entre le 23 et le 24 encore bombardement de la ville; plus de 30 obus: rue de Furnes, marché..” (Bron: Augusta Depuydt, op.cit.)

“Zondag 24 Okt: Heden nacht om 1 ure vijftien en om 3 ure zestien obussen” (Bron: Albert Baert, op. cit.)

1. Een dezer dagen is de koning van Engeland met de Prins van Wales in Reningelst geweest.

Van Walleghem heeft deze opmerking later toegevoegd. Het was namelijk op 27 oktober 1915 dat koning George V de troepen achter het front bezocht. Een dag later zou de Britse vorst trouwens tijdens zijn bezoek aan Frankrijk van zijn paard geworpen worden en gewond raken.

“Le 27 le Roi d'Angleterre passe à l'Abéele où on lui rend les honneurs; il se rend à Poperinghe où il paraît qu'il rencontre le Roi de Belgique et (ils) se rendent ensemble au front” (Bron: Augusta Depuydt, op.cit.)

“De woensd. 27 was er een grote wapenschouw (sic) in Abeele waar de Koningen van Engeland en België waren met Poincaré en French” (Bron: Albert Baert, op. cit.)

foto 1: Koning George V reikt medailles uit aan het front

foto 2: De War Diary van de 7th Infantry Brigade meldt op 27 oktober 1915 een défilé voor de koning in Belle (National Archives, Kew). 

1. In Dranouter wordt een Duits vliegtuig neergeschoten

Het enige Duitse dodelijke slachtoffer van de Duitse luchtmacht die dag in Vlaanderen, was Unteroffizier Otto Gerold, een piloot van Flieger-Abteilung 33, bij Moorsele.

 

 2. communicatieloopgraven

Communicatieloopgraven of verbindingsloopgraven, in het Frans “boyaux”, verbonden de verschillende loopgraven, bvb de gevechtsloopgraaf met de reserveloopgraaf en dan verder naar de tweede lijn. Voor de verbindingsloopgraven er waren, moest men in het duister, dus ’s nachts, naar de lijn optrekken. Nu kon dat ook overdag ongezien.

 

3. houtwerk om er in de loopgraven op te staan

Het gaat om loopplanken als een middel om de voeten in de loopgraven min of meer droog te houden. Later komt er een meer gesofisticeerd systeem met A-frames (een frame in de vorm van omgekeerde hoofdletter A) waarop dan de loopplanken komen te liggen.

 

foto 1: een schematischer weergave van de eerste lijn met de verbindingsloopgraaf (Communication Trench) naar achter.

foto 2: een opgegraven loopplank.

foto 3:Blik op een Britse loopgraaf in 1915. 

1. pater Oddie

Het gaat allicht om Phillip Francis Oddie, die verbonden was aan de 27th Brigade van de 9th (Scottish Division. Hij kreeg de graad van Captain krijgen en werd ereremerkt worden met het Military Cross.  Het schijnt nogal een karakter te zijn geweest, zo blijkt uit de memoires van Archibald Gordon MacGregor, vanarf 1917 Signals Officer in dezelfde brigade:

“Oddie was almost as great a 'character' as Darling, and universally popular. He came from the Brompton Oratory, in London, and alleged that he had been given a dispensation allowing him to drink alcohol and swear during the war! He was the best Chaplain to the Forces whom I encountered, and had been with 27 Bde from the beginning, I think. We used to argue about religion and play chess from time to time….” (bron: zie hier )

2. Ook de Belgen die redenen kunnen opgeven

Men moest onder meer een verblijfplaats opgeven. Daarvoor had men bekenden in het buitenland of onbezet gebied nodig.  

3. Koning Georges is vandaag in Loker

Het gaat om koning George V. Zie bij 25 oktober 1915

1. Van langsom flauwer met Servië

Op 7 oktober 1915 was een grote Duits-Habsburgse aanval op Servië begonnen, enkele dagen daarop gevolgd door een inval van de Bulgaarse legers. Het Servische leger moest zich overal terugtrekken en tegen begin december was heel het land bezet. Van alle oorlogvoerende landen in de Eerste Wereldoorlog had Servië het hoogste aantal militaire slachtoffers in verhouding tot haar bevolking. 

1. Mijn zuster Hélène

Dit is zowat de langste passage in het dagboek die handelt over zijn zus (en huishoudster) Hélène Van Walleghem. Wat haar overkomt is natuurlijk niet min. Dit is een zeer goede beschrijving van het ondergaan van een artilleriebeschieting. Het gebruik van de woorden “ontsteld” en “onpasselijk” wijzen erop dat Hélène een lichte “shell shock” had opgedaan.   

1. Nogmaals zijn de soldaten in de kerk binnengebroken

 Het feit dat ze de klokken geluid hebben, wijst erop dat het hier allicht om een geval van deugnieterij ging.

1. allerzielendag

 Twee november is de gedenkdag voor de gelovige “zielen” in het vagevuur (overledenen die niet in volledige “staat van genade” waren, zeker niet verdoemd, maar nog een tijdlang gelouterd moesten worden alvorens te kunnen “ten hemel opstijgen”). Die dag is er een plechtig dodenofficie. Eertijds, wanneer er geen “bineren” was      toegestaan, mocht een priester op die dag toch 3 eucharistievieringen doen, één voor zijn eigen intenties, één voor de gelovigen en één voor de pauselijke intenties. Op die dag kon men de “toties-quoties” aflaat verdienen. Onder de gewone voorwaarden (biecht, communie, gebeden) kon men zo dikwijls als men een kerk bezocht een volle aflaat voor de gelovige zielen verdienen. IJverige gelovigen verlieten na een eerste geestelijke oefening de kerk en gingen onmiddellijk hetzelfde gebouw weer binnen om te herbeginnen: in de volksmond noemde men dat gebruik “portiunkelen” (Bron: Vandenberge: Gewijd of Vervlogen)

1. kasseiweg

Een typische steenweg of kaseiweg had in het midden een kasseistrook met links en rechts daarvan een brede strook grint. Dat verklaart waarom de boorden “afgereden” kunnen zijn. De weg werd gewoondelijk afgezoomd met “kasseibomen” die onder meer dienden om de kassei structuur van de weg goed samen te houden.

2. lering

Zie bij 21/10/1915. 

3. het huis van Boudry, waar 2 personen gedood worden

Louis Boudry
Stéphanie Boudry

4. een dubbel spoor

Het dubbele spoor dat werd aangelegd tijdens de Eerste Wereldoorlog werd pas na de Tweede Wereldoorlog weer opgebroken. 

 

foto 1: een typische “steenweg” in West-Vlaanderen:in het midden de kasseistrook met links en rechts daarvan een brede strook grint en afgezoomd met bomen. 

foto 2: Het dubbel spoor tussen Vlamertinge en Ieper op een luchtfoto van maart 1916 (IWM)

1. hun vrijgeleide en dagverblijf

Een vrijgeleide (laissez passer) liet toe zich van de ene plaats naar de andere te begeven, de verblijfsvergunning of het dagverblijf (permis de séjour) was een bewijs van woonst en de directe voorloper van de identiteitskaart. 

“ Zaterdag 15 mei 1915: Iedereen moet een verblijfkaart (permis de séjour ) hebben” (Bron: Albert Baert: op.cit.)

Hier ziet u een Ieperse vrijgeleide, gedateerd op 31 oktober 1914: Zie hier

 2. vliegtuigen waartussen gevochten wordt met mitrailleurs

Dergelijke luchtgevechten waren inderdaad een relatieve nieuwigheid. Eerst moest het probleem opgelost worden van de synchronisatie waardoor de mitrailleur kon vuren “doorheen” de propeller, dus zonder de propellerbladen te raken.

 3. generaal Andringa

Generaal-Majoor Alexandre Andringa (1855-1919) was als militair gouverneur van West-Vlaanderen verantwoordelijk voor tal van verordeningen in het “onbezette” deel van België.  

4. kerkhof van de franse Chasseurs Alpins op de hofstee van Emiel Thuylie

Het gaat om de graven van het 11de Batallion Alpin de Chasseurs à Pied (28e DI) die omstreeks half november 1914 gedolven werden in de weide van Emiel Thuylie. Van Walleghem heeft de namen van die oorspronkelijke Franse begraafplaats opgelijst in een afzonderlijk schriftje. Voor de hofstee van Thuylie noteerde hij: Negret, Gourcy, Nury, Sapet, Bodrion, Martel, Laplace, Sarois, en Robert

In werkelijkheid gaat het om:

Claude Pierre Veyret
Benoit Gourcy
Augustin Nury
Julien Régis Sapet
Pierre Bodeau
Hyppolite Martel
Jean Marie Laplace 
(?)
Joannès Robert


foto 1: het bidprentje van generaal Andringa

foto 2: een tekening van Dikkebus omtrent deze periode, gemaakt door een Canadese militair (bron: Zie hier ) 

1. geen rechten

Bedoeld wordt: geen belastingen.

1. in sommige huizen

 Misschien zinspeelt Van Walleghem op huizen waarin aan prostitutie gedaan wordt.  

1. dorsen

Het dorsen gebeurde in de schuur op een aangestampte aarden vloer en tijdens de wintermaanden met de dorsvlegel of met de dorsmachine, die aangedreven werd met het vliegwiel van een traktor. Men had het gevaarte bij de “schelf” geplaatst en van daar wierp men de schoven naar de man boven op de machine die ze in de in de “batteuse” wierp; aan een kant werd het koren in zakken opgevangen en naar de zolder gedragen, aan de andere kant kwamen de geperste strobalen uit, die in de schuur gestapeld werden: een zwaar en stoffig werk, voor die gelegenheid was er (flauw) “batteuse-bier” voorzien.

foto 1: het dorsen met vlegel

foto 2: het dorsen met een dorsmachine

2. een ramp in Vlamertinge

“Enige burgers die voor het Brits leger werkten, stonden bij herberg “De Hoop” in afwachting hun weekloon te ontvangen, toen opeens, ’t was rond 4.30 uur in de namiddag, een obus ontplofte voor de woning van cyriel Matton van Langemark, schacht bij een Engelse legerafdeling en wonende drie huizen over “De Hoop”. Vier personen die in dit huis waren werden op slag gedood en een vijfentwintigtal mannen werden gekwetst….. “ (bron: Remy Duflou: Gebeurtenissen te Vlamertinge tijdens de oorlog 1914-1918.Langemark, 1964)

Edward Depuydt
Henri Legrand
Engel Pluym
Felicien Vermeulen
Georges Braem
Emiel Comyn
Richard Vanderhaeghe
Camiel Caestecker
? Fivez
Cyriel Verslype 

3. de zwarte rook van het moordtuig

Het projectiel was allicht een zogenaamde “coal box” (kolenkit of kolenemmer). Dit was Engels slang  voor een zware granaatkartets of schrapnel, zo genoemd wegens de zwarte rook die ontwikkeld werd bij het ontploffen. Deze rookontwikkeling was opzettelijk voor duidelijke artillerieobservatie en het corrigeren van het vuur. (Bron: Tony De Bruyne: Soldatentaal. Aartrijke, 1994)

 

1. Op Vierstraat staat de molen nog recht

Meer informatie over deze molen vindt men op : Zie hier

 

foto 1: een tekening vanaf het nabijgelegen Ridge Wood richting Dikkebusvijver gemaakt door een Canadese militair (bron: Zie hier )

1. een spoorweg vandaar naar Voormezele

foto 1: Detail van een Duitse loopgravenkaart van oktober 1917 met daarop de spoorweg van ’t Hemelrijk naar Elzenwalle (IFFM)

foto 2: De spoorweg tussen Vlamertinge en Voormezele via ‘t Hemelrijk op een luchtfoto van 23 april 1916 (IWM)

2. het kasteel van madame de Gheus

d.i. Kasteel Elzenwalle. Zie bij 19 maart 1915

3. 1 Engelse officier gedood

Henry Miles Chetwynd-Stapylton

4. granaatputten van tenminste 6 meter diep en 6 meter in doorsnede

foto 3: een dergelijke grote en diepe granaattrechter bij ’t Hemelrijk op een luchtfoto van 18 mei 1916 (IFFM)

foto 4: Een binnenzicht in de kerk van Dikkebus, 14 november 1915


1. de hutten van de Canada

Dit zijn de barakken van Micmac Camp.


Foto 1: Micmac Camp op een latere loopgravenkaart

1. Herberg de Koevoet

 

Deze herberg bevond zich langs de Dikkebusseweg. Voor een beeld, klik hier

2. soldaten met hun waterkarren

Niet alleen de voedselvoorziening, ook de aanvoer van drinkwater naar het front moest uit het achtergebied geregeld worden. De Dikkebusvijver was één van de drie vijvers die reeds in de middelleeuwen waren aangelegd om de toenmalige grootstad Ieper van drinkwater te voorzien (de anderen waren de Zillebekevijver en de Bellewaerdevijver). Het werd dus ook druk gebruikt om in de Eerste Wereldoorlog de geallieerde  troepen aan het front van vers drinkwater te voorzien.

foto 1: Het oppompen en zuiveren van water aan de IJzer in Roesbrugge. 

3. Twee mannen kwamen van hun werk

Charles Bau
Henri Deburggraeve

4. Een Italiaan van het Canadese leger

Er kon niemand teruggevonden worden die aan die criteria beantwoordde. 

 

1. bommen op Reningelst en op het station van Poperinge

 “Le 18, un jeudi, avant 8 h, on bombarde déjà la ville et vers 11 h il y eut sur Poperinghe un raid de 14 avions boches, qui lancèrent une quarantaine de bombes, sur la ville, sur les environs: la ligne ferrée, les hôpitaux, les ambulances. Nous ne connûmes pas le nombre de victimes, assez nombreuses”

(Bron: Augusta Depuydt, op. cit.)

 

2. de kanonnen van De Klijte

 foto1 : Brits zwaar geschut uit de Eerste Wereldoorlog. Wellicht waren het vergelijkbare tuigen die Achiel Van Walleghem op 18 november 1915 in De Klijte in actie zag. 

1. Arthur Cafmeyer

foto 1 : Arthur Cafmeyer (met dank aan fam. Cafmeyer, Dikkebus)

1. Hard gevroren

November 1915 was inderdaad een van de koudste novembermaanden van de vorige eeuw met een gemiddelde temperaruur van slechts 2,7°C terwijl dat normaal 5,8°C bedraagt (bron: KMI , zie hier )

 

2. 2 dagen werken voor 12 fr.

 

Dat is beslist goed verdiend wanneer we weten dat de “loopgraafwerkers” voor hun gevaarlijk werk maximaal 6 frank per dag verdienden (zie onder meer bij 15/11/1915), te meer daar kantwerk over het algemeen slecht betaald werd.

 

3. winkels waar kant te koop gesteld wordt.

 

Kant was erg geliefd als souvenir voor thuis. Een foto van een (vernield) kantwinkeltje in Poperinge vind je hier: hier .

 

foto 1 en 2: Twee voorbeelden van oorlogskant uit 1915. Het eerste verwijst naar de IJzer, terwijl het tweede exemplaar als dankbaarheid voor de Amerikaanse voedselhulp was bedoeld: het kraagje draagt de monogrammen van koning Albert en koningin Elisabeth, de jaartallen 1914-1915 en de Belgische en Amerikaanse vlaggen.  

Foto 3: Oorlogskant met onder meer de Lakenhallen van Ieper (The Illustrated War News, 26 Dec 1917) 


1. Vuile dooi

Een dooi die met veel modder gepaard gaat waardoor de wegen er in een onhebbelijke staat bij liggen.

 

2. Salvage company

Zie bij 23 Augustus 1915

 

3. in het werpen van granaten

In de eerste jaren van de 20ste eeuw oordeelde het Britse War Office nog dat handgranaten geen rol meer zouden spelen in toekomstige oorlogen. De soldaten die in 1914 en 1915 de oorlog ingingen waren dus niet of nauwelijks getraind om met handgranaten te werken. In de loopgraven die tot stand kwamen na het vastlopen van de bewegingsoorlog was er echter een behoefte aan wapens die gebruikt konden worden op korte afstand. De handgranaat maakte een rentree. In 1915 werd de Mills hangranaat uitgevonden en door het Britse leger als standaardwapen aangenomen. Dat zou hij ook blijven tot in de laatste decennia van de bloedige 20ste eeuw.

Voor de Mills, zie hier .

foto 1: Een Mills handgranaat uit de Eerste Wereldoorlog

1. De Engelsen vallen aan

Dit deel van het front werd toen door het Canadese Corps bezet. Nergens wordt echter voor die dag een aanval of raid vermeld en het aantal dodelijke slachtoffers voor die dag is ook niet uitzonderlijk. 

1. Heron Braem

Heron Braem (1886-1967) en Irma Brutsaert (1892-1972) bewoonden hoeve ’t Zweerd. Op 17 september 1916 zal hun oudste kind Maurice door Achiel Van Walleghem gedoopt worden : zie hier.  

Foto 1: Heron Braem en Irma Brutsaert op hun vijftigste huwelijksverjaardag, 1965

1. het kasteel van meneer Verschoore

Zie bij 1 april 1915, noot 2

 

2. volksvertegenwoordiger Arthur Nevejan en Waes, burgemeester van Poelkapelle

In het manuscript van het dagboek staat te lezen: “Bezoek van heer Volksvertegenwoordiger Maes [niet Waes !] en burgemeester van Poelcapelle. In potlood werd de naam Arthur Nevejan toegevoegd.

Maes: het gaat om Jean Maes, volksvertegenwoordiger en na de oorlog achtereenvolgens burgemeester van Merkem en arrondissementscommissaris van Veurne-Diksmuide. In 1915 was Maes benoemd tot voorzitter van het Officieel Comiteit der Vluchtelingen in niet-veroverd België. Na de oorlog speelde hij een belangrijke rol bij de wederopbouw van de Westhoek. Veel meer informatie is te vinden op: zie hier :

Arthur Nevejan (1884-1941) was brouwer van en volgde in 1912 zijn vader op als burgemeester van Poelkapelle.  Hij speelde na de oorlog een belangrijke rol bij de heropbouw van zijn gemeente. Zie ook: Zie hier :

 

foto 1: burgemeester Arthur Nevejan van Poelkapelle

1. Hommelkeet

Met een hommelkeet wordt hier een hoppeast aangeduid. Een ast (of eest) is een gebouw waarin mout, cichorei, hop of andere veldvruchten gedroogd worden boven een vuur.

Een foto van het werk in een ast zie je hier :

2. het lot van zijn twee ongelukkige broers

zie hier

1. het gasthuis van Montreuil

Zie bij 30 maart 1915, noot 9

 

2. Ik doe de volksoptelling van het dorp

De (spontane?) volkstelling in Dikkebus door Achiel Van Walleghem is verhelderend voor de situatie van de dorpen in de frontstreek in het tweede oorlogsjaar: meer dan 1 op 3 van de bewoners zijn vluchtelingen van verderop. 

1. schrapnels

Zie 31 oktober 1914, noot 2

2. het kasteel Lankhof van meneer Vercruysse

 Kasteel Lankhof, op de gemeentegrens tussen Voormezele en Zillebeke langs de Rijselseweg was het zomerverblijf van Albert Vercruysse (1851-1923). Het elegante kasteeltje stond op een motte omringd door water. Na de vernietiging werd op de puinen door de Britten zeven betonnen schuiplaatsen gebouwd. Na de oorlog werd het buitengoed niet heropgebouwd, de nabijgelegen kasteelhoeve wél. Tot op heden is de met water omringde motte met daarop de zeven Britse bunkers een opmerkelijke souvenir van de Eerste Wereldoorlog.

bron: Valère Priem: Kastelen en Landhuizen in Groot-Ieper (1996)   

3. Jules Maes van Wijtschate

Jules Maes bezorgde de kranten in Dikkebus

Jules Maes, zoon van Antoine Maes, haalde de kranten in Bailleul (Belle) bij de familie Doheyn. Zij hielden er een kruideniers- en krantenwinkel-café 't Schipje' open. De families Doheyn en Maes kenden elkaar van in hun geboortedorp Wijtschate. Jules Maes bezorgde de kranten met zijn fiets waaraan een grote koperen bel hing. Je kon hem op die manier van ver horen komen. De dochter van de familie Doheyn, Maria, huwde na de oorlog met Antoine Maes, zoon van Emile. 

Informatie bezorgd door Trees Vermote uit Ieper

 

foto 1: Het kasteel Lankhof in het eerste oorlogsjaar

foto 2: de site van kasteel Lankhof op een luchtfioto uit 1998 met de zeven Britse schuilplaatsen.

1. de 24ste divisie

De 24th Division maakte deel uit vanhet “New Army” (“Kitchener’s Army”) dat samengesteld was uit vrijwilligers. De wapenfeiten en samenstelling van de divisie vind je hier:hier . Het zijn leden van de 24th Division, meer bepaald het 12th Battalion Sherwood Foresters, die korte tijd later in de Ieperse puinen een drukpers zouden vinden en de beroemde frontkrant The Wipers Times zouden starten. De opeenvolgende namen van de Wipers Times tonen tegelijk de verblijfplaatsen van de 24ste divisie aan: The Wipers Times (Ieper), The New Church Times (Nieuwkerke), The Kemmel Times (Kemmel), de Somme Times (de Somme), 

2. de 3de is in haar plaats gekomen

De 3rd Division was een van de divisies van het oorspronkelijke British Expeditionary Force dat al sinds het begin van de oorlog in actie was. De wapenfeiten en samenstelling van de divisie vind je hier :

3. op 2 december Komen beschoten

Helemaal juist zijn deze zinnen niet: Komen werd einde november- begin december 1915 voortdurend door de Britse artillerie beschoten.

4. Bange vrouwen, kinderen en oudelui werden door de Duitsers naar Nederland gevoerd.

Ook dit is foutief. Naar het neutrale Nederland konden de Duitsers sowieso niemand evacueren. Wel zouden later de bewoners van de dorpen in steden naar het binnenland geëvacueerd worden. Voor Komen gebeurde dat einde mei 1917.  

1. de inspecteur principal de Sûreté

Deze Belgische officier was allicht gevestigd in ofwel brouwerij het Zwijnland, ofwel het stadhuis ofwel in een herenwoning in de Kasselstraat

2. In Poperinge zijn nu veel soldaten

“Donderdag 2 tot Zaterdag 11 December: Veel soldaten op, ook munitie. De stad lijkt eene groote garnizoenstad” (bron: A. Baert:  op.cit. )

1. 2 Russen

Er werden inderdaad in grotengetale krijgsgevangen Russische soldaten door de Duitsers naar het westelijk front gebracht om er hard labeur te verrichten. De plaatselijke bevolking had met hen te doen. In Geluwe werd in november 1915 de hoeve Ter Stock ingericht als kamp voor de Russen. Gescheurde en versleten uniformen, vuil, onverzorgde lange baarden, uitgemergeld, ziek: dat was het beeld dat men van hen had. Naast het frontwerk in de Westhoek, werden de Russen ook ingezet bij het aanleggen van spoorwegen in de Voerstreek en in de Ardennen. Voor de Russische krijgsgevangenen bracht de oktoberrevolutie van 1917 en de daaropvolgende Vrede van Brest-Litovsk tussen de nieuwe bolsjevistische machthebbers en de Centrale machten, weinig verandering. Ook na de Wapenstilstand bleven de Russen - sommige bronnen hebben het over 5.000 man – nog een tijdje in België. Graven van Russische krijgsgevangenen, of voormalige krijgsgevangenen zijn te vinden in de gemeentelijke begraafplaatsen van Bergen, Doornik en Gent (Westerbegraafplaats). (bron: Dominiek Dendooven & Piet Chielens: Wereldoorlog 1. Vijf continenten in Vlaanderen. Lannoo, 2008)

foto: Russische krijgsgevangenen aan het werk in Waasten, december 1915 (IFFM, collectie Kurt Zehmisch)

1. De Belgische soldaten dragen een ijzeren helm in kakikleur

Om het stijgend aantal hoofdwonden tegen te gaan, ging elk leger vanaf het einde van 1915 helmen invoeren.  Aangezien de metalen helm die werd ontworpen door de Franse onderintendant 1ste Klasse Adrian het Franse leger volledige voldoening had gegeven, voerde het Belgische ministerie van oorlog vanaf 4 oktober 1915 deze helm in. Meteen nadat ze haar eigen fronttroepen ermee had uitgerust, leverde de Franse intendance 50 000 helmen aan de Belgen. Medio november werden de eerste exemplaren uitgedeeld. De helmen moesten worden geleverd voorzien van een kenteken met een leeuwengezicht in gestanst plaatijzer en geschilderd in een lichtbruine kakikleur met mosterdtint. De helm woog ongeveer 800 gram, was gemaakt van staalplaat van 7/10 mm dik met een treksterkte van ongeveer 45 kg per mm en een minimale uitrekking van 18%. Het koud dieptrekken verhoogde de weerstand van het metaal met 5%. De bevestiging van de bolle helmkam die voor de ventilatie zorgde, verbeterde vooral de weerstandscoëfficiënt van de helm tegen granaatscherven en alle afketsende harde voorwerpen. Er waren drie groottes.

foto 1 : Een “Belgische” Adrianhelm model 1915.  In een helblauwe kleur, aan de buitenkant overschilderd in lichtbruin kaki.

foto 2: Een Belgische militair met helm

2. In Nieuwkerke

In het manuscript schrijft Van Walleghem West-Nieuwkerke. De toevoeging “West-“ was tot voor enige decennia gebruikelijk om het onderscheid te maken met de gemeente Oostnieuwkerke (Staden).

3. notaris Thery

Het gaat om Prosper Therry (1866-1942). Hij woonde in de Ieperstraat en een foto van het huis en de straat vind je hier : 

foto 3: overlijdensbericht van Prosper Therry.

4. In Ploegsteert is er nog veel volk thuis.

In tegenstelling tot Nieuwkerke dat relatief onbeschermd boven op een heuvel ligt, ligt Ploegsteert in een dal. Bovendien was de dorpskern enigszins van het front afgeschermd door het Ploegsteertbos ten oosten en de Huttenberg (Hill 63) met bos ten noorden.  

1. een wachtmeester van het 7de veldartillerieregiment is op slag dood

Philippe Joseph Génon

2. op de dam gaan

Een dam is de dijk. Dikkebusvijver werd in de middeleeuwen uitgegraven om de toenmalige metropool Ieper van drinkwater te voorzien. Derhalve werd en wordt zij omzoomd door een dijk.

3. het Vijverhuis

Dit was een herberg in en op de dijk van Dikkebusvijver.  Voor de Eerste Wereldoorlog bevond deze zich ten zuiden van de Vaubantoren.

Een postkaart uit 1906 met een zicht op de Vaubantoren en het Vijverhuis vind je hier 

4. de kerk van Woesten

Tijdens de Eerste Wereldoorlog kreeg de Sint-Rictrudiskerk van Woesten het hard te verduren. Op slechts 5 km van Steenstrate vormde de toren een uitstekende uitkijkpost. De Duitsers zouden hierin verandering brengen. Op 23 april 1915 (de eerste gasaanval vond plaats op 22 april) trof een granaat de kerk en maakte een gat in het dak. Uiteindelijk werd het hele dorp zwaar verwoest tijdens de Eerste Wereldoorlog. Na de oorlog werd de gotische kerk overeenkomstig de oorspronkelijke plannen terug opgebouwd.

Een afbeelding van de beschadigde kerk in september 1915 vind je hier : 

foto 1: Belgische officieren doen zich te goed aan (onder meer) champagne, ca 1917. 

1. Jules Opsomer

Jules Opsomer (1897-1967) zou later opgeroepen worden en na de oorlog naar het seminarie trekken. In 1924 werd hij tot priester gewijd en hij zou achtereenvolgens leerkracht en econoom in het Sint-Amandscollege in Kortrijk zijn en pastoor in Klemskerke en Izegem.

foto 1 en 2: het bidprentjke van Jules Opsomer

2. Deze inschrijving is verschenen in de Belgische Standaard

De Belgische Standaard was een populaire gematigd Vlaamsgezinde krant die van 1915 tot 1919 te De Panne verscheen onder redactie van pater Ildefons Peeters en juffrouw Marie-Elisabeth Belpaire. Het resultaat van de omhaling te Dikkebus verscheen op 29 december 1915. Zie hier : 

foto 3: De hoofding van De Belgische Standaard

1. Guldenmis

Zie bij 16/12/1914

1. dat beslagmakertje

Westvlaams dialectwoord voor opschepper, druktemaker, grote mond.

2. Men verwacht een aanval van de Duitsers

Die zou inderdaad volgen, met name op 19/12/1915

1. De 9de divisie

Zie bij 8/10/1915, noot1

2. de 50ste

Het gaat om de 50th (Northumbrian) Division uit het noorden van Engeland dat zijn groot divisiemonument heeft aan Wieltje.

Voor een kort overzicht en de samenstelling van de divisie: Zie hier :

foto 1: het monument van de 50th (Northumbrian) Division aan Wieltje.

3. pater Evans S.J. 149ste brigade, pater Wolferston S.J. 150ste brigade, pater Johnson O.S.F. 151ste brigade

Dit wijst er op dat er per Britse infanteriebrigade een katholieke aalmoezenier was. Over het algemeen waren er vier aalmoezeniers per brigade twee anglicaanse, een katholieke en een protestantse.

Over pater Theodore Evans vind je een foto en meer informatie op  : Zie hier 

Pater Wolferston is pater Bertram Charles Pipe-Wolferstan (1860-1938). Van Walleghems verhaal over diens bekering klopt, zo blijkt uit een in-memoriam uit 1938 : Zie hier :

Terwijl Evans en Wolferstan jezuïeten waren, was pater Johnson was een franciscaan.  

1. een verstikkende geur sloeg mij tegen

Het gaat om het eerste gebruik van fosgeengas tegen Britse troepen bij Ieper. Fosgeen had hetzelfde verstikkende effect als chloorgas maar was meer dan 16 keer sterker. Dit is een uitgebreide aanval.  
Wikipediapagina over die eerste fosgeengasaanval: Zie hier  

2. weerlicht

als een bliksemschicht

3. dankzij hun maskers werden zij weinig gestoord door het gas

Niet alleen de PH-helmets maar ook de intense gastraining (gas discipline) die de Britse troepen hadden ondergaan hadden hen geleerd hoe stand te houden tijdens gasaanvallen.  Het aantal slachtoffers werd door de Britten geschat op ruim 1000 waaronder 120 doden. Dat lijkt echter een onderschatting. Voor de 6de divisie telden we 190 en voor de 49ste divisie 168 doden, tezamen 358 doden.

foto 1 en 2: Het Britse gasmasker uit 1915 (PH-Helmet)

4. De reuk van het gas geleek op die van sterke chloor

Fosgeengas is kleurloos of heeft een licht gele kleur. In lage concentraties ruikt het ietwat zoals vers gemaaid gras of hooi. In sterkere concentraties is het sterk en onaangenaam, inderdaad zoals chloor.  

5. bommen geworpen op Poperinge

“Le 19 dimanche matin à 5 h 1/2 déjà, on bombarde la ville (plus de 40 gros obus). A 8 h 1/2 je suis allée à la messe à l'ambulance française (bij de Boonaert, P-J) et 7 ou 8 avions allemands y jettent des bombes aux alentours. Je dois me cacher plusieurs fois en route, et à 10 h 1/2 on recommence le bombardement d