Schenkingen in de vitrine

Een fijne selectie schenkingen uit 2021 toont de grote verscheidenheid van de verzameling: van het kleine tot het grote, van het persoonlijke over het kostbare, zowel het unieke als het administratieve. Schenkingen worden zo veel als mogelijk ingezet in de werking van het museum: in de permanente opstelling, in tijdelijke tentoonstellingen, in de educatieve werking en in het kenniscentrum als onderwerp van studie en onderzoek. Allen dragen bij tot een beter inzicht in de geschiedenis van de Eerste Wereldoorlog. Met dank aan alle schenkers!

Een  overzicht van alle schenkingen vind je in het jaarboek.

Filip Depoorter
(B)

Een kader met een fijn geborduurd werkje van Oscar Dewulf uit Gits. Oscar Dewulf, de grootvader van Filip Depoorter, behoorde tot het 4de Linieregiment en was tijdens de oorlog krijgsgevangene in Alten Grabow in Duitsland. Hij verwerkte een foto van zichzelf en van zijn broer Henri Dewulf in het kunstwerk.

Frans Manders
(NL)

Tinnen bord met inscriptie "1915, 1916, 1917, 1918 – 58th Canadians Bugles – Ypres, Somme, Vimy, Passchendaele". Op de achterkant van het bord zijn de initialen en namen van de soldaten Thomas Joseph Ashton, Harry Augustus Whitman, Percy Calvesbert en George Victor Kemp gegraveerd. Samen overleefden zij de oorlog en keerden alle vier in 1919 naar Canada terug.

Marleen & Catherine Boudry
(B)

Duitse lederen pinhelm van een man van het 24ste Reserve-Infanterie-Regiment. Jules Boudry uit Ieper, de grootvader van Marleen en Catherine, bracht die mee uit Frankrijk. Jules raakte gewond tijdens de Eerste Wereldoorlog. Nadien werd hij ontmijner.

Katelijne & Marijke
Van Delm
(B)

Drie handkijkers (één in karton, één in metaal en één in hout) en ongeveer honderd stereoglasplaten. Ze waren het bezit van Jean François Hendrickx, de grootoom van Katelijne en Marijke. Nauwelijks priester gewijd, werd hij in 1914 brancardier bij het Belgische leger, en in januari 1917 aalmoezenier van het 17de Linieregiment.

Francine Lefèvre
(B)

Alphonse Vanden Driessche kwam om het leven in 1915 in de De Montstraat in Ieper. Zijn twee dochtertjes Gratia en Gilberte werden overgebracht naar Frankrijk. Bij hun terugkeer in 1919 kregen ze van koningin Elisabeth een Thonet stoeltje met een porseleinen pop. De twee meisjes werden door hun tante Annie in Brussel opgevangen. De zussen lieten een foto, godsdienstige medailles, een naaimachine en twee ovalen borden na.

Monique Hoffman 
(F)

De Franse soldaat C. Polvèche schilderde op 18 mei 1915 de "Poste No.1" aan de Noordvaart, langs de weg van Nieuwpoort naar Ramskapelle. Zijn eenheid, het 6e Régiment d’Infanterie Territoriale, was een maand daarvoor ingedeeld in de Groupement de Nieuport. Zelf diende Polvèche bij de 11e compagnie, terwijl Paul Hoffmann commandant was van de 10de compagnie. Maar op een of andere manier moet het schilderij in zijn handen beland zijn, of werd het eigendom van zijn familie.

Elsa Reynders
(B)

De foto’s en brieven van de drie broers-soldaten Lamberigts werden bewaard door hun zus Greetje. Tijdens de oorlog smokkelde zij de brieven van Ophoven over de Nederlandse grens. Hun moeder Marian liet ook een sierspeld maken waarin de portretten van haar zonen zijn ingewerkt. Mathieu en Leon overleefden de oorlog, maar de jongste broer Pieter (“Pitje”) sneuvelde op 1 juli 1916 in Kaaskerke.

Rose Vanrietvelde
(B)

Een inktpot en drie pennenhouders met deksel en onderbordje, een inktpot uit steen en een inktpot met de inscriptie “België 14-18”.

James Brazier
(UK)

Deze unieke bewerkte granaathuls toont een fijne, gedetailleerde afbeelding van de ruïnes van het Belle Godshuis in de Rijselstraat in Ieper. Het is een van de stukken die James Brazier in bruikleen gaf voor ‘Feniks. De Wederopbouw na de Eerste Wereldoorlog’ (2019) en die hij na die tentoonstelling definitief aan het museum schonk.

Eddy Barbry
(B)

De granaathuls met het Chinese opschrift “Voorspoed” is een uniek stuk uit de verzameling loopgravenkunst van de Westouterse familie Barbry. Eddy’s grootvader Julien overleefde de oorlog; zijn grootoom Florent sneuvelde op 28 september 1918 bij Westrozebeke.

Cathérine Leclercq-Longuet
(F)

Amulet en de houten koffer van Joseph Vanseveren, de grootoom van Cathérine. Joseph woonde in Roubaix, waar zijn ouders een café-kruidenierszaak uitbaatten. Hij sneuvelde op 31 december 1914 bij Veldhoek (Geluveld) als soldaat van het 66e Régiment d’Infanterie. Zijn lichaam werd nooit gevonden.

Bert Biesmans
(B)

Na een bezoek aan het museum besliste Bert Biesmans om het grafornament van zijn grootvader Jan te schenken. Jan Biesmans verloor zijn linkerarm tijdens een beschieting, en werd van het front bij Nieuwpoort afgevoerd en verscheept naar een Londens ziekenhuis. Daar werd hij verliefd op zijn verpleegster Ellen Keneally, met wie hij huwde en na de oorlog in Bilzen ging wonen.

Andreas Püschel
(D)

Andreas vond twee prachtig geborduurde onderleggers en een tafelloper met het opschrift “Gott Mitt Uns – West Flandern – 1914-1916” in het appartement van zijn grootmoeder. Misschien werden deze souvenirs meegebracht of opgestuurd door Otto Radke, de overgrootvader van Andreas. Otto diende tijdens de Eerste Wereldoorlog bij de zeemacht en zou in 1918 omgekomen zijn in een opstand.

Ludo De Smedt
(B)

Floris Depoortere uit Lauwe werd als dwangarbeider tewerkgesteld bij Laon (F). Hij overleed er op 3 maart 1917. Het geïndividualiseerd herdenkingsbrevet “aan onzen diep betreurden zoon en broeder” wijst de weg naar Rollegem-Kapelle en toont de vroegere Plaatsemolen. De naam op het graf in de voorgrond en de kerk (of basiliek) in de achtergrond konden voorlopig niet geïdentificeerd worden.